Stemwijzer huisvesting
          | terug


NWB beoordeelt de verkiezingsprogramma's van politieke partijen voor huisvesting.
Welke politieke partij is het beste voor huurders en kopers?

De standaard is: past de partij de marktideologie toe of wijst hij deze af?
De programma's worden vergeleken met Burgerbeweging.



  |   PvdA   |   D66   |   SP   |   PVV   |   GroenLinks   |   PvdD   |   VVD   |   CDA   |   CU   |   50PLUS   |   EIB  |

  |   stemadvies   |



 Partij van de Arbeid            terug |

Het verkiezingsprogramma van de PvdA heet Nederland sterker en socialer en staat hier. Een weergave van de paragraaf over huisvesting staat hier. De citaten komen merendeels uit het programma, deels uit de standpunten.

“de markt”

De kreten “betere marktwerking” en “marktconform” komen niet in het programma voor. Dat alleen al is een verademing, waarmee de PvdA een koers vervolgt die is ingeslagen in de Den Uyllezing van 25 januari 2010 door de heer Wouter Bos. Wat ontbreekt is uitleg van wat de marktideologie is en waarom hij faalt. In deze tijd van verhulde ideologische strijd is het wenselijk dit duidelijk te maken. Dat hoeft echter niet per se in het verkiezingsprogramma.

In een notitie van 24 mei 2012 reageert de heer Jacques Monasch op Wonen 4.0. Hij schrijft o. a.:

De huurverhogingen die corporaties willen zijn te fors. Corporaties moeten zich meer bezig gaan houden met betaalbare huisvesting in plaats van het verhogen van de huren en zich teveel te richten op de marktwaarde van woningen. Die taak lijken ze te zijn vergeten in dit plan.

In De marktblaffers staat een analyse van de – onzinnige – opvatting van “marktconform” van Wonen 4.0.

slechte maatregelen ongedaan maken en voorkomen

Het voornemen van het Kabinet om woningbouwcorporaties tot 75% van hun sociale woningbezit te laten verkopen, moet van tafel. Deze plannen hebben slechts ten doel de sociale woningsector uit te kleden en ook hier marktwerking het over te laten nemen.
(...)
Door Europese regelgeving dreigen mensen met een inkomen boven circa €34.000,- niet meer in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Ook in gebieden waar een particulier aanbod ontbreekt is dit een probleem. Deze starre inkomensgrens is veel te krap en brengt veel mensen in de problemen en moet dus van tafel.
(...)
Om te beginnen draait de PvdA de forse huurverhoging in de zogenoemde schaarstegebieden terug. Deze maatregel leidt bij vrijgekomen huurwoningen tot hele forse huurverhogingen en heeft als effect dat huurders blijven zitten waar ze zitten. Een verhuizing betekent immers een flinke huurstijging. We moeten van deze verhuisboete af.

Hieruit blijkt dat de PvdA zich tegenover VVD/CDA opstelt. Uitstekend.

wat kost een huis?

De groeiende behoefte aan betaalbare huurwoningen is dus een grote maatschappelijke uitdaging waar nog veel te weinig aandacht voor bestaat. Er wordt niet alleen te weinig gebouwd maar wat er wordt gebouwd is veelal te duur. In 2003 kostte een nieuwbouwhuis gemiddeld 240.000 euro. Nu is dat een ton meer.

De PvdA heeft het initiatief genomen voor een parlementair onderzoek naar de sterk gestegen kosten van een nieuwbouwhuis. Hierin spelen mee te hoge grondprijzen, grondspeculatie en onnodige kosten in het bouwproces. Hier is veel winst te behalen.

Geweldig. Dit is precies een van de eerste aandachtspunten in de Burgerbeweging. Zie voor deze benadering vanuit kosten Prijzen moeten kosten dekken en Wat kost een huis?

woningcorporaties

5. Corporaties oude stijl

De laatste jaren zijn meerdere corporaties door hun bestuurders in de problemen gebracht door wanbeleid. Voor de PvdA is het duidelijk. Corporaties moeten weer gaan doen waar ze voor zijn opgericht: het bouwen, beheren en verhuren van goede betaalbare woningen. De overheid moet daar op toezien. Commerciële avonturen en het nemen van idiote risico's met (sociaal) kapitaal passen daar niet bij. Ook de bedrijfslasten van veel corporaties zijn nog veel te hoog. Investeren in leefbare buurten en in maatschappelijk vastgoed past wèl bij de opdracht voor corporaties. Dat is goed voor de waarde van het bezit en voor de bewoners.

Dit gaan we doen:

• Corporaties kunnen voortaan hun leningen aangaan via de overheid door middel van zogenaamd schatkistbankieren. Tegelijk moet het unieke onderlinge garantiestelsel behouden blijven. Zo kan de sector tegen lagere rente lenen en dat betekent lagere bouwkosten en lagere huren.
• De beloning van bestuurders en directeuren van corporaties moet aan banden worden gelegd. De wet normering topinkomens ligt nu in de Eerste Kamer en moet snel worden ingevoerd. Op voorstel van de PvdA is daarin ook een verbod op bonussen geregeld.
• De grotere corporaties moeten worden opgesplitst. Hoe groter de corporatie, hoe groter de afstand tot de huurder. Corporaties moeten weer terug naar de menselijke maat, zich richten op hun maatschappelijke opdracht en huurders centraal stellen. Het moet corporaties alleen nog worden toegestaan om binnen de grenzen van een regio te werken. Corporaties gaan weer verantwoording afleggen over hun maatschappelijke opdracht aan de gemeentelijke of regionale overheid waar zij gevestigd zijn.

(...)

Ook wil de PvdA de directe invloed van bewoners op de corporaties vergroten.

Uitstekende ideeën.

Gemeentes en corporaties moeten alerter zijn op hun grondvoorraden. Nu de woningbouw stokt vanwege de crisis, dreigen gemeentes en corporaties in de problemen te komen omdat ze teveel bouwgrond in voorraad hebben. Scherp toezicht hierop is noodzakelijk.

Op zichzelf lijkt het gunstig dat woningcorporaties bouwgrond in voorraad hebben, dan is dat tenminste geen beletsel voor bouwen.

Het eigen vermogen van corporaties moet vrijkomen voor sociale doelstellingen. Corporaties zijn er om woningen te bouwen, niet om op een zak met geld te zitten.

En dan kunnen ze die bouwgrond ook benutten. Echter, eigen vermogen in huizen komt niet zomaar vrij. Hier zou ik graag meer toelichting van de PvdA lezen.

huurverhoging

De PvdA kiest voor een gematigd huurbeleid. Huren kunnen beperkt stijgen boven de inflatie, rekening houdend met de lokale woningmarkt en met de voorwaarde dat tenminste een deel van de meeropbrengst ten goede komt van de wijkaanpak. We kiezen hiervoor de huursombenadering; de totale som van alle huurinkomsten mag met 1% boven inflatie stijgen, hiermee kunnen corporaties zelf bepalen welke groepen huurders iets meer of iets minder bijdragen. De huurstijging mag de liberalisatiegrens niet te boven gaan. Lagere inkomens behouden gewoon hun huurtoeslag.

Zolang kosten van huizen niet beter onderzocht zijn, is niet gebleken dat huurprijsstijging boven inflatie wenselijk is. Wel is de huursombenadering interessant, een vorm van huurprijsverdeling.

starters, verhuisketens en nieuwbouw

In tegenstelling tot het Kunduzpakket, vindt de PvdA dat starters wel steun verdienen. Het is voor hen op dit moment heel moeilijk een hypotheek te krijgen of een betaalbaar huur- of koophuis te vinden. Als zij weer toegang tot de woningmarkt krijgen, brengen ze een ketting aan verhuisbewegingen op gang.
(...)
Doel is 25.000 starters te ondersteunen en zo 100.000 verhuisbewegingen op gang te brengen.

Starters hebben gemeenschappelijke steun nodig, daar is iedereen het over eens.
Hoe werkt het mechanisme dat de PvdA voor ogen heeft?

 SABC

S is een starter, A, B en C wonen in bestaande huizen. Dit kan een verhuisketen worden.
Een probleem bij verhuisketens is dat het eerste vrije huis in de keten er niet is. Nieuwbouw is de oplossing. Ten tijde van Dekker was dit een hoofdpunt (verdeling 10).
In het mechanisme van de PvdA is stilzwijgend aangenomen dat de eerste vrije huizen er wel zijn, maar dat A, B of C niet kunnen verhuizen omdat ze eerst hun huidige huis moeten verkopen. Door S te steunen kan die het huis kopen. Volgens de PvdA zou de koop door een starter een keten van vier verhuizingen (inclusief de starter) op gang brengen.

Dit gaan we doen:
• De overdrachtsbelasting voor starters wordt per direct geheel afgeschaft.
• De stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting kan, met inschakeling van de Bank Nederlandse Gemeenten, de komende drie jaar Startersleningen verstrekken tegen een zeer lage rente. De rijksoverheid staat daarbij borg. Doel is 25.000 starters te ondersteunen en zo 100.000 verhuisbewegingen op gang te brengen.
• Er moeten meer betaalbare huur- en koopwoningen komen, om zo het gat tussen (sociaal) huren en het kopen van een eigen woning te overbruggen. Bij nieuwbouwprojecten zal tenminste 30% van de woningen beschikbaar moeten zijn voor starters.

De PvdA wijst op het verband tussen steun aan starters en nieuwbouw.

“scheef wonen”

Scheefwonen wordt gericht aangepakt.

Om scheefwonen aan te pakken bepleiten we een extra huurverhoging voor mensen met een hoger inkomen. Bij een eventuele achteruitgang in inkomen, daalt ook de huur weer. Deze maatregel werkt alleen als onderdeel van een hervorming van de gehele woningmarkt zodat mensen de mogelijkheid krijgen om te verhuizen naar een betaalbare koopwoning.

De PvdA wil het zogenoemde scheefwonen ontmoedigen. Scheefwonen verwelkomen we in achterstandswijken omdat de aanwezigheid van hogere inkomensgroepen daar juist een positief effect heeft op de wijk.

In Arme en rijke mensen, goedkope en dure huizen lees je dat “scheef wonen” geen probleem is. Mensen praten elkaar echter na dat het een probleem is. De PvdA doet daar halfslachtig aan mee, wil scheef wonen tegengaan maar verwelkomt het in achterstandswijken. Dit programmapunt is verkeerd.

hypotheekrenteaftrek

Bij beoordeling van plannen voor hypotheekrenteaftrek dienen we te onderscheiden:
– vragers van een koophuis; voor kopers is prijsdaling door afschaffing of beperking van hypotheekrenteaftrek gunstig,
– aanbieders van een koophuis; voor verkopers is prijsdaling ongunstig,
– bewoners van een koophuis; hun eerste probleem is niet prijsdaling, maar hogere woonlasten die zij mogelijk moeten betalen; daar staat echter aflossing van de schuld tegenover.

De PvdA wil hypotheekrenteaftrek in 30 jaar geleidelijk sterk beperken maar niet afschaffen. Over 30 jaar is het maximale bedrag aan hypotheeklening waarover de rente mag worden afgetrokken gelijk aan de gemiddelde huizenprijs en geldt daarbij voor iedereen een gelijk belastingtarief van 30%. Het maximale bedrag daalt in 30 jaar tot nul, ervan uitgaande dat de hypotheeklening wordt afgelost.

Voor kopers is deze beperking in beginsel gunstig (vooral in combinatie met de maatregelen voor nieuwbouw, kostenefficiëntie en starters). Voor verkopers en bewoners kunnen de plannen voldoen aan de in Burgerbeweging voorgestelde voorwaarden.

nog enkele citaten uit het PvdA-programma

De PvdA wil het particulier- en collectief opdrachtgeverschap bevorderen.

Er moeten de komende jaren veel goede huurwoningen worden bijgebouwd, met de mogelijkheid om die later om te zetten naar koopwoningen.

De PvdA is er voorstander van dat mensen in overleg met de verhuurder ook de mogelijkheid tot koop van de eigen woning of een vergelijkbare woning in de buurt krijgen. Er komt geen verkoopplicht noch een koopplicht.

Het tekort aan goede kamers voor werkende jongeren en studenten wordt aangepakt door slim gebruik te maken van de grote leegstand van kantoren en woningen. Om dit te bewerkstelligen zal het leeg laten staan van kantoorpanden fiscaal onaantrekkelijk gemaakt worden.


oordeel over PvdA

De PvdA wijst de marktideologie af. Dat is voorwaarde voor een goed huisvestingsbeleid en gunstig voor woners.

De PvdA heeft een goed huisvestingsprogramma voor huurders, behoudens het standpunt over huurverhoging boven inflatie dat niet gemotiveerd is en het standpunt over “scheef wonen” dat verkeerd is. Dit laatste gebrek is ernstig.

Voor kopers van huizen is gunstig dat de PvdA nieuwbouw, kostenefficiëntie en steun aan starters op het programma heeft staan. Voor sommige verkopers en bewoners van koophuizen voldoen de plannen voor hypotheekrenteaftrek van de PvdA mogelijk niet aan de in Burgerbeweging voorgestelde voorwaarden. Hier kan geen oordeel over gegeven worden.

dinsdag 28 augustus 2012 

Tijdens het debat op televisie van lijsttrekkers op 26 augustus 2012 schijnt de heer Diederik Samsom gezegd te hebben:

“Er ligt al een akkoord, waarin is afgesproken dat in de toekomst de hypotheekrenteaftrek anders zal worden. Laten we daarop voortbouwen, in samenwerking met andere maatschappelijke organisaties, zodat er eindelijk eens op die bouwmarkt zekerheid komt”

daarbij Wonen 4.0 noemende. Deze uitspraak is vaag. Wonen 4.0 is marktideologie, het PvdA-programma niet. De heer Jacques Monasch levert kritiek op Wonen 4.0. Als de PvdA Wonen 4.0 nu toch aanvaardt, kan het verkiezingsprogramma voor huisvesting in de prullebak en kan de PvdA worden afgeschreven.
De PvdA zaait nu net zulke verontrustende verwarring als GroenLinks hieronder.

Desgevraagd antwoordt de PvdA (publieksvoorlichting) de volgende dag:

“Wij houden vast aan ons eigen programma, maar zullen [de] dialoog aan gaan met andere partijen. Het opstellen van een woonakkoord is niet iets wat de politiek alleen kan en/of moet doen, we moeten ook met andere betrokken organisaties om tafel gaan zitten. Dit betekent echter geenszins dat we het nu voorliggende woonakkoord over zullen nemen, we zullen na 12 september vasthouden aan onze eigen grondslagen voor de woningmarkt.”

Bedankt voor uw reactie! Natuurlijk kan de politiek het niet alleen doen. Vandaar Burgerbeweging.



 D66            terug |

inleiding


In een interview van Vrij Nederland met de heer Alexander Pechtold van D66 (VN 30 juni 2012) staat:

“PvdA en SP noemen u een neoliberaal, de filiaalhouder van het grote bedrijfsleven in de Tweede Kamer”.

“Prima voor het debat dat ze de handschoenen uittrekken. Maar wat betekent dat, een neoliberaal? Het is een frame, een etiket dat je op je tegenstander plakt om hem buitenspel te zetten. Ik vind inderdaad dat de overheid niet alles kan en moet willen, en dat je de banken niet moet nationaliseren. Maar is dat neoliberaal? Daar kan ik niets mee”.

Een politicus die niet weet wat neoliberaal is? Dat is merkwaardig. “Neoliberalisme” is een ongeschikte term – voor wereldwijd laisser faire kapitalisme. Lees daarover Neoliberalisme als vorm van kapitalisme. Kenmerk van de neoliberale marktideologie is vereenzelviging van ideaal en werkelijkheid. Dat kenmerk leidt o. a. tot opvattingen van “de markt”, “marktwerking” en “marktconform” die in dit e-boek bestreden zijn. D66 huldigt zulke opvattingen en is daarmee een neoliberaal kapitalistische partij. Maar omdat neoliberaal kapitalisme hoofdoorzaak is van de slechte econmische toestand in de wereld – en niet alleen de actuele financiële crises – wil A. Pechtold daar niet mee geassocieerd worden en vraagt hij wat neoliberaal betekent.

Dit komt vaker voor onder neoliberale politici. Door het woord “neoliberaal” te ontkennen trachten zij te verhullen waar het voor staat en daarmee door te gaan. Zie hierover Met de naam verdwijnen de verschijnselen niet.

(lees verder over Nederlands Go Back Team)


standpunten

D66's standpunten over huisvesting staan hoofdzakelijk in de Initiatiefnota D66: Weg met de wachtlijst! (concept 13 juni 2011), in het concept verkiezingsprogramma 2012-2017 En nu vooruit, Op weg naar een welvarende, duurzame toekomst (hier), in de notitie Help starters de woningmarkt op (27 juli 2012) en in een notitie (hier) over het Begrotingsakkoord (ook “Kunduz-akkoord” of “lente-akkoord” genoemd).
(De notities zijn het beste te vinden via je zoekmachine, links werken niet).


Initiatiefnota Weg met de wachtlijst!

De Initiatiefnota draait om “scheef wonen”. Wat schrijft D66 daarover?

(…) 2.4 miljoen sociale huurwoningen (…)

Daar komt bij dat de Nederlandse woningmarkt op slot zit. Naast een historisch dieptepunt in het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen (…) Sinds 1952 zijn er niet zo weinig nieuwe woningen gerealiseerd als in 2010; tov 2009 in 2010 ruim 32% minder opgeleverde nieuwbouwwoningen, bron: CBS.

(…) het aanpakken van scheefwoners in de huursector (…) Zo wil dit kabinet -net als D66- het scheefwonen aanpakken. Scheefwonen betekent dat huurders met een hoog inkomen wonen in een goedkope -want (indirect) gesubsidieerde- sociale huurwoning. Zij blokkeren op deze manier de toegang voor huishoudens die deze huizen hard nodig hebben. Zeker in grote steden is scheefwonen een omvangrijk probleem omdat het leidt tot lange wachtlijsten.

Scheefwonen: vooral probleem bij lange wachtlijsten
Scheefwonen is de veelgebruikte term voor financieel niet passend wonen. Het kan betekenen dat iemand te duur of juist te goedkoop woont. In deze nota wordt gefocust op huurders die ‘te goedkoop’ wonen. Te goedkoop wil zeggen zowel in relatie tot hun salaris als in relatie tot de werkelijke waarde van hun huis. D66 vindt die combinatie onwenselijk omdat de lagere (niet marktconforme) huur van corporatiewoningen door overheid en corporaties wordt opgebracht. Deze tegemoetkoming (subsidiering) dient daarom terecht te komen bij de mensen voor wie het bedoeld is, de lagere inkomensgroepen. Dat ook meer vermogende groepen profiteren van goedkope huizen is alleen echt problematisch waar het leidt tot lange wachtlijsten. (p. 3)

Nederland heeft in totaal 2,4 miljoen corporatiewoningen. Afhankelijk van de gebruikte definitie (inkomensgrens) varieert het aantal scheefwoners van 16% (inkomensgrens €43.000 geeft 447.000 bewoners) tot 29% (inkomensgrens €33.614 geeft 770.600 bewoners) van het totale aantal huurders in een corporatiehuis. De praktijkgevolgen van deze grote getallen zijn bekend. In Arnhem bijvoorbeeld moet men gemiddeld 10,5 jaar wachten op een corporatiewoning. In Amsterdam bedraagt de wachttijd ruim 7 jaar en in Utrecht 6,5 jaar. De wachttijd in kleinere steden als Groningen en Breda kan oplopen tot 5 jaar (artikel ‘Geen sociale huurwoning te krijgen’, Volkskrant, vrijdag 30 juli 2010).
(...)
In het regeerakkoord kiest het kabinet voor twee maatregelen om het scheefwonen te ontmoedigen en meer marktconforme huur te vragen.

Daartoe wordt in het huurcontract een aanvullende paragraaf opgenomen die de huurder aan een –op een inkomenstoets gebaseerde- woonkeuze bindt. Deze keuze is:
– binnen 6 maanden verhuizen en anders
– meer en marktconforme -op de WOZ-waarde gebaseerde- huur betalen. (p. 4)

Uitleg op onderdelen

1. Alleen bij lange wachtlijsten het scheefwonen structureel aanpakken
Door met een hoog salaris in een goedkoop (gesubsidieerd) huis te wonen, profiteren scheefwoners van overheidsgeld dat niet voor hen bedoeld is. Dat is vanuit efficiëntie en solidariteit principieel onwenselijk. Maar scheefwonen vormt pas een praktijkprobleem waar mensen met een goed inkomen een huis bezet houden voor de werkelijke doelgroep van de sociale huurwoningen. (p. 4-5)

2. Wie kan, moet plaatsmaken voor de doelgroep van de sociale woningbouw
Voor D66 staat centraal dat scheefwoners een huis bezetten dat bedoeld is voor huurders binnen de grens van sociale woningbouw. (p. 5)

3. Wie niet kan, moet de werkelijke waarde betalen voor zijn sociale woning
Als huurders niet bereid zijn of niet de mogelijkheid hebben om te verhuizen, dan voert het –om verschillende redenen- te ver om ze hun woning uit te zetten. Te meer omdat het middensegment op de Nederlandse woningmarkt geen soelaas biedt: mensen met een modaal inkomen kunnen niet terecht in de sociale huurmarkt en particuliere huur en koop is vaak te duur. Vandaar de keuzemogelijkheid om dan de werkelijke waarde voor de sociale huurwoning te betalen. D66 wil hierbij uitgaan van de marktconforme waarde van het huis door de hogere huur hierop te baseren. In plaats van directe doorstroming, is dit de indirecte weg van hogere huuropbrengsten die vervolgens aangewend moeten worden om naar behoefte sociale huurwoningen te bouwen om de wachtlijsten mee te bestrijden. Bijkomend voordeel is dat zo de afstand tussen particuliere huur en koop wordt verkleind. Hierdoor beweeg je mensen tot een alternatief en stimuleer je alsnog de doorstroming in de markt. (p. 5)

Marktconforme huurstijging
In plaats van een vast percentage van bijvoorbeeld 5% hebben wij ervoor gekozen om de huurstijging te baseren op de WOZ-waarde van het huis.
Behalve via de wachtlijstlengte houdt ons voorstel ook op deze wijze rekening met de lokale marktsituatie. (p. 6)


Dat bezien we nader

(…) 2,4 miljoen sociale huurwoningen (...) (p. 3)
Nederland heeft in totaal 2,4 miljoen corporatiewoningen. (p. 4)

Wat zijn sociale huizen? Huizen waarvan de prijs die bewoners betalen de kosten niet dekt; de gemeenschap past de rest bij; dat is sociaal. Welke huizen zijn dat? Wat kost een huis?

Volgens D66 zijn er dan 2,4 miljoen huurhuizen waarvan de prijzen de kosten niet dekken. Dat zijn alle huizen van woningcorporaties. Er zijn in Nederland ongeveer 3 miljoen huurhuizen. Van 4 van de 5 huurhuizen zouden de prijzen de kosten dan niet dekken. Dit is onaannemelijk, dus waarschijnlijk bedoelt D66 met “sociale huizen” iets anders.

Op p. 4 en in de bijlage staan definities van “scheefwoners”. Dit zijn:
– huurders van huizen van woningcorporaties dan wel van huizen met geregelde huurprijzen, i. e. met een niet-“marktconforme” huurprijs
– met een inkomen boven een grens.

Scheefwonen is de veelgebruikte term voor financieel niet passend wonen. Het kan betekenen dat iemand te duur of juist te goedkoop woont. In deze nota wordt gefocust op huurders die ‘te goedkoop’ wonen. Te goedkoop wil zeggen zowel in relatie tot hun salaris als in relatie tot de werkelijke waarde van hun huis. (p. 3)

3. Wie niet kan, moet de werkelijke waarde betalen voor zijn sociale woning
(…)
Vandaar de keuzemogelijkheid om dan de werkelijke waarde voor de sociale huurwoning te betalen. D66 wil hierbij uitgaan van de marktconforme waarde van het huis door de hogere huur hierop te baseren. (p. 5)

Volgens D66 geldt voor “scheefwoners”:

1. Zij wonen te goedkoop in relatie tot hun salaris.
Dat gaat D66 niets aan. In een vrije markteconomie bepalen mensen zelf waar ze hun geld aan uitgeven en niet aan uitgeven. Niet moeten rijke mensen in dure huizen wonen. D66 wil consumptiedwang, kenmerk van een kapitalistische economie.

2. Zij wonen te goedkoop in relatie tot de “werkelijke waarde” van hun huis.
Wat is de “werkelijke waarde”?

Vandaar de keuzemogelijkheid om dan de werkelijke waarde voor de sociale huurwoning te betalen. D66 wil hierbij uitgaan van de marktconforme waarde van het huis door de hogere huur hierop te baseren. (p. 5)

Volgens D66 is de “werkelijke waarde” gelijk aan een “marktconforme” huurprijs. Dat faalt, zie prijskwaliteitverhouding.

Scheefwonen betekent dat huurders met een hoog inkomen wonen in een goedkope -want (indirect) gesubsidieerde- sociale huurwoning.
(...)
D66 vindt die combinatie onwenselijk omdat de lagere (niet marktconforme) huur van corporatiewoningen door overheid en corporaties wordt opgebracht. Deze tegemoetkoming (subsidiering) (...) (p. 3)

Door met een hoog salaris in een goedkoop (gesubsidieerd) huis te wonen, profiteren scheefwoners van overheidsgeld dat niet voor hen bedoeld is. (p. 4)
(…) meer en marktconforme -op de WOZ-waarde gebaseerde- huur betalen. (p. 4)
(…) hebben wij ervoor gekozen om de huurstijging te baseren op de WOZ-waarde van het huis. (p. 6)

Hier staat dus:
De huurprijzen van huurhuizen van woningcorporaties zijn niet “marktconform”. Ze zijn lager dan “marktconform”.
Deze huur wordt door de overheid en corporaties betaald (“opgebracht”).

Onzin. De huurders in kwestie betalen zelf huur. D66 doelt op iets anders, namelijk op het verschil tussen de werkelijke huur en een “markthuur”. Dat verschil zou dan “door overheid en corporaties” worden betaald. Dat is niet waar. Huurders betalen dat verschil niet, dus verhuurders ontvangen het niet, maar dat betekent niet dat verhuurders dat verschil betalen.

Het verschil tussen de werkelijke huur en een “marktconforme” huur omschrijft D66 als “subsidie”. Dat is het niet, zie Het fabeltje van economische subsidie aan huurders. Kopers betalen juist een heffing. De oorzaak van deze misvatting is dat “marktconforme” huurprijzen economische normprijzen zouden zijn – de leugen van de marktideologie.

D66 noemt het verschil tussen de werkelijke prijs en de normprijs ook “overheidsgeld”. Nog meer onzin.

Voorbeeld:
Een woningcorporatie bouwt een huis voor € 140.000. Tel onderhoud en exploitatie erbij op en stel de kosten op € 200.000. Afschrijvingsduur 50 jaar (de bestaansduur is langer). Huurprijs € 400 + jaarlijkse stijging met inflatie.
Intussen stijgen prijzen van koophuizen door (deels aan huisvesting inherente en structurele) marktbeperkingen, te hoge kosten, diverse vormen van schaarste, de zeepbelhoogconjunctuur van de jaren '90 tot in 2000 en hoge hypotheken. De prijs van een met het huurhuis in het voorbeeld vergelijkbaar koophuis wordt € 400.000, het dubbele van de kosten van het huurhuis. De huurder blijft € 400 huur betalen. Dat betekent niet dat de verhuurder nu geld moet gaan bijbetalen voor dat huurhuis. Evenmin is het verschil tussen een “marktconforme” huurprijs – die is afgeleid van de prijs van het koophuis – en de werkelijke huurprijs van het huurhuis “overheidsgeld”.

Volgens D66 is het probleem van “scheef wonen” niet alleen dat de overheid de huur van “scheefwoners” betaalt, maar ook:

Zij blokkeren op deze manier de toegang voor huishoudens die deze huizen hard nodig hebben. Zeker in grote steden is scheefwonen een omvangrijk probleem omdat het leidt tot lange wachtlijsten.

Scheefwonen: vooral probleem bij lange wachtlijsten
(...)
Dat ook meer vermogende groepen profiteren van goedkope huizen is alleen echt problematisch waar het leidt tot lange wachtlijsten. (p. 3)

De praktijkgevolgen van deze grote getallen zijn bekend. In Arnhem bijvoorbeeld moet men gemiddeld 10,5 jaar wachten op een corporatiewoning. In Amsterdam bedraagt de wachttijd ruim 7 jaar en in Utrecht 6,5 jaar. De wachttijd in kleinere steden als Groningen en Breda kan oplopen tot 5 jaar (Artikel ‘Geen sociale huurwoning te krijgen’, Volkskrant, vrijdag 30 juli 2010. (p. 4)

1. Alleen bij lange wachtlijsten het scheefwonen structureel aanpakken
(...) Maar scheefwonen vormt pas een praktijkprobleem waar mensen met een goed inkomen een huis bezet houden voor de werkelijke doelgroep van de sociale huurwoningen. (p. 4-5)

2. Wie kan, moet plaatsmaken voor de doelgroep van de sociale woningbouw
Voor D66 staat centraal dat scheefwoners een huis bezetten dat bedoeld is voor huurders binnen de grens van sociale woningbouw. (p. 5)

Ten eerste, in 2000-2009, exclusief 2001, was het aantal onttrekkingen 172945. Dit is merendeels sloop en merendeels door woningcorporaties. Waarom hebben zij dat gedaan als er wachtlijsten zijn? Het is geen uitgemaakte zaak voor wiens rekening de gevolgen daarvan komen. (Dit laatste is een thema in Burgerbeweging).

Ten tweede, als er te weinig goedkope huizen zijn, is dat een kwantitatief probleem, en is de oplossing huizen bouwen. Volgens D66 is het een distributief probleem: de verdeling van huizen over mensen is niet goed. Dit is weerlegd in Arme en rijke mensen, goedkope en dure huizen.

D66 wil “scheef wonen aanpakken” vanwege wachtlijsten, en deelt ons dan mee dat

De lengte van de wachtlijsten geven nu namelijk een vertekend beeld omdat een groot aantal mensen niet per direct op zoek is naar een woning, maar enkel op de lijst staat om wachttijd op te bouwen. Een klein deel van (in 2006 zo’n 11% tot 24%) van de ingeschreven woningzoekenden zijn echt actueel op zoek naar andere woonruimte. (p. 5)

Dat is mooi, dan is er om het kwantitatieve tekort aan goedkope huizen op te lossen dus minder nieuwbouw nodig (zie over nieuwbouw nader hieronder bij de notitie Help starters de woningmarkt op).

“Scheef wonen” is geen probleem. Een kwestie ontstaat pas als woners geen kostendekkende prijs betalen. Dat moet eerst onderzocht worden. Dan gaat inkomen een rol spelen. Als “doelgroep van sociale woningbouw” (p. 5) kunnen we woners die geen kostendekkende prijs kunnen betalen aanwijzen. Het ligt in de lijn van de rede dat wie een kostendekkende prijs kan betalen, die prijs betaalt. Maar dat is nog geen uitgemaakte zaak als hogere kosten veroorzaakt zijn door verkeerd beleid. Is het terecht dat slopers door zoveel huizen te slopen woners op kosten jagen?

Daar komt bij dat de Nederlandse woningmarkt op slot zit.

D66 schrijft zoals velen dat de huizenmarkt “op slot” zit. Als dat betekent dat mensen die zelf willen verhuizen niet kunnen verhuizen is dat een probleem. We moeten echter waken voor een verkeerde opvatting van verhuizen. We hoeven niet te verhuizen omdat politici dat willen. (Ook dit is thema in Burgerbeweging).

Nu het gepraat van D66 over “scheef wonen” onzin is behoeft het voorstel van het “keuzecontract” geen bespreking. Hugo Priemus spreekt er duidelijke taal over in Weg met de inititatiefnota D66!


Concept verkiezingsprogramma 2012

Het concept verkiezingsprogramma 2012 moet nog vastgesteld worden op een congres op 24 en 25 augustus 2012.
Het bevat het hoofdstuk Ruimte (p. 39-43) met daarin een paragraaf Wonen (p. 41-42). Deze korte paragraaf staat hier in zijn geheel.

Ruimte

Ruimte is in Nederland niet vanzelfsprekend. Ons land is een van de meest dichtbevolkte ter wereld. Ruimte is in Nederland dus per definitie schaars. (p. 39)

Wonen

Al jarenlang houdt de Nederlandse woningmarkt zittende kopers en huurders op hun plek en laat zij weinig ruimte voor starters. Belangrijke oorzaken zijn de hypotheekrenteaftrek en de huurregulering. De eerste drijft de prijzen van woningen – en hypotheekschulden– op, de laatste zorgt voor een bijna niet bestaande huurmarkt. De economische crisis van de laatste jaren heeft de situatie verergerd. Steeds meer mensen kunnen niet doorstromen naar een nieuwe woning, omdat zij de hoge kosten van een nieuwe woning niet op kunnen brengen, een onoverkomelijke restschuld verwachten, hun oude huis aan de straatstenen niet kwijt raken of opkijken tegen oneindige wachtlijsten.

Al sinds 2006 pleit D66 voor het doorbreken van de neerwaartse spiraal via een vergaande hervorming van de woningmarkt. Met het Begrotingsakkoord zijn de eerste stappen gezet: aflossen wordt de norm, de hypotheekrenteaftrek beperkt en de huurmarkt geleidelijk open gebroken. Maar D66 wil verder gaan: Nederland langzaam maar zeker laten toegroeien naar een woningmarkt met veel minder verstoring. Dat betekent het aanpakken van de hypotheekrenteaftrek, de overdrachtsbelasting, het eigenwoningforfait, de sociale woningsector en huurregulering. De eerste stappen zijn gezet. Nu moeten we verder vooruit, zodat we voor jaren rust, duidelijkheid en zekerheid brengen.

Verwelkomen initiatief maatschappelijk middenveld
D66 juicht de samenwerking van de Woonbond, Aedes, Vereniging Eigen Huis en enkele makelaarsorganisaties om te komen tot een integraal woonplan toe. Alle spelers erkennen nu dat het nodig is de woningmarkt te hervormen.

Koopwoningen Met het Begrotingsakkoord is dankzij D66 eindelijk de noodzakelijke beweging in de regels rond de woningmarkt gebracht. D66 wil de hypotheekrenteaftrek beperken en zó vormgeven dat het hebben van schuld niet langer wordt gestimuleerd. D66 gaat daarom uit van (annuïtaire) aflossing van de hypotheek in 30 jaar. Voor bestaande gevallen stellen we voor deze verandering een overgangsregeling van 5 jaar in. Daarmee hebben huizenbezitters de tijd en financiële ruimte om met hun bank nieuwe afspraken te maken en zich aan deze nieuwe regels aan te passen. Verder wil D66 de bevoordeling van de hoogste inkomens verminderen. Het percentage inkomstenbelasting waar tegen afgetrokken mag worden, wordt geleidelijk, elk jaar met 1% beginnend met het toptarief, teruggebracht tot 30% in 2035. Het eigenwoningforfait (een belasting) wordt in onze voorstellen afgebouwd en de overdrachtsbelasting wordt uiteindelijk afgeschaft, beginnend met starters. In ons eindbeeld wordt een woning fiscaal net als ander vermogen behandeld (box 3). Met deze lange termijn duidelijkheid wordt gezorgd dat de woningmarkt weer in beweging komt.

Huurwoningen D66 wil de markt voor huurwoningen op gang brengen. Om dat te realiseren willen wij sociale huurwoningen zo waarderen dat woongenot en omgeving meer uitgedrukt worden in de prijs. Scheefwonen moet worden tegengaan door mensen met een hoog inkomen ten opzichte van de sociale huurtarieven de keus te laten om een meer marktconforme huur te betalen of te verhuizen. D66 wil dat de huurtoeslag blijft voor diegenen die het echt nodig hebben. We bouwen hiermee voort op het Begrotingsakkoord.

Woningcorporaties Deze organisaties moeten terug naar hun kerntaak: het bouwen en beheren van betaalbare sociale huurwoningen. D66 wil dat alle activiteiten daaraan gerelateerd zijn. Verder moet de kwaliteit van bestuur en toezicht omhoog zodat drama’s zoals bij Vestia worden voorkomen. In onze plannen maken sociale huurwoningen een kleiner deel van het totaal aan huurwoningen uit. Een deel van de woningvoorraad wordt omgezet naar vrije sector woningen.

Krimp als kans Bevolkingskrimp wordt in grote delen van Nederland de nieuwe realiteit. Een omslag in denken is noodzakelijk: van groeien naar gebruiken, bouwen naar reële behoefte en betalen naar werkelijke waarde. Met betrekking tot wonen betekent dit kleiner en flexibeler bouwen in de Randstad, voor eenpersoonshuishoudens. Voor kantoren betekent dit het aanpakken van leegstand en hergebruik stimuleren door het aanpassen van de bouwvoorschriften. D66 kiest voor maatwerk per regio en tussen
gemeenten. In krimpgebieden wil D66 bijzondere aandacht voor vitale voorzieningen als zorg en onderwijs die van voldoende kwaliteit en voor iedereen toegankelijk zijn en blijven. In plaats van te concurreren om voorzieningen aan te trekken of behouden, moeten gemeenten samenwerken om kwaliteit en toegankelijkheid te waarborgen. Krimp biedt de kans op meer ruimte en nieuwe kwaliteit.

Hergebruik stimuleren Om hergebruik en ‘inbreiden in plaats van uitbreiden’, te stimuleren, wil D66 een heffing op gebruik van open ruimte, waarmee particulieren en bedrijven gestimuleerd worden om hun bestaande eigendom te verbeteren. Het gelijktrekken van de bouwvoorschriften voor kantoren en woningen vereenvoudigt de noodzakelijke aanpassing.


Kritiek

Ruimte is in Nederland dus per definitie schaars.

Dat erkent D66, maar het laat na een gevolgtrekking te maken. Ruimte en grond zijn schaars. Dat is een structurele marktbeperking. Mede daarom bestaat een vrije huizenmarkt nooit. Daarom is “marktconform” niet norm.

Al jarenlang houdt de Nederlandse woningmarkt zittende kopers en huurders op hun plek en laat zij weinig ruimte voor starters. Belangrijke oorzaken zijn de hypotheekrenteaftrek en de huurregulering. De eerste drijft de prijzen van woningen – en hypotheekschulden– op, de laatste zorgt voor een bijna niet bestaande huurmarkt.

Hier staat:
oorzaak: huurregulering
gevolg: een bijna niet bestaande huurmarkt.

Dit is onzin en bedrog.

Huisvesting is meer dan een economische aangelegenheid en dus meer dan een “markt”. Voor zover het een economische aangelegenheid is, zijn meer economische ordeningsmechanismes nodig dan een “markt”. Er zijn aan wonen en huizen inherente en structurele marktbeperkingen en een vrije huizenmarkt bestaat nooit.
Dat komt niet door “huurregulering”. Het is juist omgekeerd. Omdat een vrije huizenmarkt niet bestaat kunnen huurprijsregels altijd wenselijk zijn.
Als D66 met “huurregulering” meer bedoelt dan huurprijsregels, doelt het woord misschien ook op huurbescherming. Ook die is altijd wenselijk.

Maar D66 wil verder gaan: Nederland langzaam maar zeker laten toegroeien naar een woningmarkt met veel minder verstoring. Dat betekent het aanpakken van de hypotheekrenteaftrek, de overdrachtsbelasting, het eigenwoningforfait, de sociale woningsector en huurregulering.

D66 heeft een voorliefde voor het woord “aanpakken”; op huurprijsregels is het woord “afblijven” echter van toepassing.

Een vrije huizenmarkt bestaat nooit, maar er kunnen wel minder marktbeperkingen zijn. Daarbij wijst D66 er terecht op dat dat langzaam maar zeker dient te verlopen. Hugo Primus schrijft in Weg met de initiatiefnota D66!

D66 huldigt het verstandige uitgangspunt dat een integrale hervorming van de woningmarkt nodig is. Dat vergt echter een hervorming van de koopwoningmarkt die nog niet door het Kabinet is aangekondigd. En daarnaast een hervorming van de huurwoningmarkt die primair moet worden gericht op een dynamisering van het huurbeleid over de hele linie, op weg naar vrijemarktniveaus omstreeks 2040.

Omstreeks 2040 – zolang duurt de ontwikkeling volgens Priemus. “Vrijemarktniveau's” dienen we te lezen als een “niveau” dat een vrije markt benadert. Hoe dicht we die kunnen benaderen zal in de loop der decennia blijken.

The experience of Russia during the last decade has taught us just how difficult it is to make a market economy work
(Joseph Stiglitz).

Dit gaat over Rusland na het einde van het communisme, maar voor huisvesting in Nederland geldt dit mutatis mutandis ook. Gelukkig ziet D66 dat tenminste in.

De economische crisis van de laatste jaren heeft de situatie verergerd.

Dat is zo. En de oorzaak van de economische crises is de ideologie van wereldwijd laisser faire kapitalisme (neoliberaal kapitalisme). We moeten de crises niet misbruiken als voorwendsel om de ideologie die er oorzaak van is op huisvesting los te laten.

D66 juicht de samenwerking van de Woonbond, Aedes, Vereniging Eigen Huis en enkele makelaarsorganisaties om te komen tot een integraal woonplan toe. Alle spelers erkennen nu dat het nodig is de woningmarkt te hervormen.

Zie De marktblaffers – Kritiek op Wonen 4.0.

Huurwoningen D66 wil de markt voor huurwoningen op gang brengen. Om dat te realiseren willen wij sociale huurwoningen zo waarderen dat woongenot en omgeving meer uitgedrukt worden in de prijs. Scheefwonen moet worden tegengaan door mensen met een hoog inkomen ten opzichte van de sociale huurtarieven de keus te laten om een meer marktconforme huur te betalen of te verhuizen.

Het gepraat over “scheef wonen”, “marktconform” en “werkelijke waarde” van huizen is al besproken bij de Intitiatiefnota.

Woningcorporaties Deze organisaties moeten terug naar hun kerntaak: het bouwen en beheren van betaalbare sociale huurwoningen. D66 wil dat alle activiteiten daaraan gerelateerd zijn. Verder moet de kwaliteit van bestuur en toezicht omhoog zodat drama’s zoals bij Vestia worden voorkomen. In onze plannen maken sociale huurwoningen een kleiner deel van het totaal aan huurwoningen uit. Een deel van de woningvoorraad wordt omgezet naar vrije sector woningen.

Wat er in de eerste drie zinnen staat is prima.
“Sociale huizen” vatten we op als huizen waarvan de prijs die bewoners betalen de kosten niet dekt. Hoe minder dat er zijn, des te beter – mits huizen wel van voldoende kwaliteit zijn, want iedereen heeft recht op een goed huis: het sociale grondrecht van wonen. D66 bedoelt met “sociale huizen” echter iets anders, blijkbaar (?) huizen waarvan de prijs niet “marktconform” is. Dan staat hier dat meer huizen een “marktconforme” prijs moeten krijgen. Dat moet juist niet, want “marktconforme” prijzen zijn te hoog. De “omzetting naar vrije sector woningen” betekent blijkbaar huurprijsontregeling. Ook dat moet juist niet.

Krimp als kans Bevolkingskrimp wordt in grote delen van Nederland de nieuwe realiteit. Een omslag in denken is noodzakelijk: van groeien naar gebruiken, bouwen naar reële behoefte en betalen naar werkelijke waarde. Met betrekking tot wonen betekent dit kleiner en flexibeler bouwen in de Randstad, voor eenpersoonshuishoudens. Voor kantoren betekent dit het aanpakken van leegstand en hergebruik stimuleren door het aanpassen van de bouwvoorschriften.

Nog meer gepraat over “werkelijke waarde”. Zie prijskwaliteitverhouding.
Voor het overige is dit accoord, zij het niet nieuw of bijzonder.


Notitie Help starters de woningmarkt op

Het zijn juist de starters die de sleutel in handen hebben voor meer doorstroming op weg naar een gezondere woningmarkt. Als starters kunnen kopen, kunnen anderen immers verkopen. Hierdoor komt de koopmarkt op gang. Andersom kunnen nieuwkomers pas huren als bestaande huurders verhuizen naar private huur of een koophuis. De starters staan zowel aan het begin als aan het eind van de keten.

De Pvda heeft dit mechanisme ook op het oog. We bezien het nader.

 SABC

S is een starter, A, B en C wonen in bestaande huizen.
S wil in een huis wonen. Dat kan een bestaand of nieuw huis zijn. In D66's mechanisme is het een bestaand huis. Eerst moeten A, B of C daaruit verhuizen. We nemen aan dat dat A is. Waarheen verhuist A? Dat moet een bestaand of nieuw huis zijn, of A moet “uit de markt treden” (gaan samenwonen, emigreren, in een bejaardentehuis gaan wonen). Uittreders blijven hier buiten beschouwing. Als A naar een bestaand huis verhuist moeten B of C eerst verhuizen en verschuift de vraag waarheen naar hen. Er moet dus een nieuw huis gebouwd worden. Dat is logisch, want met S is er een huis te weinig.
Nadat het nieuwe huis gebouwd is verhuist A daarheen. S verhuist naar het vrije huis. S laat geen huis achter. Daarmee eindigt de verhuisketen.
Stel, we doen het anders. A wil wel naar B's huis verhuizen, B wil wel naar C's huis verhuizen en C wil wel naar een nieuw huis verhuizen. We bouwen een huis voor C. C verhuist daarheen, B naar C's huis, A naar B's huis en S gaat in A's huis wonen. Deze verhuisketen is veel langer.

Nu terug naar D66's text.

De starters staan zowel aan het begin als aan het eind van de keten.

Nee, S staat niet aan het begin van de verhuisketen. Die begint met een nieuw huis en met A of C.

Het zijn juist de starters die de sleutel in handen hebben voor meer doorstroming (...). Als starters kunnen kopen, kunnen anderen immers verkopen.

Net als de PvdA neemt D66 stilzwijgend aan dat de eerste vrije huizen in verhuisketens er zijn (ten tijde van Dekker was dit een hoofdpunt, verdeling 10). Woners kunnen niet verhuizen omdat ze eerst hun huidige huis moeten verkopen. Steun aan starters kan zo verhuisketens op gang brengen.

Andersom kunnen nieuwkomers pas huren als bestaande huurders verhuizen naar private huur of een koophuis.

Nee, een bestaande huurder kan ook verhuizen naar een huis van een woningcorporatie. D66 neemt bij voorbaat aan dat de neoliberale opzet om woningcorporaties af te breken fait accompli is, maar dat is een misverstand, het is de neoliberale kongsi die burgers zullen slopen.

Maak dat corporaties terugkeren naar hun kerntaak door een deel van hun bezit te verkopen, vooral aan starters.
(...)
Verkoop sociale huurhuizen aan starters. Woningcorporaties verkopen geregeld woningen aan hun huurders. Het zou in de grote steden goed zijn te kijken of dit heel gericht aan starters kan. Het verkopen van sociale huurhuizen schept enerzijds financiële armslag voor woningcorporaties om hun kerntaak uit te voeren, namelijk bouwen voor lagere inkomensgroepen. Dit helpt de wachtlijsten in te korten en tegelijk komt er meer aanbod voor lagere inkomens
.

Zie Wat zijn sociale huizen? Niet is gebleken dat er daar teveel van zijn. Evenmin staan er veel huizen van woning-corporaties leeg. Er zijn lange wachtlijsten. Het staat mensen vrij om hun huisvesting in coöperatieve vorm te organiseren. Daarom hoeven woningcorporaties geen huizen te verkopen.
Woningcorporaties verkopen inderdaad geregeld huizen aan hun huurders. D66 wil dat ze deze in plaats daarvan aan starters verkopen, maar dat kan niet, want dan moeten de huurders die huizen uitgezet worden – en verschuift het probleem naar hen.

Het staat alle mensen vrij om hun huisvesting in coöperatieve vorm te organiseren. Kapitalisten willen woningcorporaties afbreken om zelf meer winst te kunnen maken. De kapitalisten zetten daartoe de EU in. Hún EU beslist echter niet over ónze huisvesting. En onze EU wijst hun ideeën af.

Nieuwbouw kan dit niet opvangen, integendeel. In 2011 zijn er 56.000 bouwvergunningen verleend, 9% minder dan in 2011 en het laagste aantal sinds 1953 (CBS 11 april 2012 ...).

In de Initiatiefnota Weg met de wachtlijst! staat:

Naast een historisch dieptepunt in het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen (…)
Sinds 1952 zijn er niet zo weinig nieuwe woningen gerealiseerd als in 2010; tov 2009 in 2010 ruim 32% minder opgeleverde nieuwbouwwoningen (bron: CBS).

Zie Nieuwbouw. In 2007, 2008 en 2009 is er voldoende gebouwd. De sterke daling in 2010 en 2011 komt door de krediet- en schuldencrises, een aan de Nederlandse huizenmarkt externe factor. Het ligt dus niet aan die markt zelf. In 2011 is er wat meer gebouwd dan in 2010. Nieuwbouw blijft de juiste oplossing. De overheid kan een anticyclisch conjunctuurbeleid voeren.

In de notitie staat het gebruikelijke geklets over “marktconform” en “scheef wonen” dat geen bespreking meer behoeft.

Er staan ook goede ideeën in. Interessant is bijvoorbeeld:

I.1 Bestem vastgoedgrond voor woonkavels. Gemeenten hebben de afgelopen jaren veel grond aangekocht met als doel er kantoren, winkels of bedrijventerreinen op te zetten. Na het instorten van de vastgoedmarkt ligt veel van deze grond braak. Dit gebrek aan inkomsten kost de gemeenten geld maar de mogelijkheden om de bestemming van de grond te wijzigen zijn beperkt. D66 stelt daarom voor dat hiervoor geschikte stukken ongebruikte grond worden benut als woonkavels met een lagere grondprijs. Hier kan dan nieuwbouw voor starters plaatsvinden, mogelijk zelfs via (collectief) particulier opdrachtgeverschap zoals in Almere heel succesvol is.

II.5. Maak executieveilingen toegankelijk. 20.000 woningeigenaren zitten in de gevarenzone en moeten misschien hun huis gedwongen verkopen. Die mensen willen alsnog een zo’n goed mogelijk prijs voor hun woning en starters zijn op zoek naar een betaalbaar huis. Maar nu lijkt er soms sprake van kartelvorming bij de executieveilingen. Door de executiemarkt beter toegankelijk te maken voor particulieren, kan het mes aan twee kanten snijden. Een hogere prijs voor de verkoper en een betaalbare woning voor de starter.

In D66's standpunten komt echter weer geen kritische beoordeleing van bouwkosten en ander kosten voor, een hoofdzaak.
De heer K. Verhoeven van D66 zit de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen voor. Deze commissie wil kosten onderzoeken. Na kosten kritisch bezien te hebben is het zinvol om prijzen kritisch te bezien. De benadering van prijzen moeten kosten dekken hangt samen met een evenwichtsprijs op een volkomen markt als economische normprijs. D66's marktideologie gaat daarentegen uit van een norm van “marktconforme” prijzen. Dat is een verkeerde norm.


oordeel over D66

D66 wil de marktideologie toepassen op huisvesting. Dat is schadelijk voor huurders en kopers. Het brengt D66 tot onjuiste en schadelijke ideeën over nieuwbouw, huurverhogingen, “marktconforme” prijzen, “scheef wonen” en woningcorporaties. Dat D66 starters wil steunen is op zich goed, maar de marktideologische benadering is verkeerd.

Zie ook Jacques Monasch, Huren onbetaalbaar door plannen D66.
D66 heeft Hugo Priemus' en Jacques Monasch' kritiek niet weersproken.

D66 noemt zich sociaal liberaal, maar is tenminste op het gebied van huisvesting een neoliberaal kapitalistische partij.

In het interview in Vrij Nederland staat:

“U trekt van leer tegen Rutte, maar qua economische ideeën zitten jullie toch heel dicht bij elkaar?”

“Rutte en ik kunnen zaken doen. Zeker.”

NL Go Back Team. Niet op stemmen.

  |  verder over Nederlands Go Back Team  |



 SP                |  terug |  

De standpunten van de SP staan in het verkiezingsprogramma 2013-2017 Nieuw vertrouwen (hoofdstuk 8 Een mooi en leefbaar land, p. 35-38) en in standpunten over wonen op de website. Interessant zijn ook de notities Langs de slooplat (2008) en Leegstandprotest: Tien voorstellen om leegstand kantoren te bestrijden (2011).

Enkele thema's:

hypotheekrenteaftrek

1. De hypotheekrenteaftrek wordt in tien jaar tijd afgetopt voor hypotheekschulden tot 350.000 euro. Het percentage waartegen kan worden afgetrokken wordt gemaximeerd op 42 procent. Zo zorgen we ervoor dat de subsidie weer effectief wordt en ‘villasubsidie’ verdwijnt. Het aflossen van hypotheekschulden wordt aangemoedigd.

Standpunt Hypotheekrenteaftrek
De SP wil de renteaftrek voor alle huishoudens garanderen tot de rente over de eerste € 350.000 hypotheekschuld, tegen een maximale belastingaftrek van 42 procent. De SP wil daarnaast dat het aflossen van de hypotheekschuld fiscaal het voordeligst wordt. Concreet betekenen de voorstellen van de SP dat er voor een huishouden met een inkomen van € 50.000 en een hypotheek van € 300.000 niets verandert. Een huishouden met een inkomen van € 100.000 en een hypotheek van € 500.000 zal ook de rente over de eerste € 350.000 hypotheekschuld tegen 42 procent mogen aftrekken. Dit laatste wil de SP binnen 10 jaar bereiken zodat de woningmarkt de fiscale veranderingen rustig kan verwerken.

Bij beoordeling van plannen voor hypotheekrenteaftrek dienen we te onderscheiden:
– vragers van een koophuis; voor kopers is prijsdaling door afschaffing of beperking van hypotheekrenteaftrek gunstig,
– aanbieders van een koophuis; voor verkopers is prijsdaling ongunstig,
– bewoners van een koophuis; hun eerste probleem is niet prijsdaling, maar hogere woonlasten die zij mogelijk moeten betalen; daar staat echter aflossing van de schuld tegenover.

Niet kan worden aangenomen dat de plannen voor hypotheekrenteaftrek van de SP voor aanbieders en bewoners in alle gevallen voldoen aan de in Burgerbeweging gestelde voorwaarden. Dit zou de SP kunnen motiveren als inkomenpolitiek; hier staat echter ter discussie of het uit oogpunt van woonwensvervulling juist is.

starters

2. De overdrachtsbelasting gaat in combinatie hiermee geleidelijk omlaag tot twee procent. Voor starters op de woningmarkt komt een tijdelijke startersaftrek om de woningmarkt los te trekken.

Een soortgelijk idee over starters als bij de PvdA en D66.

nieuwbouw

3. Als onderdeel van een stimuleringspakket voor de economie komt een aanzienlijk bedrag beschikbaar voor woningcorporaties, om de bouw van goedkope huurwoningen te versnellen en te verhogen. Deze middelen voor woningcorporaties komen alleen beschikbaar in ruil voor concrete afrekenbare afspraken over de bouw van goedkope huurwoningen. (...)

Standpunt Huren
(...)
Gemeenten die een aandeel sociale huur hebben dat lager is dan 80 procent van het regionale gemiddelde, moeten wettelijk verplicht worden om bij alle nieuwbouwprojecten het aandeel sociale huur fors te verhogen.

Anticyclische investering. Nieuwbouw is het belangrijkste middel bij streven naar een hoger niveau van woonwensvervulling. De SP is zo te zien de partij die nieuwbouw het voorvarendst aanpakt.
Dit is tevens de eerste en voor de hand liggende steun aan starters: nieuwbouw voor een verhuisketen met een starter. Dit kost niets extra's.

sloop

3. (…) Sloop van sociale huurwoningen wordt aan banden gelegd.

De SP geeft dit expliciet aan.

huurverhoging

5. Er komt geen extra vijf procent huurverhoging voor inkomens boven de 43.000 euro. De uitvoering van de huurtoeslag door de Belastingdienst wordt verbeterd. De huurprijsbescherming wordt uitgebreid van 650 euro naar 850 euro. De huren mogen jaarlijks niet meer stijgen dan de inflatie.

8. De zogenaamde ‘Donnerpunten’ komen te vervallen, waardoor de doorstroming op de huurmarkt beter zal aantrekken en de meer aantrekkelijke gebieden voor iedereen bereikbaar worden. De grens van 34.000 euro als inkomenseis voor een sociale huurwoning moet ongedaan worden gemaakt, door Europese afspraken aan te passen.

Standpunt Huren
Landelijk dient de gemiddelde huurstijging van de corporatiewoningen niet hoger te zijn dan de inflatie. De maximale huurprijs moet gebaseerd worden op een verbeterde puntentelling, niet op de marktwaarde van de woning. Bij woningcorporaties zou de toelaatbare gemiddelde huurverhoging ook gekoppeld moeten worden aan de omvang van hun hoeveelheid goedkope en betaalbare huurwoningen.


Uitstekend.

woningcorporaties

6. Woningcorporaties worden terughoudend met de verkoop van woningen. (…) De betaalbaarheid van woningen voor starters vergroten we door bij verkoop van corporatiewoningen een korting te geven, in combinatie met een terugkoopregeling bij doorverkoop (‘maatschappelijk gebonden eigendom’).

7. Gemeenten en woningcorporaties maken in samenspraak met huurdersorganisaties prestatieafspraken over nieuwbouw, onderhoud van woningen en de leefbaarheid van de buurt. Daarin wordt ook geregeld dat voldoende sociale huurwoningen beschikbaar blijven. We willen betaalbare woningen voor ouderen in bestaande wijken, zodat mensen op latere leeftijd in hun eigen wijk kunnen blijven wonen.

Standpunt Woningcorporaties
(...)
Huishoudens met een inkomen tot anderhalf keer modaal kunnen in gebieden met een overspannen woningmarkt moeite hebben om op eigen kracht een huis te vinden. Daarom moeten woningcorporaties ook deze doelgroep bedienen. Een brede doelgroep voor de woningcorporaties heeft als bijkomend voordeel dat huurcomplexen een gemengde opbouw hebben, wat goed is voor de sociale samenhang
.

Het staat mensen vrij om hun huisvesting coöperatief te organiseren, en woningcorporaties zijn nuttige organisaties ter bevordering van woonwensvervulling. De SP wil woningcorporaties zich verder laten ontwikkelen. Dat is een goede zaak.

kosten

12. Een collectieve complexgerichte aanpak van groot onderhoud en energiebesparing in wijken met veel eigen woningbezit wordt bevorderd.

16. Het Bouwbesluit wordt vereenvoudigd. Voor de 80 procent simpele projecten komt er een vereenvoudigd bouwbesluit; voor de 15 procent projecten in het middensegment blijft de huidige situatie gehandhaafd; voor de 5 procent ingewikkeldste projecten komt er een landelijk kenniscentrum met maatwerk.

Standpunt Wonen
(...)
Een voorbeeld van deze nieuwe aanpak is het invoeren van fiscale voordelen voor (groot) onderhoud en investeringen in energiebesparing die alleen verstrekt worden als eigen-woningbezitters collectief investeren in hun complex. Een kleine fiscale prikkel kan zo een groot financieel voordeel opleveren, omdat een collectieve aanpak veel goedkoper is dan een individuele. Ook versterkt deze maatregel de sociale samenhang.
Een ander voorbeeld is het verhogen van het aantal woningwaarderingspunten voor nieuwbouwwoningen, in combinatie met een verouderingsaftrek. Die aftrek gaat weer naar nul bij renovatie: dat stimuleert investeringen in de bestaande huurvoorraad.

De Nederlandse bouwmarkt is achtergebleven qua innovatie, de geleverde kwaliteit is vaak lager dan beloofd, de faalkosten in de bouw zijn hoog.
De SP voert een aantal maatregelen in om het leveren van kwaliteit weer aantrekkelijk te maken, ketensamenwerking te bevorderen en goed gedrag te belonen.

Hieruit blijkt dat de SP aandacht voor kostenbesparing en -efficiëntie heeft. Dit is een van de belangrijkste thema's. De SP noemt faalkosten. De SP is echter niet met een lid van de Tweede Kamerfractie vertegenwoordigd in de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen. Zie daarover een opmerking bij het oordeel over GroenLinks hieronder.


oordeel over SP

De SP wijst de marktideologie af. Dat is voorwaarde voor een goed huisvestingsbeleid en gunstig voor huurders en kopers.
Bij de SP lezen we geen onzin over “marktconforme” prijzen en “scheef wonen”.
De SP heeft goede en juiste ideeën over nieuwbouw, kosten, sloop, huurverhoging, starters en woningcorporaties.

Alles bij elkaar heeft de SP een goed huisvestingsprogramma voor huurders, zo te zien het beste programma.
Voor kopers van huizen is gunstig dat de SP nieuwbouw, kostenefficiëntie en steun aan starters op het programma heeft staan.
Voor sommige verkopers en bewoners van koophuizen voldoen de plannen voor hypotheekrenteaftrek van de SP waarschijnlijk niet aan de in Burgerbeweging voorgestelde voorwaarden. Deze plannen zouden bijgesteld kunnen worden. Mogelijk motiveert de SP deze plannen als rechtvaardige inkomenspolitiek; dat is hier niet aan de orde.



 PVV              terug  | 

De standpunten van de PVV inzake huisvesting staan in het verkiezingsprogramma voor 2012-2017 Hún Brussel, óns Nederland (hier). Daarin staat:

De aanpak van de hypotheekrente zet de huizenmarkt nog verder vast. Duizenden mensen in de bouw gaan hun baan verliezen. (p. 18)

Ook accepteren wij geen extra huurverhogingen bovenop de inflatie. Dus geen 5 procent extra huurverhoging voor gezinnen met een inkomen boven de 43.000 euro en geen 1 procent huurverhoging voor gezinnen die meer dan 33.000 verdienen. (p. 23)

En daarom....

Sociale voorzieningen:
(...)
• Strakker toezicht op de woningcorporaties
• De hypotheekrenteaftrek en de huurtoeslag handhaven

(…)

En vooral:

Géén extra huurverhogingen!
(p. 25)

Er is een schreeuwend tekort aan geschoolde vakmensen: monteurs, lassers, meet- en regeltechnici, bouwvakkers etc. Techniek krijgt dus volop aandacht, al op de lagere school. De ambachtsschool is cruciaal. (p. 43)

De laatste jaren zijn de woningcorporaties losgeslagen van hun fundamenten. Vestia, Woonbron, Rochdale zijn inmiddels beruchte namen. Ze bleken goed in bankieren, speculeren, het aanschaffen van cruiseschepen en het aankopen van Maserati’s. De woningcorporaties moeten weer terug naar waar ze voor zijn opgericht: het verhuren van goede woningen. Wij schrappen alle extra huurverhogingen boven de inflatie. (p. 51)

En daarom....

Bouwen:

• Weg met de welstandcommissies
(...)
• Minder regels in de bouw, minder vergunningen, lagere leges, meer veiligheid
• Maatwerk voor ouderen
• Bescherming van monumenten, architectuur en dorpsgezichten
(...)
• Meer ruimte voor particulier opdrachtgeverschap bij woningbouw
• Bescherm bouwbedrijven tegen oneerlijke concurrentie uit Midden- en Oost-Europa
(p. 53)

In een debat op dinsdag 19 juni 2012 heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel dat huurverhoging op grond van inkomen mogelijk maakt geschorst. In dat debat sprak senator P. van Dijk van de PVV zorgen omtrent de privacy uit. Hij gaf te kennen dat zijn fractie zich wat dit onderwerp betreft niet langer aan het gedoogakkoord gebonden acht en dat het verkiezings-programma van zijn partij voor zijn fractie maatgevend is.

De PVV staat voor huurverhoging met inflatie en is tegen hogere huurverhoging.

Nieuwbouw is het belangrijkste middel tot meer woonwensvervulling. De standpunten van de PVV inzake bouwen en woningcorporaties kunnen ten goede komen aan nieuwbouw.

De heer Eric Lucassen is lid van de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen. Dit biedt de PVV gelegenheid kosten en inefficiënties bij huizen bouwen kritisch te onderzoeken.

De PVV wil de hypotheekrenteaftrek onverkort handhaven. De PVV kan zich afvragen in hoeverre kopers daarmee gebaat zijn.


oordeel over PVV

Wegens het standpunt over huurprijsstijging is de PVV op dit gebied een van de beste partijen van Nederland.
Het is wel wenselijk dat de PVV zijn standpunt motiveert (de PVV kan argumenten lezen in Burgerbeweging).
Plannen van de PVV inzake nieuwbouw zouden nader ontwikkeld en gemotiveerd moeten worden.



 GroenLinks                |  terug |  

GroenLinks' verkiezingsprogramma Groene kansen voor Nederland is ingedeeld rond drie thema's, groen werkt, kansen eerlijk delen en open samenleving. GroenLinks werkt deze drie thema's uit in drie hoofdstukken. Daarna volgen de programmapunten, gerangschikt onder deze drie thema's. Het programma is een fontein van ideeën. Daarnaast staan er standpunten op GroenLinks' website. Hier staan links naar Groene kansen voor Nederland en de standpunten.

NWB vraagt aandacht voor de volgende thema's:

woningcorporaties, sociale huizen, verkoop huizen

Corporaties verkopen alleen woningen aan huurders onder voorwaarden van terugkooprecht of terugkoopplicht. Daarbij wordt rekening gehouden met behoud van voldoende betaalbare huur- en koopwoningen en garanties voor goed onderhoud in gemengde complexen. De corporatiesector wordt niet uitgekleed door verkoop van woningcomplexen aan particuliere beleggers.

(...)

Er blijft een brede sociale huursctor met een sociale doelstelling, namelijk het in stand houden van een voorraad betaalbare woningen voor lagere inkomens en bescheiden middeninkomens, het huisvesten zonder risicoselectie en het investeren in nieuwbouw, goede wijken, leefbaarheid en energiebesparing. (…) Activiteiten van woningcorporaties moeten in eerste instantie gerelateerd zijn aan hun sociale doelstelling: het in stand houden van een voorraad betaalbare woningen voor huishoudens met een laag inkomen. (…) Bij de scheiding van sociale en commerciële activiteiten van corporaties wordt verzekerd dat zij blijven investeren in voorzieningen, zoals winkels, die gebouwen en buurten leefbaarder maken.

(...)

De sociale huursector zorgt voor voldoende betaalbare woningen voor lagere inkomens en bescheiden middeninkomens. Dat moet zo blijven. Woningcorporaties mogen alleen woningen verkopen aan huurders onder voorwaarde dat de corporatie de woning terug kan kopen. (…)
Wat GroenLinks betreft hebben woningbouwcorporaties een brede maatschappelijke rol te vervullen. Natuurlijk is hun kerntaak het bouwen en beheren van (sociale) huurwoningen. Maar daarnaast moeten woningbouwcorporaties ook investeren in zaken als leefbaarheid, of andere goede maatschappelijke initiatieven zoals brede scholen of het gezamenlijk met de gemeente bouwen van zorginstellingen.
(…) De belangrijkste activiteit van de woningcorporaties is en blijft de sociale doelstelling: voldoende betaalbare woningen voor huishoudens met een laag inkomen.

Wat zijn sociale huizen? Laten we aannemen dat het huizen zijn waarvan de prijs die bewoners betalen de kosten niet dekt. Neem aan dat GroenLinks dat ook met “sociale huizen” bedoelt. De kerntaak, belangrijkste activiteit en sociale doelstelling van woningcorporaties is dan, sociale huizen in die betekenis te bouwen, onderhouden en aan te bieden.

Voor wie zijn die huizen bestemd? Voor woners die geen kostendekkende prijs kunnen betalen – de lage en bescheiden middeninkomens die GroenLinks noemt. Deze aanduiding van de doelgroep van de sociale doelstelling is aannemelijk. Wie wel een kostendekkende prijs kan betalen, moet dat in beginsel ook doen.

Waarschijnlijk zijn lang niet alle huizen van woningcorporaties “sociale huizen”. Dat hoeft ook niet. Woningcorporaties mogen huizen in eigendom hebben en verhuren waarvan de prijzen de kosten dekken. Dat is juist goed. Niet moeten ze die verkopen. Het staat mensen vrij om hun huisvesting in coöperatieve vorm te organiseren.

GroenLinks stelt een brede maatschappelijke rol voor woningcorporaties voor. Dat is goed, maar hoe wordt dat betaald? Het kan niet alleen uit huurinkomsten betaald worden.

huurprijsstijging en “scheef wonen”

(...) Vooruitlopend op een integrale hervorming van de woningmarkt mogen de huren de komende jaren slechts gematigd stijgen. (...)

Wat is “de komende jaren” en “slechts gematigd”? En tot welke huurprijsontwikkeling leidt integrale hervorming van de huizenmarkt, naar verwachting van GroenLinks?

(...) Wel gaan mensen die ondanks een goed inkomen in een sociale huurwoning blijven wonen meer betalen. Of ze kiezen ervoor hun woning, eventueel tijdelijk, te kopen van de woningcorporatie. (...)

(...) Wie ondanks een goed inkomen in een sociale huurwoning blijft wonen, gaat meer huur betalen.

De huur gaat omhoog voor mensen met een goed inkomen die ervoor kiezen om te blijven wonen in een sociale huurwoning.

Cruciaal is hier wat een “sociaal huis” is. Als GroenLinks dat opvat als huis waarvan de prijs die de bewoner betaalt de kosten niet dekt, is GroenLinks' voorstel aanvaardbaar. Sommige mensen vatten “sociale huizen” echter op als huizen waarvan de prijs niet “marktconform” is. Dat faalt, en dan is GroenLinks' voorstel onaanvaardbaar.

Senator Margreet de Boer vertegenwoordigt GroenLinks in de Eerste Kamer. Op haar Eerste Kamer weblog staan de notities Margreet de Boer over de gluurverhoging (2 mei 2012), Bezwaren tegen aspecten wet huurverhoging (21 mei 2012) en GroenLinks tegen 'Gluurverhoging' van Minister Spies (19 juni 2012). Daarin schrijft zij o. a.:

Zoals inmiddels bekend is bevat het Lente-akkoord de afspraak dat scheefwoners (mensen met een hoger inkomen die in een sociale huurwoning wonen) meer gaan betalen. Ook de Eerste Kamerfractie van GroenLinks staat achter dit uitgangspunt.
(...)
Onze bezwaren tegen het wetsvoorstel betreffen niet zozeer het feit dat scheefwoners een meer marktconforme prijs betalen voor hun deels uit publieke middelen betaalde huurwoning.
(….)
De leden van de fractie van GroenLinks (…) Zij onderschrijven de doelstelling die het wetsvoorstel zegt te beogen: het beschikbaar houden van sociale huurwoningen voor huurders met lagere inkomens, het tegengaan van scheefwonen en het bevorderen van doorstroming op de woningmarkt.
(...)
In casu levert dat onder meer de vraag op hoe groot het probleem van het scheefwonen nu eigenlijk is. Die vraag kan niet beantwoord worden zonder een definitie van scheefwonen te geven. Naar het oordeel van de leden van de GroenLinks fractie is de stelling dat iedereen met een huishoudinkomen boven de €43.000 die in een gereguleerde woning woont scheefwoont te gemakkelijk. Want ook in de gereguleerde sector kan er sprake zijn van behoorlijke huurprijzen. Bij het beoordelen van het al dan niet scheefwonen is het redelijk om te kijken naar de woonquote: het aandeel van het inkomen dat aan woonlasten wordt besteed. Wat acht de regering een redelijke woonquote?
(...)
De leden van de GroenLinks fractie zien veel meer in een aanpak van het scheefhuren via een belastingmaatregel, waarbij huurders van een gereguleerde woning die een inkomen genieten boven een bepaalde grens een heffing betalen (noem het een negatieve huurtoeslag).

De definitie van “scheef wonen” is hier:

(…) dat iedereen met een huishoudinkomen boven de €43.000 die in een gereguleerde woning woont scheefwoont (…)
(...) het scheefhuren (...) huurders van een gereguleerde woning die een inkomen genieten boven een bepaalde grens (...)

Wie een gereguleerde, dus geen “marktconforme” huurprijs betaalt woont scheef.
Deze definitie faalt, want “marktconform” is niet norm (zie o. a. Vrije markt, wonen en huizen en Burgerbeweging).

Volgens Margreet de Boer is de definitie “te gemakkelijk” omdat geregelde huurprijzen ook “behoorlijk” kunnen zijn. Dat is niet het wezenlijke argument.

Een correcte omschrijving van “scheef wonen” is: geen kostendekkende huurprijs betalen terwijl je dat wel kunt en dat wel terecht zou zijn. Het gaat dus niet om een “marktconforme” huurprijs.

Margreet de Boer schrijft:

Bij het beoordelen van het al dan niet scheefwonen is het redelijk om te kijken naar de woonquote: het aandeel van het inkomen dat aan woonlasten wordt besteed.

Dit faalt. “Scheefwoners” zouden dan te goedkoop wonen in relatie tot hun inkomen. Maar dat gaat politici niets aan. In een vrije markteconomie bepalen mensen zelf waar ze hun geld aan uitgeven en niet aan uitgeven. Niet moeten rijke mensen in dure huizen wonen. Dat zou consumptiedwang zijn, kenmerk van een kapitalistische economie. Er geldt hier dus geen minimale woonquote; een maximale woonquote kan gelden bij “dure scheefheid”.

GroenLinks (…) onderschrijven de doelstelling (…) het tegengaan van scheefwonen (...)
(...)
(…) dat scheefwoners een meer marktconforme prijs betalen voor hun deels uit publieke middelen betaalde huurwoning.


“Scheefwoners” wonen volgens GroenLinks in een huis dat deels uit publieke middelen betaald is of wordt. Dus: “scheefwoners” betalen geen kostendekkende prijs. Daar gaat het om.

In casu levert dat onder meer de vraag op hoe groot het probleem van het scheefwonen nu eigenlijk is.

Precies. Eerst moet worden nagegaan wie geen kostendekkende prijs betalen.

Daartoe dienen eerst kosten kritisch onderzocht te worden. Dit is in Prijzen moeten kosten dekken en bij de PvdA al aan de orde gesteld. GroenLinks schenkt in het verkiezingsprogramma geen aandacht aan dit thema en is niet met een lid van de Tweede Kamerfractie vertegenwoordigd in de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen.

Als hogere kosten veroorzaakt zijn door verkeerd beleid is het geen uitgemaakte zaak dat huurders hogere huur moeten betalen. Voor bepaalde gevolgen van gemeenschappelijk beleid kan gemeenschappelijke financiering gepast zijn. (Bijvoorbeeld, Margreet de Boer woont in een goedkoop huis. Sybilla Dekker sloopt dat huis. Moet Margreet de Boer nu een duur huis betalen?)

huizenmarkt en marktideologie

De solidariteit tussen jong en oud, man en vrouw, gezond en ziek en rijk en arm, wordt versterkt. Dit wordt bereikt via onder andere:
(...)
d) modernisering van de woningmarkt;

(...) We zijn het eens met de uitgangspunten van het akkoord Wonen 4.0 en pakken de kans om de huursector en koopmarkt in samenhang met elkaar te hervormen.

Met welke uitgangspunten van Wonen 4.0 is GroenLinks het eens? De marktideologie ligt eraan ten grondslag. Als GroenLinks het daarmee eens is kan de partij worden afgeschreven. Zie De marktblaffers – Kritiek op Wonen 4.0.
Waarschijnlijk is GroenLinks het er niet mee eens. Over economie schrijft GroenLinks onder meer:

De duurzame economie staat voor de deur.
Het is tijd onze neoliberale economie grondig te herzien. Klassieke economische groei levert niet meer wat zij ons zo lang vanzelfsprekend gaf: betere levens. Ondanks de stijgende welvaart nemen welzijn en geluk niet meer toe. Een duurzame economie is gericht op het welzijn van mensen, werkt zonder schulden en is financieel en ecologisch in balans.

(...)

Het is tijd voor een bredere opvatting van rijkdom en vooruitgang, waarin groei van welzijn en behoud van natuur en milieu centraal staan. Het uitgangspunt van een gezond financieel-economisch beleid is het Bruto Nationaal Geluk. GroenLinks investeert nu in een schone en groene toekomst.

GroenLinks is bekend met theorie van Amartya K. Sen. Dat klinkt hier door.

hypotheekrenteaftrek

De hypotheekrenteaftrek wordt geleidelijk afgeschaft. Het bedrag aan hypotheekschuld waarover rente kan worden afgetrokken wordt in 2013 voor bestaande hypotheken gemaximeerd op 1 miljoen euro en voor nieuwe hypotheken op 5 ton, en daarna in 25 jaar stapsgewijs afgebouwd tot nul. De waarde van het eigen huis wordt geleidelijk betrokken in de vermogensrendementsheffing, waarbij een vrijstelling geldt ter hoogte van de waarde van een gemiddeld huis. Tegelijkertijd worden het eigenwoningforfait en de overdrachtsbelasting geleidelijk afgebouwd.

GroenLinks wil de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait afschaffen. De voorstellen kunnen voldoen aan de in Burgerbeweging voorgestelde voorwaarden.

starters

(…) We verbeteren de positie van starters op de woningmarkt door een starterspremie in te voeren. Zo kunnen zij makkelijker een woning kopen en krijgt de bouwsector een impuls. (…)

(...)

Hypotheekrenteaftrek is een subsidie voor rijke mensen, die bovendien woningen onbetaalbaar duur maakt voor starters.
(...)
GroenLinks wil het makkelijker maken voor starters om een huis te kopen. Daarom krijgen zij een 'starterspremie'. Ook verlagen we de overdrachtsbelasting geleidelijk (de overdrachtsbelasting is belasting op het kopen van een huis).
(…) en maken we het kopen van een huis mogelijk voor starters.

GroenLinks wil starters op weg helpen, goede zaak. De starterspremie is een vorm van subsidie. Deze is geoorloofd omdat de huizenmarkt niet goed werkt, omdat starters vaak in een ongunstige positie verkeren en als anticyclisch conjunctuurbeleid.

Nog enkele citaten zonder commentaar:

De overheid stimuleert het bouwen van flexibele constructies die naar behoeven kunnen worden (her) gebruikt als kleine bedrijven, kantoren of woningen van verschillende groottes.

De overheid ondersteunt groene investeringen en duurzame woningbouw door voldoende gunstige financieringsconstructies beschikbaar te stellen voor bestaande en nieuwe woningen.

Bij nieuwbouw krijgt particulier opdrachtgeverschap ruim baan.

De zeggenschap van burgers in zorg- en onderwijsinstellingen en woningcorporaties wordt versterkt, bijvoorbeeld door de bevoegdheden en rechten van cliënten- en bewonersraden uit te breiden. Daarbij moet ook aandacht worden gegeven aan kwetsbare groepen zoals zwerfjongeren en verslaafden.

Er wordt ruimtelijk beleid ontwikkeld om de autoafhankelijkheid en mobiliteitsgroei te verminderen. Dit betekent inzetten op compacte steden en het ontwikkelen van normen voor nieuwe wijken en herstructureringsprojecten die ervoor zorgen dat alle basisfuncties zoals onderwijs, gezondheidszorg, winkelen en hoogwaardig OV op fiets- en loopafstand komen te liggen.

Gemeenten gaan een leegstandsbeleid voeren. Op nieuwe kantoren en bedrijfspanden wordt een ‘verwijderingsbijdrage’ geheven, die wordt gebruikt om bestaande kantoren en bedrijfspanden om te bouwen tot bijvoorbeeld woningen of ze te slopen. Leegstand langer dan een jaar kan door gemeenten worden beboet met een leegstandsheffing. Bij langdurige leegstand kan een gemeente een kantoor of bedrijfspand tegen de marktwaarde vorderen om te renoveren of te slopen. Overbodige regels die ombouw belemmeren worden aangepakt.

De overheid bevordert dat nieuwe woningen rekening houden met verschillende levensfasen en makkelijk aanpasbaar zijn voor mensen met een handicap. Daarnaast wordt gestimuleerd dat bestaande woningen geschikt worden gemaakt voor bewoning door ouderen en mensen met een handicap.

GroenLinks wil dat ouderen langer zelfstandig kunnen wonen. De bouw van woningen waarin meerdere generaties samenwonen en van woningen voor mensen met een beperking, zoals dementie, wordt gestimuleerd. Er wordt serieus werk gemaakt van levensloopbestendige bouw en renovatie, in overleg met relevante organisaties en uitgaande van de bestaande keurmerken en voorschriften. Daarnaast wil GroenLinks dat het voor familieleden en naasten makkelijker wordt om zorg in, naast of bij de woning te verlenen (mantelzorgwonen). Het bijplaatsen van een mantelzorgwoning of zorgkamer moet door versoepeling van de regels veel makkelijker worden gemaakt. We willen bovendien onderzoeken welke financiële mogelijkheden er zijn om dit ook voor minder draagkrachtigen te financieren.


oordeel over GroenLinks

GroenLinks maakt, hoewel marktborrelpraat afwezig is in het verkiezingsprogramma, onvoldoende duidelijk waar het staat ten aanzien van de marktideologie bij huisvesting. De opmerking dat GroenLinks “het eens is met de uitgangspunten van het akkoord Wonen 4.0” en sommige uitspraken van senator De Boer zijn verwarrend en verontrustend. Het zou goed zijn als GroenLinks enkele zaken expliciet zou verklaren, namelijk:

– dat GroenLinks de neoliberale marktideologie bij huisvesting afwijst
– wat GroenLinks onder “sociale huizen” verstaat, en met name dat “niet marktconform” nog niet “sociaal” is
– dat ook GroenLinks kosten kritisch wil onderzoeken, al of niet in de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen
– dat het mensen vrij staat om huisvesting in coöperatieve vorm te organiseren
– hoe GroenLinks de brede maatschappelijke rol voor woningcorporaties wil financieren.

Als GroenLinks dit bevestigt en opheldert kan het oordeel zijn dat GroenLinks een goed verkiezingsprogramma voor huisvesting heeft, zowel voor huurders als voor kopers. Als GroenLinks daarentegen de marktideologie aanhangt kan de partij worden afgeschreven.

Een opmerking voor GroenLinks en de SP over onderzoek naar kosten en inefficiëntie:

Zie Wat kost een huis? Zulk onderzoek is cruciaal. Het is een eerste thema in Burgerbeweging. Het onderzoek dient kritisch te zijn. De Tijdelijke Commissie Huizenprijzen bestaat nu uit vertegenwoordigers van PvdA, D66, CDA, VVD en PVV, niet van GroenLinks en de SP. Om te bevorderen dat onderzoek voldoende kritisch plaatsvindt, zou betrokkenheid van GroenLinks en de SP wenselijk zijn.



 Partij voor de Dieren            |  terug   |  

Het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Dieren heet Hou vast aan je idealen, laat ze niet wegcijferen (hier). De paragraaf over huisvesting staat in hoofdstuk 8, De economische crisis als kans.

Hou vast aan je idealen

De aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht. De economie is in de greep geraakt van monetaire vraagstukken. Geld regeert; alles wat werkelijk waarde heeft wordt hieraan ondergeschikt gemaakt. De dieren en de natuur zijn verworden tot een product met een prijs. Zelfs de verlangens en zorgen van mensen worden uitgedrukt in geld. Deze eenzijdige benadering staat de noodzakelijke koerswijziging in de weg.

De huidige crises kunnen niet worden opgelost met symptoombestrijding — maar vergen radicaal andere keuzes. De Partij voor de Dieren is nog niet groot, maar is wél de sterkst groeiende politieke partij van Nederland. We denken fundamenteel anders dan de traditionele politieke partijen. Wij willen af van het single-issuedenken dat de westerse mens en z’n geld centraal stelt bij elke beslissing.

(...)

Durf groot te denken, verhef je stem, hou vast aan je idealen. Laat ze niet wegcijferen door de mensen die de huidige problemen hebben veroorzaakt. Einstein zei al dat we problemen niet kunnen oplossen met de denkwijze die ze veroorzaakte. Dus, geen rekensommetjes in de marge van de crisis — maar hoop en concrete oplossingen voor een duurzame toekomst. Die overweging kan maar tot één keuze leiden: kies Partij voor de Dieren.

Hoofdstuk 7 Een betrouwbare overheid

(...)

De afgelopen jaren zijn kerntaken van de overheid uit handen gegeven aan de markt. Delen van het onderwijs, de zorg, de huisvesting, de energievoorziening en het openbaar vervoer zijn overgelaten aan zelfstandige bestuursorganen en private partijen. Daardoor is de afstand tussen de beleidsmaker en de uitvoerder steeds groter geworden en is de menselijke maat in zorg- en onderwijsinstellingen zoekgeraakt. Ondanks het streven naar verminderde bureaucratie heeft dit in de praktijk geleid tot een toename van de controle-, verantwoordings- en toezichtbureaucratie. De stelling dat de markt efficiënter werkt dan de overheid blijkt in de praktijk dan ook vaak niet te kloppen.

Hoofdstuk 8 De economische crisis als kans

Economische transitie
De Partij voor de Dieren pleit voor een duurzame en solidaire economie die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee de mogelijkheden voor toekomstige generaties in gevaar te brengen. De natuurlijke hulpbronnen moeten eerlijk worden verdeeld, waarbij we voldoende overlaten voor mensen elders op de wereld en voor komende generaties.

Groei beter meten. Het bruto binnenlands product (bbp) is niet geschikt als maatstaf voor het meten van ons welzijn. In dit cijfer worden geluk, gezondheid, de kwaliteit van het onderwijs en een prettige leefomgeving niet meegenomen, terwijl bijvoorbeeld de kosten van het opruimen van milieuvervuiling worden meegeteld als een positieve bijdrage. Doordat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen de kwantiteit en de kwaliteit van welvaart, ontstaat een ongewenste fixatie op geld, inkomensgroei en consumptie. De Partij voor de Dieren wil af van deze beperkte focus op economische groei. Wíj zetten welzijn centraal.

• Voor het bepalen van het overheidsbeleid en het meten van onze welvaart gaat de overheid indicatoren gebruiken die een andere kijk op de economie bevorderen en waarbij rekening gehouden wordt met menselijk en natuurlijk kapitaal.

(...)

Voorbereiden op schaarste. We moeten ons gaan voorbereiden op de schaarste van diverse grondstoffen. Het is aan de overheid om daarin een leidende rol te nemen.

(...)

Woningmarkt
Voor de meeste mensen wordt het vinden van een betaalbare woning steeds moeilijker. De onzekerheid over de hypotheekrenteaftrek heeft de woningmarkt op slot gezet. Tegelijkertijd zijn er lange wachtlijsten voor betaalbare huurwoningen.

De Partij voor de Dieren wil de woningvoorraad verduurzamen en de woningmarkt geleidelijk hervormen. Hierdoor krijgen starters de kans een eigen huis te kopen en huurders de kans om snel een goede woning te vinden.

De waarde van een eigen huis. De Partij voor de Dieren wil af van fiscale prikkels die stimuleren tot het hebben van schulden en die het aflossen van een hypotheek beboeten.
• Over een periode van dertig jaar wordt de hypotheekrenteaftrek geleidelijk afgeschaft. Dit kan door het percentage waartegen kan worden afgetrokken per direct te maximeren op 45% en dit maximale aftrekpercentage vervolgens elk jaar met 1,5% te verlagen. De extra lasten worden deels teruggegeven via een verlaging van de inkomensbelasting en het afschaffen van het eigenwoningforfait.
• Bestaande hypotheken worden hetzelfde behandeld als nieuwe hypotheken.
• De overdrachtsbelasting wordt afgeschaft.
• Banken werken verplicht mee aan een verruimde mogelijkheid voor het boetevrij aflossen van bestaande hypotheken.

Huren zonder zorgen. Woningcorporaties vervullen een belangrijke maatschappelijke taak: het bieden van goede en betaalbare huurwoningen. Deze taak is bij veel woningcorporaties uit beeld geraakt als gevolg van de verzelfstandiging en gebrek aan adequaat toezicht.
• De privatisering van woningcorporaties wordt teruggedraaid.
• Grote woningcorporaties worden opgesplitst.
• De bewoners krijgen via versterkte inspraak meer invloed op het beleid van de woningcorporatie.
• Wie met een goed inkomen een sociale huurwoning bezet houdt gaat meer huur betalen om de doorstroom te bevorderen.
• De overheid gaat strenger optreden tegen malafide verhuur van woningruimte en huisjesmelkers.

Duurzaam wonen. We willen de woningvoorraad ten minste energieneutraal maken. Beter nog is het als gebouwen en woningen meer energie opwekken dan ze gebruiken. Dat levert milieuwinst, banen en een lagere energierekening op.
• Woningcorporaties worden verplicht om jaarlijks een deel van hun woningbestand te isoleren.
• Gemeenten gaan actief aan de slag met het vergroenen van hun wijken; nationale regels vormen hierbij geen belemmering.
• Er wordt in elke gemeente een coördinator aangesteld die bewoners met raad en daad ondersteunt wanneer zij hun wijk willen verduurzamen.
• De bestaande overheidsgebouwen worden binnen vijf jaar energieneutraal gemaakt en voorzien van zonnepanelen.
• Alle nieuw gebouwde woningen worden vanaf nu ten minste energieneutraal.
• Energierenovaties worden aangemoedigd door toepassing van het lage BTW-tarief.
• De Onroerendezaakbelasting (OZB) wordt gedifferentieerd naar energieverbruik.

Stimulans voor meergeneratiewoningen. De Partij voor de Dieren vindt het belangrijk dat zorg en ondersteuning van ouderen, mensen met een beperking en kinderen in de eigen wijk kan plaatsvinden. Dit stimuleert de sociale samenhang en gaat eenzaamheid tegen. Tegelijkertijd levert het een besparing in de zorgkosten op.
• Meergeneratiewonen wordt aangemoedigd door een ruimhartig beleid ten aanzien van het bouwen van aanleunwoningen voor jongeren of ouderen op eigen erf.
• Woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars ontwikkelen woningen waar wonen en zorg met elkaar gecombineerd worden.

Studentenhuisvesting verdient prioriteit. De Partij voor de Dieren wil studenten een goede kans geven om in de buurt van hun studie te wonen.
• Huurders van (studenten)kamers krijgen recht op huurtoeslag als de huur voldoet aan het puntensysteem.
• Waar een tekort aan studentenwoningen is, worden snel duurzame woningen gerealiseerd, bij voorkeur in leegstaande (kantoor)gebouwen.

Leegstand tegengaan. Terwijl veel mensen op zoek zijn naar een betaalbare woning staan veel gebouwen leeg. Leegstand mag niet worden beloond.
• Het kraakverbod wordt teruggedraaid.
• De melding van leegstaande kantoorpanden en winkelruimten wordt verplicht.
• Er komt een onderhoudsplicht voor gebouwen die gebruikt worden voor antikraak.


Commentaar

De opvatting van economie van de PvdD is verwant aan die van Kritiek op de huurplutocratisering. Ter vergelijking:

Een kapitalistische economie is geen vrije markteconomie en is gericht op maximale geldschepping in plaats van optimale wensvervulling. Kapitalisme is gericht op de belangen van een zeer beperkte groep mensen. Kapitalisme heeft zich natuurlijk ontwikkeld tot de plutocratie, de geldheerschappij, waarin op het economische zowel als het ethische, politieke en ecologische vlak geld eerste idee, waarde en doel is. Het is een bedreiging van democratie en een ecologisch funest economisch systeem.

Laat ze [je idealen] niet wegcijferen door de mensen die de huidige problemen hebben veroorzaakt.

In een recent interview zegt mevrouw Marianne Thieme:

"Het is volstrekt ongeloofwaardig als je alle partijen hoort zeggen dat ze de oplossing hebben, terwijl ze de problemen zelf hebben veroorzaakt. Zelfs de SP wil inzetten op economische groei. Wij zijn de enige partij die zeggen dat economische groei de oorzaak is van de crisis." (NU.nl)

Ter vergelijking: de ideologie en praktijk van neoliberaal kapitalisme is hoofdoorzaak van de economische toestand in de wereld, en VVD, D66 en CDA zijn neoliberaal kapitalistische partijen. (Dit is niet hetzelfde standpunt als dat van de PvdD).

De afgelopen jaren zijn kerntaken van de overheid uit handen gegeven aan de markt. Delen van het onderwijs, de zorg, de huisvesting, de energievoorziening en het openbaar vervoer zijn overgelaten aan zelfstandige bestuursorganen en private partijen. (…) De stelling dat de markt efficiënter werkt dan de overheid blijkt in de praktijk dan ook vaak niet te kloppen.

Ter vergelijking: “Westerlingen dromen van systemen die zo volmaakt zijn dat geen mens goed hoeft te zijn”, zei Ghandi. De particuliere sector en de gemeenschappelijke sector hebben een vooropstaande overeenkomst: in beide werken mensen. En in beide falen mensen.

Ter zake.

Woningmarkt

Hierboven gebruikt de Partij voor de Dieren het woord “huisvesting”. Dat is een beter woord. Wonen en huizen zijn meer dan een economische aangelegenheid, en voor zover het een economische aangelegenheid is, zijn diverse economische ordeningsmechanismes nodig, niet alleen een “markt”.

• Wie met een goed inkomen een sociale huurwoning bezet houdt gaat meer huur betalen om de doorstroom te bevorderen.

Wat zijn sociale huizen? Als de PvdD daarmee bedoelt: huizen waarvan de prijs die bewoners betalen de kosten niet dekt, is dit standpunt aanvaardbaar. Dan moeten we eerst kritisch naar kosten kijken. We aanvaarden productief efficënte kosten, daar inefficiëntie niet op woners afgewenteld mag worden. (Over dit beginsel valt meer te zeggen). Dit standpunt is conform de vrije markt als economische norm.

Kosten zijn ook kosten van externe effecten zoals milieueffecten. Afhankelijk van de aard ervan dienen ze door degene die ze maakt, de bewoner of de gemeenschap gedragen te worden. “De vervuiler betaalt” speelt hier een rol.

Als de PvdD met “sociale huizen” bedoelt wat kapitalisten ermee bedoelen, namelijk huizen met een “niet-marktconforme” prijs, aanvaardt de PvdD de ideologie die zij bestrijdt. Dat kan de PvdD dus niet bedoelen.

Over een periode van dertig jaar wordt de hypotheekrenteaftrek geleidelijk afgeschaft.

Afschaffing van hypotheekrenteaftrek is gunstig voor kopers als deze voldoet aan de in Burgerbeweging voorgestelde voorwaarden.

• De privatisering van woningcorporaties wordt teruggedraaid.

Privatisering heeft een groot voordeel – voor directeuren, die zichzelf dan “marktconforme” salarissen kunnen gaan betalen. Dat voordeel is een nadeel.

Duurzaam wonen. (...)

Bij zulke goede en juiste ideeën is het wel wenselijk om iets over de financiering te zeggen.


Oordeel over Partij voor de Dieren

De PvdD wijst de neoliberale marktideologie af. Dat is voorwaarde voor goed huisvestingsbeleid en gunstig voor huurders en kopers.

De paragraaf over huisvesting is een opsomming van goede ideeën.

De PvdD zou zich nog wel expliciet dienen uit te spreken over wat zij onder “sociale huizen” verstaat (net als GroenLinks).
Gelet op het belang van nieuwbouw zou de PvdD nader kunnen ontwikkelen hoe zij nieuwbouw – van de gewenste kwaliteit op de gewenste plaats in voldoende aantal – denkt te verwezenlijken.

(Ten tijde van Dekker was de kwantiteit van nieuwbouw een hete kwestie; Dekker noemde aantallen. Geen van de tot dusver besproken partijen noemt een streefgetal voor nieuwbouw.)

Alles bij elkaar is de PvdD een goede keuze voor kopers en huurders - met een slag om de arm wegens juistgenoemde vraagpunten.

In een stemwijzer voor bouwprofessionals is de Partij voor de Dieren naar voren gekomen als beste partij voor kantoor-huisvesting.



 VVD               |  terug   |  
 
Het verkiezingsprogramma van de VVD voor 2012-2017 heet Niet doorschuiven maar aanpakken (hier).
In hoofdstuk 3, Omgeving, staan § 3.2 Woningmarkt en § 3.3 Ruimtelijke ontwikkeling (p. 34-36).
De volgende citaten komen van die drie bladzijden.
Daarnaast enkele citaten van mevrouw Betty de Boer (VVD) uit een recent interview met de heer Lucas Benschop op de nieuwswebsite NU.nl (dinsdag 28 augustus 2012).

vrije markt en overheid

De VVD is voor een vrije woningmarkt (...)

Dit is de basis van het programma. Een vrije huizenmarkt bestaat echter niet en nooit. Zie daarover Vrije markt, wonen en huizen. De VVD baseert het programma op iets dat niet bestaat. Dat is meteen fataal; het programma kan in de prullebak.

Het uitgangspunt van de VVD is om de hypotheekrenteaftrek te behouden.

Dit is in strijd met het vorige citaat. Op een vrije huizenmarkt bestaat geen hypotheekrenteaftrek; dit is een ingreep in de markt.

B. de Boer antwoordt op de vraag

Maar die aftrek is toch net zo marktverstorend als de subsidie op de huurmarkt?

“Je kunt het niet vergelijken. De huursubsidie is bedoeld voor mensen die het niet kunnen betalen. Bij de koopmarkt moet je het terugvoeren tot de inkomstenbelasting. Die is in Nederland het hoogst. De inkomens boven de 65.000 euro betalen 90 procent van alle inkomstenbelasting.”

Dus de VVD wil hypotheekrenteaftrek omdat hij de inkomstenbelasting te hoog vindt. Zo zo, gaat het de VVD daarom? Dat is oneigenlijk gebruik. De "marktverstoring" is dan blijkbaar geen bezwaar. Dat is inconsistent.

We willen het eigenwoningbezit stimuleren.

Is dat een taak van de overheid?

De VVD vindt dat mensen zelf mogen bepalen waar en hoe ze wonen.

Nietwaar. Van de VVD mogen rijke mensen niet in goedkope huizen wonen en mogen mensen hun huisvesting niet coöperatief organiseren.

Omdat de VVD voor een betrouwbare overheid staat (...)

Ja? Zie Vrijheid en legitieme verwachtingen.

woningcorporaties

De VVD wil dat woningbouwcorporaties zich weer toeleggen op hun kerntaak: de zorg voor voldoende woningen voor mensen met een kleine beurs (onder de huurtoeslaggrens). Woningbouwcorporaties moeten dus flink inkrimpen.
(...)
‘Terug naar de kerntaken’ betekent ook dat corporaties afhankelijk van de lokale/regionale situatie, geleidelijk (over een periode van 5 tot 10 jaar) een groot deel van hun woningenbestand afstoten (voor Nederland betekent dat de helft). (...) Het aantal woningen moet uiteindelijk worden afgestemd op het aantal mensen dat werkelijk een inkomen heeft tot de huurtoeslaggrens. Dat betekent dat de corporatiesector flink zal inkrimpen.
(...)
Zittende huurders krijgen het eerste recht op koop.

Woningcorporaties moeten voldoende goedkope huurhuizen hebben en moeten er dus niet veel verkopen, en daar al helemaal niet toe verplicht worden.
Het staat mensen vrij om hun huisvesting in coöperatieve vorm te organiseren. Dat geldt zowel voor mensen die geen kostendekkende prijs kunnen betalen als voor mensen die dat wel kunnen. De VVD bestrijdt coöperatieve organisatie van huisvesting omdat kapitalisten er dan minder of minder gemakkelijk winst aan behalen.

Het debacle met woningbouwcorporatie Vestia toont aan dat het stelsel van woningbouwcorporaties ook organisatorisch op de schop moet.

Dat is een heel neoliberaal-kapitalistisch debacle, en de VVD vertegenwoordigt die ideologie en heeft boter op zijn hoofd.

huurhuizen en “subsidie”

Er zijn in Nederland teveel gesubsidieerde huurwoningen, dit verstoort de woningmarkt. Ruim een derde van de Nederlandse woningen is gesubsidieerd
(...)
De meeste huurwoningen worden zelfs dubbel gesubsidieerd: de huurprijs wordt kunstmatig laag gehouden én er wordt huurtoeslag betaald.
(...)
In de eerste plaats maken we een einde aan de dubbele subsidiering van huurwoningen.

Huurtoeslag is niet aan huizen gebonden, maar aan de huurders. Het is geen zgn. “objectsubsidie” en betekent niet dat het huis gesubsidieerd is: de huurder ontvangt subsidie.
Huurprijzen zijn geregeld. Huurprijsregels zijn geen subsidie (zie verder Het fabeltje van economische subsidie aan huurders).

Met deze twee fouten van de VVD onvalt de grond aan de stelling dat er “teveel” gesubsidieerde huurhuizen zijn.

Huurprijsregels en huurtoeslag zijn beide ingrepen in de huizenmarkt, maar niet verstoringen, want ze zorgen ervoor dat de uitkomst dichter bij een optimale uitkomst ligt dan bij laisser faire.

“marktconforme” huurprijzen

Woningbouwcorporaties spelen een belangrijke rol in de verstoring van de markt. Door de niet-marktconforme huurprijzen maken ze het gat tussen de particuliere huurmarkt en de gesubsidieerde huurmarkt te groot.
(...)
In de tweede plaats maken we een einde aan de verschillen tussen gesubsidieerde huur en particuliere huur.
(...)
Woningbouwcorporaties moeten hun woningen bovendien gaan verhuren tegen een marktconform tarief.


Hier staat:
oorzaak: niet-marktconforme huurprijzen
gevolg: verstoring van “de markt”

Dit faalt. Correct is:
premisse: “de markt” is geen vrije markt en is dat nooit
conclusie: huurprijzen moeten niet “marktconform” zijn.

Ongeregelde huurprijzen zijn hoger dan geregelde huurprijzen. Volgens de VVD is “het gat te groot”. Om het kleiner te maken kunnen ongeregelde huurprijzen dalen. Die zijn te hoog (net als koopprijzen), niet is aangetoond dat geregelde prijzen te laag zijn.
Op een vrije markt (waarop de VVD zich beroept) zijn prijzen gelijk aan productief efficiënte kosten en maken bedrijven geen winst. Deze evenwichtsprijs kunnen we als economische normprijs nemen. Om de “juiste prijs” te bepalen dienen we eerst te beoordelen hoe hoog productief efficiënte kosten zijn. Vervolgens vergelijken we prijzen met kosten.
Aannemelijk is, dat werkelijke kosten hoger zijn dan productief efficiënte kosten. Dat er inefficiëntie, verspilling en kostenopdrijving is. (Volgens de PvdA valt hier veel winst te behalen). Hoewel kosten waarschijnlijk te hoog zijn, is er bij ongeregelde huurprijzen toch nog winst. Volgens de norm van de vrije markt zijn ongeregelde huurprijzen dan te hoog. Geregelde huurprijzen liggen dichter bij de economische normprijs.

Zie hierover o. a. Vrije markt, wonen en huizen en Prijzen moeten kosten dekken.

Dat leidt tot eerlijker huurprijzen (...)
(…)
Verhuurders ontvangen een redelijke huur (…)
(...)
Wie meer gaat verdienen, gaat immers geleidelijk aan een normale (marktconforme) huur betalen (...)

“Marktconform” heet bij de VVD dus “eerlijk”, “redelijk” en “normaal” (en volgens Wonen 4.0 heet het “reëel”).
De plutocratenclub, die bedriegt, moet niet praten over “eerlijk”. Die niet consistent redeneert, moet niet praten over “redelijk”. Die niet weet wat een vrije markt is, moet niet praten over “normaal”.

“scheef wonen”

Mensen met een gesubsidieerde huurwoning verhuizen bij een stijgend inkomen niet snel, omdat zij dan ineens veel meer gaan betalen voor hun huis. Dit werkt ‘scheefwonen’ in de hand. Het gevolg is een huursector die op slot zit. Daardoor zijn er te weinig goedkope huurwoningen beschikbaar voor mensen die het echt nodig hebben.
(...)
In de derde plaats maakt de VVD met deze stelselwijziging een einde aan het scheefwonen.

De VVD weet niet wat gesubsidieerde huizen zijn en welke huizen dat zijn. De VVD weet ook niet wat “scheef wonen” is.
In een notedop:
– het staat rijke mensen vrij om in goedkope huizen te wonen, zij hoeven niet te verhuizen;
– een kwestie ontstaat pas als woners geen kostendekkende prijs betalen terwijl ze dat wel kunnen en het terecht zou zijn;
– een gebrek aan goedkope huizen is een kwantitatief probleem, geen distributief probleem.

Zie hierover Arme en rijke mensen, goedkope en dure huizen, Wat zijn sociale huizen? en Wat kost een huis?

financiering huurtoeslag en huurcie

De opbrengsten uit marktconforme huur en verkoop van woningen kunnen worden afgeroomd en vervolgens aangewend om een passende huurtoeslag voor mensen met een laag inkomen te garanderen.

De VVD wil dat sommige huurders meebetalen aan de huur van andere huurders. Dit is huurprijsverdeling. De VVD motiveert niet waarom juist dit de aangewezen vorm van solidariteit tussen woners is. Dit is een vraagpunt in Burgerbeweging.
Opbrengsten uit “marktconforme” huurprijzen zijn er niet en zullen er niet komen, dus zo kan huurtoeslag niet gefinancieerd worden; wel kan dat uit afschaffing van hypotheekrenteaftrek.

(…) door de afschaffing van huurcommissies en puntensystemen

zijn huurders zo vrij als een vogeltje.

nieuwbouw

B. de Boer antwoordt in het interview op de vraag

Wat is het grootste probleem op de woningmarkt?

“Tot 2020 hebben we 500.000 woningen nodig. Dus de vraag is groot. Maar de markt ligt stil door gebrek aan consumentenvertrouwen.”

Dat is 70.000 huizen per jaar. Nieuwbouw sinds 2000 laat zien dat dat bij de bestaande organisatie van huisvesting mogelijk is. De daling van nieuwbouw in 2010 en 2011 is te wijten aan de economische crises.
 
Ook wordt het voor particuliere ontwikkelaars interessant om betaalbare huurwoningen te bouwen, omdat er een einde komt aan de verstoring op de huurmarkt.

Dit is VVD-newspeak voor: huurprijzen stijgen en particuliere ontwikkelaars maken meer winst. Maar op een vrije markt, waarop de VVD zich beroept, maken bedrijven geen winst. Het betoog van de VVD is inconsistent. Zie nader Kapitaal en “investeringsklimaat”.

vraag en aanbod

(…) huurprijzen die beter aansluiten bij vraag en aanbod (...)

Huurprijzen stijgen, vraag naar huurhuizen daalt, de woonwensen achter die vraag blijven onvervuld. Deze situatie is suboptimaal omdat “de markt” inefficiënt is.

starters

Zoals alle politieke partijen wil de VVD starters steunen. De VVD wil dat door afschaffing van de overdrachtsbelasting voor starters, hen gemakkelijker een hypothecaire lening laten verstrekken en belastingvrije schenkingen van ouders.

particuliere opdrachtgevers

De overheid stimuleert particulier opdrachtgeverschap door ruimte te bieden aan eigen initiatief en door belemmeringen in regelgeving en uitvoering weg te nemen. Hierdoor krijgt ook de woningmarkt een impuls.

leegstand

De VVD vindt de huidige leegstand van kantoorruimten en bedrijfsgebouwen een zorgelijke ontwikkeling. De overheid moet de markt mogelijkheden geven om verouderde terreinen weer rendabel te maken. Dit kan onder meer door de tijdelijke ontheffing van een bestemmingsplan te verlengen naar maximaal tien jaar. Tevens moet de bouwregelgeving worden versoepeld om meer functies en bestemmingen in een gebouw mogelijk te maken zonder procedures te volgen.

De VVD wil beide bevorderen door minder regels. Het is een goed voorstel om kritisch naar regels te kijken.


oordeel over VVD

Nederlands Go Back Team.

De VVD is een kapitalistische partij en dus geen liberale partij.

Zie over de VVD-ideologie nader Neoliberalisme als vorm van kapitalisme.

Tegen de praktijk van de neoliberale marktideologie van de VVD is burgerlijke ongehoorzaamheid legitiem.



 CDA          terug |

Het verkiezingsprogramma voor 2012-2012 van het CDA heet Iedereen (hier).

Huisvesting wordt besproken in hoofdstuk 7, Degelijke financiën, paragraaf Woningmarkt (p. 67-68). Er staan voor huisvesting relevante passages, thema's en opmerkingen in diverse andere hoofdstukken.
Verder is van belang een recent interview met minister L. Spies (CDA).

Citaten uit het programma:

Herstel van vertrouwen op de woningmarkt

• Woningcorporaties krijgen meer armslag om te investeren in huurwoningen en kunnen daarmee doorstroming op de huurmarkt vergroten
• Aflossen wordt bevorderd en bezitsvorming gestimuleerd
• Wie versneld de hypotheekschuld aflost krijgt een bonus
• Handhaven van de hypotheekrenteaftrek: iedereen trekt af tegen een gelijk tarief
• Huurlasten worden eerlijker verdeeld
• Invoeren van bouwsparen voor de eigen woning
p. 15

Samenleving en democratie

• Overheden zullen meer ruimte bieden aan een actieve inbreng van burgers bij het ontwerpen, uitzetten en uitvoeren van beleid (burgerparticipatie).
• Uitdrukkelijk zullen burgers meer worden uitgenodigd om mee te denken.
p. 19

Energie

• Voor nieuwbouwwoningen worden strengere normen gehanteerd voor energie-efficiency. Door middel van green deals is versterking van duurzame bouw mogelijk. Tevens wil het CDA betere energie-efficiency voor bestaande woningen bevorderen.
• Woningcorporaties krijgen de mogelijkheid om investeringen voor energiebesparing aan de huurder door te berekenen waarbij het voordeel van de lagere energierekening aan de huurder toevalt.
p. 35

Hoofdstuk 7. Degelijke financiën

Wij werken aan een nationale woonpacificatie, gericht op afbouw van de schulden en meer beweging op de woningmarkt.
p. 65

Woningmarkt

• Herstel van vertrouwen in de woningmarkt vraagt om een omvattend plan, dat zowel de koop- als de huurmarkt meeneemt en goede afspraken maakt met corporaties, gemeenten, bouwers, financiële sectoren, pensioenfondsen.
• Goede stap daartoe is (innovatieve) hervorming van de hypotheekrenteaftrek gericht op afbouwen van de hypotheekschuld zoals onder meer in het Lenteakkoord is afgesproken. Wij willen daarnaast, samen met lagere overheden, komen tot een samenhangend pakket van maatregelen om de (lokale) woningmarkt te stimuleren, via bijvoorbeeld verlaging van gronduitgifteprijzen, erfpacht, financiering voor grondverkopen, garantstellingen en (regionale) afstemming van de woningmarkt. Ten behoeve van versnelling van de afbouw van de schuld van mensen die al een hypotheek hebben, is een fiscale aflossingsbonus gewenst en financiers zullen de mogelijkheid moeten openen voor het jaarlijks tenminste voor 20% boetevrij aflossen op bestaande hypotheken. Onderzocht moet worden of en hoe tegoeden in prepensioenregelingen en levensloopregelingen aan te wenden zijn voor aflossing van bestaande hypotheken — zonder tussenkomst van de belastingdienst.
• Wij steunen collectief/coöperatief opdrachtgeverschap en bevorderen dat nieuwe woningen beter aansluiten bij de veranderende woonwensen van (toekomstige) bewoners.
• Een aanvullend pakket voor “starters” op de woningmarkt is noodzakelijk. Dit pakket bestaat uit onder meer: introductie van een bouwspaarregeling en verhoging van wat belastingvrij geschonken mag worden. Ook zouden regels voor starters bij het verstrekken van een hypotheek minder streng moeten worden.
• Met de introductie van de sociale vlaktaks heeft iedereen hetzelfde tarief voor de hypotheekrenteaftrek.
• Een evenwichtige verhouding tussen huurprijs, economische waarde en woonkwaliteit is een vereiste. Woningcorporaties krijgen meer mogelijkheden om te investeren in combinaties van wonen en zorg, levensbestendige en meergeneratiewoningen en huurwoningen voor de middengroepen. Zij krijgen meer ruimte om huurprijzen vast te stellen op basis van de werkelijke huurwaarde van de woningen, mits zij gezinnen met een laag inkomen danook een korting op de huur geven. We gaan dat via een convenant afspreken. Geven de corporaties geen invulling aan hun maatschappelijke taak, dan krijgen ze alsnog een heffing opgelegd. Binnen woningcorporaties krijgen huurders en gemeenten een prominentere rol in het toezicht. Nederland kent een aantal regio’s met een sterke bevolkingsdaling — krimp — en een veranderende bevolkingssamenstelling. Dit gegeven vraagt om unieke oplossingen wanneer het gaat om woningbouw en voorzieningen.
• Ook corporaties hanteren de menselijke maat. Als alle betrokkenen het erover eens zijn, kan een corporatie defuseren of juist fuseren. Uitgangspunt is dat ook in de sociale woningbouw geldt dat de woningbouwcoöperaties kleinschalig georganiseerd zijn en het algemeen belang van de samenleving nastreven.
p. 67-68

Financiële sector

• Er komen meer middelen vrij voor kredietverlening aan bedrijven en hypotheekverleningen voor de woningmarkt. (...)
p. 68

Maatschappelijke participatie

• Het CDA wil actief op zoek naar nieuwe vormen van financiering voor sociale projecten. Sociale projecten zijn van en voor de gemeenschap; charitatieve instellingen, woningcorporaties, branches, pensioenfondsen of zorgverzekeraars worden gestimuleerd om in deze zogenaamde social enterprises te investeren.
p. 73

Commentaar

In het programma van het CDA komen woorden zoals “marktwerking” en “marktconform” niet voor. Het woord “markt” komt alleen voor in “woningmarkt” en “huurmarkt”. De woorden “huurverhoging” en “scheef wonen” komen ook niet voor.

Er staat:

• Woningcorporaties krijgen meer armslag om te investeren in huurwoningen (...) (p. 15)
(…)
• Huurlasten worden eerlijker verdeeld (p. 15)
(...)
• Een evenwichtige verhouding tussen huurprijs, economische waarde en woonkwaliteit is een vereiste. Woningcorporaties (...) krijgen meer ruimte om huurprijzen vast te stellen op basis van de werkelijke huurwaarde van de woningen (…) (p. 68)

Er staat niet wat deze woorden betekenen.

Daartoe leggen we ons oor te luisteren bij minister L. Spies in haar interview. Zij praat als minister Dekker. Het CDA heeft in het programma haar woorden vervangen door andere. “Marktconform” heet nu “eerlijk”.

Dat is een goed teken! Het CDA ziet dat de praktijk van neoliberaal kapitalisme impopulair is bij mensen en bevestigt dat met zijn woordkeuze. (Daarom verbergt D'66 ook dat het neoliberaal is).

Tegelijk is het bedrieglijk. Tot het tegendeel is gemotiveerd dient het ervoor gehouden worden te dat het CDA toepassing van de marktideologie nastreeft.

Er staan ook goede of veelbelovende voorstellen in het CDA-programma:

• Overheden zullen meer ruimte bieden aan een actieve inbreng van burgers bij het ontwerpen, uitzetten en uitvoeren van beleid (burgerparticipatie).
• Uitdrukkelijk zullen burgers meer worden uitgenodigd om mee te denken. (p. 19)

maatregelen om de (lokale) woningmarkt te stimuleren, via bijvoorbeeld verlaging van gronduitgifteprijzen (p. 67)

• Wij steunen collectief/coöperatief opdrachtgeverschap (…) (p. 67)

Woningcorporaties krijgen meer mogelijkheden om te investeren in combinaties van wonen en zorg, levensbestendige en meergeneratiewoningen en huurwoningen voor de middengroepen. (p. 68)

Er staat niets in het programma over het aspect van kosten. Aangezien dit een hoofdzaak is, is dat een gebrek.
Het CDA noemt geen streefgetal voor nieuwbouw en gaat niet in op financiering daarvan (alleen noemt het pensioenfondsen als bron van krediet).

Net als alle partijen wil het CDA starters steunen. De voorgestelde maatregelen maken financiering gemakkelijker. Het CDA noemt nieuwbouw niet, terwijl nieuwbouw de eerste in aanmerking komende en voor de hand liggende manier is om starters te helpen.
(Het simpele verband tussen nieuwbouw en steun aan starters wordt echter in geen van de programma's expliciet gelegd).

Het CDA wil dat hypotheekrenteaftrek behouden blijft, maar dat hypotheken wel afgelost worden. Dat is tenminste een grote stap vooruit ten opzichte van de huidige situatie, die we bereikt hebben dankzij nuttige financiële innovatie in de vorm van een kip met gouden eieren.


Oordeel over CDA

Hoewel het CDA het in het verkiezingsprogramma verhult, dient het ervoor gehouden worden dat het CDA de marktideologie wil toepassen op huisvesting. Het CDA kan tot het neoliberaal kapitalistische kamp gerekend worden tot het zijn marktideologische veren gemotiveerd en overtuigend afschudt.

Negatief stemadvies.



 ChristenUnie                 terug |

Het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie voor 2013-2017 heet Voor de verandering (hier).

Huisvesting komt aan de orde in hoordstuk 5 Woningmarkt: gezond en rechtvaardig (p. 42-44). In hoofdstuk 6 Economie groen en sterk staan onder Kiezen voor kwaliteit de paragrafen Ruimte (p. 60) en Duurzaam bouwen en wonen (p. 62).

Citaten en kritiek:

(…) het op zich zeer prijzenswaardige woonakkoord 4.0.

Wellicht kan de ChistenUnie De marktblaffers – Kritiek op Wonen 4.0 lezen en dan opnieuw oordelen.

1. Huren geleidelijk marktconform. De huurmarkt functioneert zo mogelijk nog slechter dan de koopmarkt. Om het gat tussen sociale en particuliere huur te dichten, scheefwonen aan te pakken en de doorstroming te bevorderen is ingrijpen nodig. Daarom wordt de maximale huurprijs voor sociale huurwoningen geleidelijk marktconform gemaakt (4,5 procent van de WOZ-waarde) uitgaande van maximaal 2 procent extra huurstijging per jaar boven inflatie volgens de huursombenadering (gemiddelde huurstijging berekend per corporatie).
(…)
Omdat minder mensen in een voor hun inkomen te goedkoop huis wonen (...)

Einde verhaal. De CU past de marktideologie toe op huisvesting en het programma kan dus in de prullebak.

De woningmarkt werkt door de vele ingrepen van de overheid ronduit slecht, zowel de koop- als de huurmarkt.

Dit is marktideologie. De wezenlijke reden dat een vrije huizenmarkt niet bestaat is niet overheidsingrijpen. Omdat een vrije huizenmarkt niet en nooit bestaat kan gemeenschappelijk optreden altijd wenselijk zijn. Daarbij is huisvesting meer dan een “markt”.

Zie voor standpunten inzake hypotheekrenteaftrek, starters, leegstaande kantoren en duurzame bouw het programma. Wat hier aan goede punten staat komt bij andere partijen ook voor en pleit niet juist voor de CU.


Oordeel over ChristenUnie

De ChristenUnie is een vreemde partij. In het voorwoord en hoofdstuk 1 van het verkiezingsprogramma staat:

Dit programma staat in een lange christelijk-sociale traditie en is gefundeerd op de kerndocumenten van onze partij.

De ChristenUnie kiest voor:
(...)
3. Waarden in de economie. Want alleen een economie waarin gerechtigheid heerst kan bloeien.


Veelbelovende woorden. En vervolgens wil de CU de neoliberale marktideologie toepassen op huisvesting. Dat is tegenstrijdig en doet vermoeden dat de CU de marktideologie niet begrijpt — een christelijk-sociale traditie en laisser faire zijn echt heel andere dingen, en laisser faire en rechtvaardigheid ook. 



 50PLUS         terug |

Het verkiezingsprogramm(2012-2017) van 50PLUS heet 50 Pluspunten (hier).

Over huisvesting staat er

6. Nieuwe contracten voor hypotheekrente moeten inhouden dat leningen in 30 jaar worden afgelost. In verband met de situatie op de woningmarkt en de te verwachten
koopkrachtvermindering de komende jaren, moeten starters desgewenst gedurende de eerste drie jaar de volledige aftrek krijgen.
• Overdrachtsbelasting wordt niet geheven over woningen tot 300.000 euro. Voor woningen tussen 300.000 en 600.000 euro geldt 2%, tussen 600.000 en 900.000 4%, en daarboven 6%
• Gelet de koopkrachtontwikkeling de komende jaren, wil 50PLUS geen extra huurverhogingen

22. Het zo lang mogelijk zelfstandig wonen staat voor ouderen centraal (levensbestendig).
• Senioren moeten directe inbreng hebben met hun woonwensen. Zowel bij nieuwbouw als verbouw
• Vanwege de snel toenemende verzilvering (vroeger noemden we dat vergrijzing) moet de woningmarkt aangepast worden voor de toekomstige generaties senioren. Betaalbaarheid staat voorop
• De financiering van wonen en zorg moet gescheiden worden, waardoor mensen kunnen kiezen waar ze wonen

23. Bij renovatie van oude wijken, of het bouwen van nieuwe wijken, krijgt sport op straat letterlijk een belangrijke plek.


Oordeel over 50PLUS

Hieruit blijkt dat 50PLUS een aanvaardbare partij is voor huurders. De maatregel voor starters is niet adequaat, omdat “volledige aftrek” op zichzelf hen financieel niet voldoende helpt om de sprong naar een koophuis te maken. De handhaving van de hypotheekrenteaftrek is ongunstig voor veel woners, gunstig voor sommige; dit hangt van de situatie af.



 EIB               terug |

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) bracht op vrijdag 7 september j. l. het rapport Verkiezingsprogramma's Gevolgen voor de woningmarkt en de bouwproductie uit (hier). Het EIB beziet de verkiezingsprogramma's uit oogpunt van de bouwsector.

Het EIB wijst erop dat door afschaffing of beperking van hypotheekrenteaftrek prijzen van koophuizen dalen (zie o. a. p. 8). Dat is zo, en dat is goed, want koophuizen zijn nu te duur.

Het EIB maakt de gevolgtrekking dat investeringen, nieuwbouw en werkgelegenheid in de bouw dalen bij afschaffing of beperking van hypotheekrenteaftrek (p. 8-11). Dat hoeft echter niet te gebeuren dankzij gemeenschappelijke investering (zie nader Burgerbeweging).

Het EIB erkent dat afschaffing van overdrachtsbelasting vraag naar koophuizen stimuleert en wijst op het belang van steun aan starters.

Het EIB past de marktideologie toe op huurprijzen:

Op de vrije markt worden huren structureel bepaald door de kosten van het bouwen en ontwikkelen van woningen en het vereist rendement dat beleggers in huurwoningen moet worden geboden.
(...)
(…) een overgang uit de sociale sector naar de vrije markt (...)
p. 13, 14

Maar een vrije huizenmarkt bestaat niet.

Volgens het EIB stimuleren hogere huurprijzen bouwinvesteringen en werkgelegenheid:

De centrale conclusie is dat liberalisering van het huurprijsbeleid positief uitwerkt op de woningvraag, de bouwinvesteringen en de werkgelegenheid in de bouwsector. Dit komt doordat de onderconsumptie van woondiensten zal afnemen. De extra cash flow die wordt gerealiseerd kan aangewend worden voor belangrijke maatschappelijke investeringsimpulsen, die de komende kabinetsperiode al zouden kunnen worden gerealiseerd.
p. 16

Het EIB motiveert niet dat hogere huurprijzen een juist, geschikt, terecht, nodig of wenselijk middel tot deze doelen is. Het EIB maakt geen doelmiddelafweging. Dat is ook niet de taak van het EIB maar van de politiek. Zie nader Kapitaal en “investeringsklimaat”. Het EIB vertelt een verhaal in dezelfde verzameling als dat van Dekker.

Op dit rapport volgt een “fel pleidooi van Eelco Brinkman tegen aanpak hypotheekrenteaftrek”. E. Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, gaat voorbij aan de mogelijkheden van gemeenschappelijke nieuwbouw, steun aan starters en kleine bouwbedrijven en compensatie van afschaffing of beperking van hypotheekrenteaftrek. Deze kunnen verder gaan dan plannen in actuele verkiezingsprogramma's. Zie ook hier nader Burgerbeweging.

Nieuwsberichten trekken de conclusie dat “Woningmarkt meest gebaat bij plannen VVD”, maar die conclusie volgt geenszins uit het rapport van het EIB.
Commentaren onderscheiden belangen van de bouwsector niet van die van huurders en kopers. Hoge huizenprijzen – zowel koop- als huurprijzen – kunnen in het belang van de bouwsector zijn, maar zijn niet in het belang van kopers en huurders.  Hoge prijzen zijn niet in het belang van consumenten.

Het meningsverschil draait in wezen om de marktideologie. Aanvaard je de marktideologie? Dan kun je de VVD een goede partij vinden. Verwerp je de marktideologie? Dan kun je de SP, PvdA en PvdD goede partijen vinden.
De marktideologie is slecht voor bijna iedereen.



 Stemadvies            terug |

Voor huurders
– zowel actuele huurders als aspirant huurders

Stem SP.

Dit is de beste partij voor nieuwbouw, huurprijzen en huurbescherming. De SP steunt starters (maar dat doet elke partij). De SP stopt sloop en beziet kosten kritisch. Geen schadelijke plannen over huurprijsontregeling en “scheef wonen” en geen marktideologie.

Andere kandidaten zijn PvdA, PvdD en PVV.

Voor de PvdA pleit dat de PvdA kosten van huizen wil onderzoeken (zie PvdA en Wat kost een huis?). Dat kan ook gunstig zijn voor nieuwbouw. Wegens een ongemotiveerd standpunt over huurverhoging en een verkeerd standpunt over “scheef wonen” is de PvdA niet de eerste kandidaat voor huurders.

De PvdD heeft een goed programma voor huurders. Het richt zich terecht op aspecten van duurzaamheid zowel bij nieuwbouw als bestaande bouw.
Voor het sterkste huurdersblok in de volksvertegenwoordiging ligt de PvdD niet voor de hand als eerste keus.

De PVV motiveert zijn standpunten niet, en in die zin kunnen we deze oppervlakkig noemen. Daarom heeft de PVV voor huurders niet de voorkeur. Desalniettemin verdient het standpunt over huurverhoging veel waardering, temeer daar de PVV zich opstelt tegenover een consensus die bestaat onder een deel van de actoren.

GroenLinks heeft een onduidelijk en verontrustend programma en heeft niet geantwoord op vragen. GroenLinks valt af omdat het geen afstand neemt van de neoliberale marktideologie.

Miljoenen huurders zijn slechter af met CU, CDA, D66 en VVD.

Voor kopers
hier dienen we te onderscheiden:
– mensen die een huis willen kopen
– mensen die in een koophuis wonen en het willen verkopen
– mensen die in een koophuis wonen en daarin willen blijven wonen

mensen die een huis willen kopen

Stem PvdA of SP.

Voor aspirant-kopers is van belang dat hun koophuis niet te duur is. Koophuizen zijn nu te duur.

De PvdA en de SP spreken beide uit dat ze bouw- en andere kosten kritisch willen onderzoeken. Ze willen hypotheekrente-aftrek beperken, en daarmee de prijsopdrijvende werking daarvan. Ze willen betaalbare huizen bouwen. Dit is gunstig voor aspirant-kopers.

De SP en de PvdA vormen het sterkste blok tegen de VVD. De VVD is de slechtste partij voor de meeste aspirant-kopers, omdat de VVD huizenprijzen kunstmatig opgedreven wil houden en de onhoudbare hypotheekrenteaftrek wil handhaven.

mensen die hun huis willen verkopen

Door de economische crises dalen huizenprijzen, sommige tot onder de hypotheekschuld. Dit is een onvermijdelijke aanpassing na het instorten van het kaartenhuis van financiële innovatie.

In Burgerbeweging zijn voorwaarden bij afschaffing of beperking van hypotheekrenteaftrek voorgesteld. Daaronder onder omstandigheden compensatie voor verkopers. Geen van de politieke partijen heeft dit adequaat besproken in het programma.

Steun aan starters kan gunstig zijn voor verkopers (zie situatie 10). Alle partijen willen starters steunen.

Hier is geen algemeen stemadvies mogelijk. Het hangt sterk van de situatie af.

bewoners die in hun koophuis willen blijven wonen

Bij afschaffing of beperking van hypotheekrenteaftrek is voor hen van belang dat hun woonlasten niet te hoog worden.
Ook dit heeft geen van de politieke partijen adequaat besproken in het programma. 

Ook hier is geen algemeen stemadvies mogelijk en hangt het van de situatie af.

Voor alle woners

Uiteindelijk zijn de marktideologie en neoliberaal kapitalisme schadelijk voor het overgrote merendeel van de woners.
Vanwege inefficiëntie, verspilling, gebrek aan duurzaamheid, kosten- en prijsopdrijving, afbraak van coöperatieve organisatie van huisvesting, voorrang voor winstbejag, verlies van rechten, onrechtvaardigheid en reductie van wonen tot produceren en consumeren.

In zoverre zijn de SP, PvdA en PvdD de beste partijen voor woners.



Uitslag Woonbondpoll

De uitslag van de Woonbondpoll ‘welke partij is het beste voor huurders’ levert een compleet ander beeld op dan de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen. De 1027 stemmers op de Woonbondsite hebben massaal gekozen voor de SP (48%) als beste partij voor huurders, op ruime afstand gevolgd door de PvdA (19%), GroenLinks (9%), VVD (8%) en PVV (8%). D66 en CDA komen niet verder dan 2% en de overige partijen halen bij elkaar 4%. Alles bij elkaar denkt dus ruim driekwart dat de belangen van huurders bij een linkse partij in betere handen zijn dan bij een rechtse partij. ​

bron: Woonbond




| top |