Literatuur
 
   |  nieuws     |  bijlagen    |  updates     | terug


Deze bronnen staan bijna allemaal op internet.
De talloze citaten van Dekker heb ik niet van voetnoten voorzien. Ze zijn terug te vinden in de Kamerstukken en een enkele op www.vrom.nl.
Een
speciaal compliment aan Merijn Rengers en Xander van Uffelen van de Volkskrant, die waardevolle journalistiek op dit terrein beoefenen.


ABF Research  De effecten van een nieuw stelsel van huurprijzen (2004)
D. Brounen en P. Neuteboom,
Erasmus Universiteit Rotterdam
Starters in de knel, of gewoon business-as-usual? (2009)

E. Buitelaar, B. de Deugd, E. Geuting

Naar een residueel bepaalde grondprijs voor sociale woningbouw? (2004)

Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV)  Verslag financieel toezicht woningcorporaties 2004 (2005)
Centraal Planbureau (CPB) Validatie ABF-berekeningen nieuw huurbeleid (2004)
Centraal Planbureau (CPB)   Investeringsprikkels voor woningcorporaties (2006)

J. B. S. Conijn, K. C. M. Leidelmeijer, J. Neele (Rigo)

Voornemen tot verhoging huurstijging mist grond (2004)

M. Elsinga, H. van Harten, B. Olij, H. Stegink

Rondetafeldebat over de wenselijkheid van meer marktconforme huren - Hogere huren in populaire buurten? (2003)

Growth from Knowledge (GfK) Ruimte op de woningmarkt: onderzoek naar de realisatie van verhuiswensen (2009)
GroenLinks Balanceren op het slappe koord (magazine oktober 2005)
J. van Iersel, K. C. M. Leidelmeijer (Rigo) Het woningtekort, definities en toepassingen nader belicht (2006)
IVBN informatie van de website www.ivbn.nl
IVBN Doorgaan of duurzaam? Visie op kantorenbeleid (2010)
Frank Kalshoven Zeepbel op de huizenmarkt (Vrij Nederland nr. 44, 4 november 2006)
Kamercommissie onderzoek bouwfraude Rapport (2002)
Kamerstukken: 14 september 2001 27926 nr. 1
9 april 2002 28325 nr. 1
30 september 2003 29200 nr. 3
29 oktober 2003 27926 nr. 14
2 maart 2004 27562 nr. 3
16 april 2004 27926 nr. 23
4 juni 2004 27926 nr. 25
28 juni 2004 27926 nr. 27
1 juli 2004 27926 nr. 28
21 september 2004 27562 nr. 4
25 oktober 2004 27581 nr. 19
19 november 2004 27926 nr. 39
22 november 2004 24508 nr. 66
10 februari 2005 27926 nr. 43
10 februari 2005 27926 nr. 44
3 maart 2005 27926 nr. 45
8 maart 2005 27926 nr. 47
6 april 2005 27926 nr. 49
28 april 2005 27926 nr. 50
29 april 2005 27926 nr. 51
2 mei 2005 27926 nr. 52
4 mei 2005 27926 nr. 53
4 mei 2005 27926 nr. 55
14 juni 2005 27926 nr. 62
21 juni 2005 27926 nr. 63
21 juni 2005 27926 nr. 65
21 juni 2005 27926 nr. 71
21 juni 2005 27926 nr. 72
29 juni 2005 27926 nr. 76
3 oktober 2005 29453 nr. 20
22 december 2005 27926 nr. 81
30 december 2005 27926 nr. 82
23 maart 2006 27926 nr. 85
28 maart 2006 27926 nr. 91

KEI kenniscentrum

Waarom betalen corporaties en marktpartijen soms verschillende grondprijzen? (2006)

D. van der Laan

Mythes op de Nederlandse woningmarkt (2006)

Minister van VROM rede op persconferentie op 4 februari 2005
Minister van VROM Ruimte geven, bescherming bieden (2006)
Ministerie van VROM Betaalbaarheid van het wonen (2004)
Ministerie van VROM Beter thuis in wonen (2003)
Ministerie van VROM Bouwen voor de schuifpuzzel (2007)
Ministerie van VROM Cijfers over wonen, wijken en integratie (on line)
Ministerie van VROM Gescheiden markten (2003)
Ministerie van VROM, directie asea Inkomenseffecten modernisering huurbeleid (2004)
Ministerie van VROM,
directoraat-generaal wonen
Nieuw huurbeleid en spreiding van inkomensgroepen (2005)
Ministerie van VROM Nieuwbouw en herstructurering (2003)
Ministerie van VROM Vragen en antwoorden, op website www.vrom.nl (2005)
Ministerie van VROM Wonen op een rijtje, de resultaten van het woononderzoek Nederland 2006 (2007)
Ministerie van VROM informatie van website www.vrom.nl
website en www.vrom.nl/kennispleinwwi
NCRV Stand.nl aflevering 23
De Nederlandsche Bank Financiële stabiliteit, kwartaalbericht juni 2003
Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) Overzicht transactieprijzen woningen bestaande bouw (op website)
Nederlandse Woonbond  manifest De toekomst van de huursector (1999)
Nederlandse Woonbond    Effecten van de plannen voor modernisering van het huurbeleid (2004)
Nederlandse Woonbond Huurwijzer zomer 2005, voorjaar en zomer 2006
Nederlandse Woonbond informatie van website www.woonbond.nl
NRC artikelen
NRC 7 april 2006, Friederike de Raat Fouten kosten bouw 5 miljard per jaar
B. Olij

Acht prikkelende stellingen voor debat over "wonen in 2020" (2005)

Onderzoeksinstituut OTB, TU Delft Huurbeleid en stedelijke vernieuwing (2005)
Otter, H. J. den / ABF Research Een nieuwe benadering van het woningtekort (2007)
Het Parool artikelen
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) Verhuiswensen en verhuisgedrag in Nederland (2008)
Hugo Priemus Mogelijkheden en grenzen van marktwerking in de volkshuisvesting (2000)
Raad van economisch adviseurs (REA) De woningmarkt uit het slot (2006)
Rigo research en advies  De rekening voor de huurder (2004)

P. Rooijakkers (Aedes)

'Bouw geen koopwoningen om de onrendabele top te dekken', interview met Barrie Needham, hoogleraar planologie Universiteit Nijmegen (2005)

Rotterdams Dagblad 7 april 2006 Montevideo wil niets met armoe
Ruimtelijk Planbureau (RPB) Woningproductie ten tijde van Vinex (2006)
Ruimtelijk Planbureau (RPB)

Betaalbaarheid van koopwoningen en het ruimtelijk beleid (2006)

SEO economisch onderzoek Een nieuw fundament. Borging van publieke belangen op de woningmarkt (2006)
Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) De sociale staat van Nederland (2005)
Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Segregatie en de liberalisering van het huurbeleid (2005)
SP, Christa van Velzen Kamerrede tijdens behandeling begroting volkshuisvesting (november 2004)
A. Thomson, TU Delft, faculteit bouwkunde Sloop en sloopmotieven (tussenrapportage, enquête sociale huursector, 2004)
De Volkskrant artikelen
- 6 augustus 2005, Sacha Kester  Krakers in Wassenaar: fijn mixen
- 12 oktober 2005, Diederik van Hoogstraten Dan maar huren, en een zomerhuis buiten de stad
- 23 november 2005, Olav Velthuis "Politiek laks met herstel vertrouwen"
- 20 februari 2006, Marc Peeperkorn Zalm: betaal te hoge ozb niet
- 19 april 2006, Merijn Rengers, Xander van Uffelen  "Enorme winsten bij bouw vinexwijk"
VROM-Raad Wonen, beleid en legitimiteit (1999)
VROM-Raad Tijd voor keuzes, perspectief op een woningmarkt in balans (2007)
Woningcorporaties De andere beweging Het 10-puntenplan
Woningcorporaties De andere beweging

Het huurbeleid en de mythe van het scheefwonen (2005)

| top |


Nieuws    | top      | terug


Nieuwe huurwet wangedrocht

Tjerk Dalhuisen (huurteams Amsterdam), NRC 17 oktober 2006

Simpele procedure wordt vervangen door aanvechtbare regelkluwen

Minister Dekker is weg, maar haar huurwet gaat gewoon door. Als de wet wordt aangenomen, zullen huurders massaal naar de rechter stappen, meent Tjerk Dalhuisen.

Het wetsvoorstel Modernisering Huurbeleid, waaraan de Tweede Kamer op 19 november een hoorzitting wijdt, koppelt verschillende rechtsgebieden aan elkaar. Bij bezwaren van huurders of verhuurders tegen de huurprijs van een woning leidt de nieuwe wet tot een kluwen van langslepende procedures, een kluwen die alleen maar tot rechtsonzekerheid leidt.

Wat is het geval? In het wetsvoorstel bepaalt de waarde zoals die wordt getaxeerd binnen de WOZ (Wet waardebepaling onroerende zaken) welke soort huurprijsbescherming voor een woning zal gelden. De rechtsbescherming wordt daarmee voor een belangrijk deel verplaatst van de huurcommissie en van de kantonrechter naar de belastingrechter.

Volgens het voorstel is de WOZ-waarde met militaire precisie vast te stellen. Maar wie wel eens de WOZ-waarde van een woning heeft aangevochten, weet dat de werkelijkheid heel anders is. Hoe mooi de rekenmodellen ook zijn, het betreft altijd een geschatte waarde. Die waarde kun je bij koopwoningen nog vergelijken met onlangs verkochte woningen in de buurt. Maar bij huurwoningen ligt dat anders. Dat erkent ook de Waarderingskamer, de instantie die toeziet op de WOZ-waarderingen. Huurwoningen worden immers niet verkocht, dus de waarde moet je schatten.

Tegen die waarde kun je bij de gemeente bezwaar maken. Omdat de gegevens niet kloppen, of omdat vergeleken is met een verkeerde woning. Bezwaar volgde in 2005 in circa 10 procent van alle waarderingen, dus in ongeveer een miljoen zaken. Juist om de kosten van het afhandelen van al die bezwaren omlaag te krijgen besloot het kabinet om de Wet waardebepaling onroerende zaken voor gebruikers van woningen (dus voor de huurders) af te schaffen. Het aantal bezwaren daalde dan ook fors in 2006, liet de Vereniging van Nederlandse Gemeenten weten.

Maar dat gaat opnieuw veranderen. Met de voorgestelde wetswijziging verandert niet alleen het Burgerlijk Wetboek, ook de WOZ wordt aangepast. De uitvoering van de regels voor huurprijzen en huurtoeslag worden benoemd als doelen voor de WOZ-waarde. Hierdoor krijgen ook huurders vanaf 2007 er weer belang bij om bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde. En het gaat dan niet meer om een paar tientjes gemeentebelasting, maar om de vraag welke vorm van huurbescherming geldt, en wat de maximale huurprijs is. Dan kan het gaan om tientallen tot honderden euros per maand.

Bezwaar maken tegen de WOZ-waarde kan een langdurige affaire zijn. Soms gaat de gemeente zelf snel overstag. Maar soms moet de rechter eraan te pas komen. Vervolgens is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof, en daarna cassatie bij de Hoge Raad. Het kan daardoor in bepaalde gevallen erg lang duren voordat de WOZ-waarde is vastgesteld. Er zijn gevallen die al zes jaar lopen.

Het nieuwe wetsvoorstel koppelt deze WOZ-rechtsgang nu aan het huurrecht. Pas als de definitieve WOZ-waarde bekend is, kan de huurcommissie bepalen welke regels in een speciaal geval gelden. Daarna kan de commissie een uitspraak doen over de huurprijs. Na de vaststelling volgt een afrekening over alle jaren dat het huurconflict loopt. Dat is heel vervelend voor zowel de huurder als de verhuurder. Lange tijd bestaat onzekerheid over de te betalen huurprijs. De huurder moet het geld reserveren, de verhuurder moet afwachten.

Omgekeerd geldt hetzelfde als de gevraagde huur te hoog is. Dan moet de huurder blijven betalen tot een lagere huur is vastgesteld. Zo kan degene die wil dwarsliggen een huurverandering vele jaren uitstellen. Na afloop van alle procedures moet alsnog met terugwerkende kracht betaald worden, maar zonder rente. Huurders kunnen de administratie en de inkomsten van hun verhuurder frustreren. Omgekeerd kunnen malafide verhuurders zorgen dat het heel lang duurt voordat een te hoge huurprijs teruggebracht kan worden tot normale proporties. In de praktijk zal de gemiddelde huurder dat niet kunnen opbrengen en zal hij verhuizen. Daarmee is de bescherming tegen hoge huren in feite een farce.

Het kan zoveel eenvoudiger. Juist de laagdrempeligheid en de snelle afhandeling zijn de essentie van de huidige huurprijsbescherming. De huurcommissie oordeelt snel in een geschil over een huurprijs, onderhoud of bijkomende kosten. Wie het niet eens is met de uitspraak kan naar de kantonrechter en dat is het. Verder beroep is niet mogelijk. Zo is gewaarborgd dat zaken binnen redelijke termijn worden afgehandeld en dat huurder en verhuurder kunnen rekenen op rechtszekerheid.

Het nieuwe systeem gooit deze rechtsbescherming volledig in de war. Aan de twee rechtsgangen worden vier nieuwe toegevoegd via de WOZ-bezwaarroute. Dat zijn bovendien rechtsgangen die niet ingericht zijn op een geschil tussen twee civiele partijen. Het geschil bestaat immers met de belastinginspecteur. Het wetsvoorstel wil dit ondervangen door de andere partij te horen bij een bezwaar bij de gemeente.

Over de enorme extra kosten van deze stap is kennelijk niet nagedacht. Gaat de zaak verder naar de rechter, dan is de ander alsnog geen partij. Zo zal de verhuurder vreemd opkijken als aan het eind van de rit een waarde uit de bus rolt waarin hij zich niet kan vinden. Helaas voor hem kan hij dan niets meer inbrengen. Of het moet zijn in een nieuwe procedure. Want vanaf 2007 kan elk jaar bezwaar gemaakt worden tegen de WOZ-taxatie. Waarmee de spaghetti van procedures nog veel groter wordt. Is dit nu wat de wetgever wil?

De belangen voor huurder en verhuurder zijn groot, want het gaat om veel geld. Huurgeschillen komen veel voor, en tot nu toe werden deze op een laagdrempelige manier beslist. Met de nieuwe wet wordt dat anders. Niet voor niets adviseert de Raad van State het kabinet tot een eenduidig traject van rechtsbescherming. De Vereniging Sociale Advocatuur Nederland sluit zich aan bij dit advies.

Maar daar denkt het kabinet anders over. In de laatste week voor het verkiezingsreces wil het de wet nog snel door de Tweede Kamer jagen. Tot praktische regels gaat dit niet leiden, en van zorgvuldige wetgeving is zo geen sprake.



Aedes probeert huurprijsontregeling door te duwen:

Corporaties investeren – "In ruil daarvoor wel liberalisering van woningmarkt"

Het Parool donderdag 1 februari 2007, Ton Damen

Amsterdam – Woningcorporaties in het land willen huurders met lage inkomens korting geven. Daarnaast zijn ze van plan miljarden te investeren in achterstandswijken.
 
De bijdrage van de Amsterdamse corporaties is nog onduidelijk, omdat zij zich al verplicht hebben tot investeringen.
"Wij kunnen nu nog niet zeggen hoeveel extra de Amsterdamse corporaties zullen uittrekken", zie Jacques Tielen, directeur van FarWest, vanmorgen.

Morgen komen de vijfhonderd corporaties, verenigd in Aedes, bijeen om in een nota vastgelegde afspraken te ondertekenen. De Amsterdamse corporaties willen vooral extra investeren in Noord, de Westelijke Tuinsteden en Zuidoost. Voor nieuwe injecties in West werd door corporaties onlangs al 158 miljoen euro uitgetrokken.

V
oor wat betreft de huurkortingen houdt Thielen nog een slag om de arm. "Er moet wat gebeuren, maar in Amsterdam zijn de huren relatief laag. Wij kijken nu vooral naar de woonlasten. De corporaties zullen ook investeren in energiebesparende maatregelen".

Aanleiding is de oproep van VVD-minister Pieter Winsemius van Volkshuisvesting snel iets te doen aan 140 achterstandswijken.

De Amsterdamse corporaties besloten eerder met 21 andere corporaties in de Randstad tot 2020 2,5 miljard euro per jaar extra uit te trekken voor de oude wijken. Bovendien zou tweehonderd miljoen euro worden geïnvesteerd in maatschappelijke organisaties, om wijken leefbaarder te maken.

Aedes wil nu voor twee jaar investeringsafspraken maken, in ruil voor liberalisering van de woningmarkt, een nieuw "plan Dekker".

PvdA-wethouder Tjeerd Herrema van Volkshuisvesting wijst die koppeling af. Hij wil zich richten op het deel van het inkomen dat huurders aan huur kwijt zijn. "Dat was een tijdje dertig procent om tot onder de 27 procent te dalen. Maar nu zien we dat het weer 29 procent is en zelfs nog meer dreigt te worden. Dit is bijzonder schadelijk voor mensen met de laagste inkomens. Die huurkorting moet bij wet worden geregeld".

Dinsdag tekenden de corporaties voor een aantal afspraken – onder ingewijden De Korte Klap genoemd. Die behelzen onder meer het bouwen van vijfduizend woningen per jaar.



De mythe van de markthuren

Peter de Klerk, directeur-bestuurder Mozaiek Wonen Gouda, Aedes-Magazine 24/2008
5 december 2008

De CPB-economen Gerbert Romijn en Paul Besseling namen duidelijk stelling in hun rapport over de huurwoningmarkt. De huurmarkt is ziek en de huren moeten omhoog richting de vrije markthuur. Daarmee houden zij de mythe van de markthuur in stand. Ten onrechte, zo betoogt Peter de Klerk, directeur-bestuurder Mozaïek Wonen in Gouda.

Al tientallen jaren wordt gepoogd te becijferen hoe groot het voordeel is dat de huurders ‘incasseren’ als gevolg van de huurprijsregulering en de vrijwillige huurmatiging door corporaties. Recent – (zie Aedes-Magazine 17-18/2008) – hebben de CPB-economen Romijn en Besseling dit voordeel becijferd op 14,5 miljard euro per jaar; de huren moeten verdubbelen! Hun diagnose: de huurmarkt is ziek. Mijn diagnose: de woningmarkt is ziek ja, maar er is volstrekt onvoldoende grond te beweren dat de ‘vrije markthuren’ zoveel hoger zijn dan de huren zoals die nu worden gevraagd.

Al in de jaren 80 probeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau in Profijt van de overheid het effect van de huurprijsregulering te schatten. Nu viel daar in die tijd nog wel iets voor te zeggen. Het was de tijd van ‘Hoe komt Jan Splinter door de winter?’ met felle debatten in de Tweede Kamer over het huurbeleid. Het was ook de tijd van de objectsubsidies en de ‘volkshuisvestingsprijs’, oftewel die aanvangshuurprijs voor een nieuwbouwhuurwoning waarbij een huishouden met een modaal inkomen niet meer dan 16 procent van het inkomen aan huur kwijt zou zijn en dus zonder individuele huursubsidie in een nieuwbouwwoning kon wonen.

Sinds begin jaren 80 werden de huren sterk verhoogd. Volgens de CBS-woonkostenenquête steeg de huurprijs (geschoond voor kwaliteit!) tussen 1979 en 1999 met 147 procent, waar de prijsindex slechts met 69 procent steeg. De effecten daarvan konden niet uitblijven. De populariteit van het huren daalde fors; leegstand dreigde en corporaties begonnen de campagne Huren, dat kan natuurlijk ook.

Iedereen weet nog wel wat er daarna gebeurde. Kopen werd razend populair, zodat de prijzen explodeerden. Menigeen moest zich weer verzoenen met zijn huurwoning en de wachttijden voor huurwoningen liepen weer op.

Een mythe blijft altijd bestaan. In de Grote Beweging suggereerde Aedes dat de corporaties wel weer huurwoningen zouden gaan bouwen, als de huren naar marktniveau mochten worden opgetrokken. Dat in een periode waarin iedereen de broekriem aan moest halen en in Den Haag de verontwaardiging over die schatrijke corporaties al aan het groeien was. Slecht voor het imago van de corporaties in Den Haag en een breuk met onze natuurlijke bondgenoot De Woonbond.

De zieke woningmarkt
Al enige jaren wordt er gesproken over de zieke woningmarkt. Een te grote invloed van de overheden; teveel vraagstimulering bij een beperkte productie kan tot niets anders leiden dan tot stijging van woningprijzen (de kredietcrisis even daargelaten). Tal van instituten weten welk medicijn er nodig is, onder andere afbouwen van de hypotheekrenteaftrek, maar dit kabinet wil deze pil niet slikken (en dat zal gegeven de kredietcrisis voorlopig ook niet gebeuren.)

De CPB-economen Romijn en Besseling komen in hun rapport Economische effecten van regulering en subsidiëring van de huurwoningmarkt weer eens met de mythe van de markthuren. Romijn en Besseling berekenen de vrije markthuur door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het normale bruto aanvangsrendement van 5,4 procent. De werkelijke huur ligt dan zo’n 14,5 miljard euro per jaar beneden die vrije markthuur. De huurders worden – zo beweert het CPB – jaarlijks met dit bedrag bevoordeeld.

De heren Romijn en Besseling nemen als uitgangspunt dat iedere huurwoning tot in lengte van dagen als huurwoning geëxploiteerd moet worden. Zo gaan zij eraan voorbij dat het rendement op onroerend goed niet alleen bestaat uit de (netto) huurinkomsten, maar ook en bovenal uit de opbrengsten bij verkoop. Institutionele beleggers behalen hoge rendementen door eerst een markthuur te vragen en vervolgens een grote vermogenswinst te realiseren bij verkoop van de woning na 15 of 20 jaar. Niets mis mee, en ook corporaties kunnen zo hun bezit voor een deel te gelde maken en daarmee andere maatschappelijke prestaties, zoals nieuwe huurwoningen, financieren.

Huurders betalen niet te weinig. Allerlei cijfers uit WoonOnderzoek Nederland 2006 (WoOn 2006) laten dit zien. De gemiddelde woonlastenquote van alle Nederlandse huurders bedraagt volgens dit onderzoek 36,4 procent. Dus 36,4 procent van het relatief lage besteedbaar inkomen van huurders gaat op aan woonlasten. De woonquote van de doelgroepen bedraagt zelfs ruim 43 procent. Dure scheefheid alom. En een zodanig hoge gemiddelde woonlast dat er nauwelijks sprake kan zijn van goedkope scheefheid, waar men zich in Den Haag ten onrechte zo druk om maakt.

Voorts: Een derde van de Nederlandse huurders kan zich de huurwoning slechts permitteren doordat ze ook huurtoeslag krijgen. Hoe kan de markthuur dan omhoog?

Bezit
Hoe kunnen we de te lage huurprijzen rijmen met de brede Haagse kritiek op de schatrijke corporaties? Weliswaar vragen corporaties gematigde huren, maar desondanks zijn ze ‘steenrijk’ geworden; niet liquide, maar op papier, omdat hun bezit zoveel waard is. Corporaties hebben het blijkbaar gepresteerd om rijk te worden van het exploiteren van sociale huurwoningen. Mogelijk ligt daarom de werkelijke kostprijshuur – dus de huur waarbij je geen (vermogens)winst maakt – nog lager dan de corporaties vragen.

Economen – ik ben er ook een – zijn dol op de vrije markt. Maar wat is nu precies een vrije markthuur? Dit is de huur die zonder overheidsregels zou ontstaan.

Stel je nu eens een aantal experimenten voor in een gespannen markt.

In het eerste experiment bied je één beschikbare huurwoning aan alle woningzoekenden aan. In dat geval gaat die woning voor een hoge prijs naar de hoogste bieder. Is dat dan de vrije markthuur? Slechts een enkeling kan zich permitteren een zo hoge huur te bieden.

Het tweede experiment. Alle huurders in Nederland moeten hun huis uit en tegelijk mag iedereen reageren op de advertentie waarin die woningen te huur worden aangeboden. Volgens mij raken we die woningen dan echt niet kwijt voor een veel hogere (gemiddelde) huurprijs dan nu. Waarom niet? Omdat de gemiddelde huurder zich geen hogere huurprijs kan permitteren.

Een derde experiment. Stel je voor een markt met vrije toetreding en volledig vrije mededinging. De ultieme droom van de neoliberaal. Volgens de economische theorie tendeert de marktprijs dan naar de kostprijs. En die kostprijs van een huurwoning – zo tonen de vermogens van de Nederlandse corporaties aan – ligt op of onder het niveau van de huren die de corporaties vragen. Is die kostprijs, die zou ontstaan bij volledig vrije mededinging, dan dus de echte vrije marktprijs?


We weten allemaal dat de woningmarkt slecht functioneert, ja, zelfs ziek is. Nog geen tien jaar geleden dreigde leegstand van huurwoningen en waren de werkelijke huren blijkbaar hoger dan de markthuren. Nu zouden de huren volgens Romijn en Besseling moeten verdubbelen, terwijl de huurders het niet kunnen betalen en de verhuurders het niet nodig hebben.

Mijn diagnose: als er al iemand onder de zieke woningmarkt lijdt, dan is dat de huurder. Hij betaalt naar verhouding zeer veel voor toch soms tekortschietende kwaliteit van woning en/of woonomgeving. Ik ben bang dat het lijden van onze huurders pas verlicht wordt als mijn diagnose ook in Den Haag en door Aedes aanvaard wordt.




Plannen tegen scheefwonen horen in papierversnipperaar

Hugo Priemus, de Volkskrant donderdag 10 maart 2011

Minister Donner heeft aangegeven dat hij per 1 juli 2011 het verhogen van de huur met maximaal 5 procent boven inflatie mogelijk wil maken bij bewoners van een sociale huurwoning met een inkomen hoger dan 43.000 euro per jaar. Daarmee zal hij een beleidsvoornemen uit het regeerakkoord uitvoeren.

Dit idee is niet nieuw: het kabinet-Rutte bouwt voort op voorstellen voor een huurbelasting of een doorstromingsheffing, die om goede redenen nimmer het Staatsblad hebben bereikt.

Vroeger was het idee dat scheefwonende huishoudens (hoog inkomen, lage huur) ten onrechte van objectsubsidies profiteren. In 1995 zijn de algemene subsidies afgeschaft en sindsdien geldt dit argument niet meer.

Nu zijn de motieven dat deze huishoudens met een relatief hoog inkomen ‘niet in de sociale huursector thuishoren’, vaak profiteren van een impliciete subsidie van de verhuurder dankzij de lage huren, de doorstroming blokkeren en indirect bijdragen aan de lange wachttijden voor starters die op een sociale-huurwoning zijn aangewezen. Veel politici denken dat de sociale-huursector kleiner kan als mensen met een hoger inkomen die sector verlaten, bijvoorbeeld door een corporatiewoning te kopen.

Onzinnig
Deze overwegingen zijn niet allemaal onzinnig, maar het middel is veel erger dan de veronderstelde kwaal. Bovendien zijn er veel betere oplossingen, zoals het rapport Naar een integrale hervorming van de woningmarkt (april 2010) van een SER-Commissie laat zien. De weg die in het regeerakkoord wordt gewezen, is om de volgende redenen een doodlopende weg:

Het extra verhogen van huren voor huishoudens met een belastbaar inkomen hoger dan 43.000 euro vergt een jaarlijkse inkomenstoets van 2,4 miljoen huishoudens. Dat is een enorme opgave die alleen door de Belastingdienst kan worden uitgevoerd, gezien de controlemogelijkheden en privacy-aspecten. De daarvoor nodige extra personeelsformatie is nergens voorzien; de extra kosten zijn nergens begroot.

Sinds 1 januari 2011 geldt de Europese regel dat minstens 90 procent van vrijkomende sociale-huurwoningen moet worden toegewezen aan de doelgroep van beleid: huishoudens met een belastbaar inkomen van ten hoogste 33.614 euro. Latere inkomensveranderingen laat de Europese Commissie buiten beschouwing. De Nederlandse regering is hier dus roomser dan de paus (Europese Commissie), door de inkomens van alle bewoners van corporatiewoningen jaarlijks te toetsen.

Bezwaar
Huishoudens moeten bezwaar kunnen maken tegen het door de Belastingdienst vastgestelde huishoudeninkomen. Dat is niet overbodig, want door veranderingen in salaris, arbeidstijd, huishoudensamenstelling, werkloosheid, pensionering, een extra baan kan het huishoudeninkomen op korte termijn flink veranderen. Hier dreigt een extra reguleringsdruk van een zeldzame omvang te ontstaan.

Als huishoudens het systeem begrijpen, ontstaat een prikkel voor hun leden om geen baan te aanvaarden of de arbeidstijd niet uit te breiden. Dat schaadt de economie.

In de administratie van sociale verhuurders zullen de huren van exact identieke woningen uiteenlopen door verschillen in inkomen van bewoners. Het inkomen sluipt de woningexploitatie binnen, wat de beheerkosten sterk zal doen stijgen en fundamentele vragen oproept over de privacybescherming van bewoners. Inkomensondersteuning als publieke verantwoordelijkheid (huurtoeslag) en vastgoedbeheer (inclusief huurbeleid) behoor je goed te onderscheiden.

Voordeel
Scheefheid impliceert dat de bevolking in wijk en buurt sociaal-economisch gemengd is. Dat is geen nadeel maar een groot voordeel.

Het kabinet-Rutte streeft naar deregulering en het gezond maken van de openbare financiën. Scheefheidsbestrijding brengt een ongekende bureaucratisering in de volkshuisvesting die alle betrokkenen veel geld zal kosten. Zo’n aanpak staat overigens ook in het PvdA-verkiezingsprogramma dat op dit punt bijzonder ondoordacht is.

De Nederlandse sociale huursector wordt nog steeds gekenmerkt door een grote sociaal-economische differentiatie van de bewoners: er is nauwelijks ruimtelijke segregatie en er is nauwelijks stigma. De Tweede Kamer heeft regelmatig gezegd dat dit vooral behouden moet blijven.

Hervorming
Een structurele hervorming van de woningmarkt moet zowel de huur- als de koopsector omvatten. Om investeringen in huurwoningen te stimuleren is geleidelijke aanpassing van huren richting markthuurniveau nodig in combinatie met een robuuste huurtoeslag die de betaalbaarheid garandeert voor huurders met een bescheiden inkomen.

Als huren op marktniveau liggen, verliezen scheefheid en scheefheidsbestrijding hun betekenis. De kabinetsplannen om scheefheid te bestrijden, horen thuis in de papierversnipperaar.


Hugo Priemus is emeritus hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft




Huizenmarkt gaat van kwaad tot erger


Hugo Priemus, de Volkskrant woensdag 28 december 2011


Onder invloed van de door het kabinet gewenste verkoop van 1,8 miljoen huurwoningen zullen de huizenprijzen onvermoede diepten bereiken. Dat stelt hoogleraar Hugo Priemus.

Hoe bereiken we een complete ontwrichting van de woningmarkt? Alles wijst erop dat dit de opgave is die het kabinet zich heeft gesteld. Op 24 december heeft het kabinet een besluit nemen genomen over het in het regeerakkoord van VVD en CDA aangekondigde kooprecht voor huurders van corporatiewoningen. Woningcorporaties zullen worden verplicht driekwart van hun woningvoorraad aan hun huurders te koop aan te bieden. Alleen met toestemming van de minister van Binnenlandse Zaken mag een corporatie een lager percentage aanhouden.

Met dit besluit bereikt het kabinet een nieuw dieptepunt in het gevoerde woningmarktbeleid. Zodra dit besluit kracht van wet zou hebben, impliceert deze aanbiedingsplicht van woningcorporaties dat 1,8 miljoen huurwoningen te koop staan. Tel daar de 250 duizend woningen bij die al op Funda worden aangeboden en we zullen het unieke feit meemaken dat in Nederland meer dan twee miljoen woningen te koop staan.

Kerstcadeau
De prijs van corporatiewoningen ligt op 90 procent van de WOZ-waarde. Dit kerstcadeau aan de huurders van corporatiewoningen zal niet genoeg zijn om de huurders tot koop over te halen. Zoals bekend heeft de schuldencrisis geleid tot een kopersstaking. De woningvraag is verschoven van koop naar huur: er is een toenemend tekort aan huurwoningen en een extreem overschot aan koopwoningen. Dit zal de reguliere koopwoningmarkt, die al aan de grond zit, verder ontwrichten. De prijsdaling is nu ruim 3 procent op jaarbasis: dat zal nog veel erger worden nu vraag en aanbod steeds verder uit elkaar lopen.

Stel dat over enige tijd de markt weer aantrekt, dan spoelt wellicht een koopgolfje over Nederland en neemt het beroep op hypotheken en op hypotheekrenteaftrek sterk toe. De vraag is of de banken dit aankunnen en - nog klemmender - of de rijksschatkist dit aan kan. Topprioriteit van rijksbeleid zou toch moeten zijn om de hypotheekschuld te reduceren en de rijksuitgaven aan hypotheekrenaftrek krachtig te beperken. Op termijn dreigen hier juist oplopende begrotingstekorten.

Als de aanbiedingsplicht werkelijkheid zou worden, zou het eigendomsrecht met betrekking tot sociale huurwoningen grondig worden aangetast. Dat betekent het startschot voor ellenlange juridische procedures in Nederland en Europa, die het kabinet zal verliezen. De vereniging van woningcorporaties, Aedes, heeft furieus gereageerd en een juridisch traject aangekondigd. Ook de Nederlandse Woonbond heeft het voorstel afgewezen.

Schroothoop
Door juridische onzekerheid zal het investerend vermogen van woningcorporaties ernstig worden ondermijnd. Elke basis onder het strategisch voorraadbeleid van woningcorporaties zal ontbreken. De sinds het beleid van Enneüs Heerma nagestreefde verzelfstandiging van woningcorporaties zal bij de schroothoop worden geplaatst. De in de Woningwet verankerde rol van de gemeenten wordt geheel terzijde geschoven.

Hoewel het kooprecht niet is te vinden in de partijprogramma's van VVD, CDA en PVV, zal de kersverse CDA-minister Liesbeth Spies eerstverantwoordelijke zijn voor een beleid dat indruist tegen elke maatschappelijke en bestuurlijke logica. De zojuist afgetreden minister Donner heeft dit besluit niet zelf genomen, maar de afronding van dit dossier overgelaten aan zijn opvolgster.

Het onbeholpen geschreven scenario wil dat de Raad van State over deze kwestie advies uitbrengt aan het kabinet. Dat wordt meteen de lakmoesproef voor Donner. Hij kan zijn geschonden imago opvijzelen door te zorgen voor een resolute afwijzing van het kooprecht door de Raad van State. Hurend en verhurend Nederland moeten thans - het kan verkeren - hun hoop vestigen op Piet Hein Donner.


Hugo Priemus is emeritus hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft




Bijlagen        | top | 



Updates      | top |


Overzicht van wijzigingen per hoofdstuk.


Essay

10 december 2006
Nieuwe inleiding

26 juni 2008
en de neoliberale kongsi CPB


Huurprijseffecten

2 oktober 2006
noot 6a ingevoegd


Optimale woonwensvervulling en wenselijke nieuwbouw

13 oktober 2006 - inleidend deel
Passage ingevoegd over de twee categorieën argumenten en de wensafweging.

13 oktober 2006 - alinea daarna
Het gaat hier dus niet om het huizentekort zonder meer, maar om het huizenterkort dat tot die legitimatie kan dienen.

14 oktober 2006 - alinea met noot 2
Wim van Kampen van de NVM spreekt van "plezierkopers".

14 oktober 2006 - 5e alinea van onder
Hoogleraar planologie Barry Needham raadt af om koophuizen te bouwen om onrendabele toppen te dekken.

22 oktober 2006
Citaat van Bouwe Olij over sloop en herstructurering ingevoegd.

12 november 2006 - inleidende deel
Daarin dienen we verhuiswensen, wensen om juist niet te verhuizen, en wensen om geen hogere prijzen voor huizen (koop en huur) te betalen, af te wegen.

4 augustus 2010
We kunnen het huizentekort bij een gegeven aantal huizen voor ons doel als eerste houvast dus definiëren als: de onvervulde vraag van boven aangeduide mensen (als huishoudens) voor zover die niet vervuld kan worden door verhuizen en renovatie.
(...)
De gewenste nieuwbouw is niet gelijk aan het huizentekort bij een gegeven aantal huizen. Nieuwbouw kan verdere verhuisketens op gang brengen.


Vrije markt, wonen en huizen

13 augustus 2006 – 12e alinea
Blijkens een onderzoek van de Volkskrant naar 35.000 grondtransacties in de jaren 1993-2005 geldt dat "Vrijwel alle (potentiële) bouwgrond in Nederland is in handen van bouwers, aannemers en projectontwikkelaars".

19 augustus 2006 – slotsom

te hoge kosten

2 september 2006 - 28e alinea (over de evenwichtsprijs)
Zonder marktbeperkingen zouden huizenprijzen niet zo hoog geworden zijn.

12 november 2006 - alinea's over evenwichtsprijs
Maar ook op een vrije markt kunnen we de evenwichtsprijs als maatstaf nemen.

Evenwichtsprijzen liggen niet ver boven productief efficiënte kosten van huizen. Op basis daarvan kunnen we ze schatten.

12 november 2006 - alinea's over oorzaken van beperkt aanbod van nieuwbouw
"Doordat het uitbreiden van het aantal woningbouwlocaties bovendien ten koste gaat van de open ruimte, zullen voor- en nadelen van de uitbreiding zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen", aldus het Ruimtelijk Plan Bureau.

Een oorzaak van knelpunten is verder de concentratie van economische activiteiten in het westen van Nederland. De nadelen van deze concentratie dienen we echter weer af te wegen tegen agglomeratievoordelen.

27 juni 2008 - alinea over exclusieve bouwrecht eigenaars en productieve efficiëntie
De zin: “Maar de afwezige prijsconcurrentie tussen de oligopolisten laat inefficiëntie wel toe, en drijft de door schaarste reeds te hoge huizenprijzen nog verder op”

vervangen door: “Maar de afwezige prijsconcurrentie tussen de oligopolisten laat inefficiëntie en hogere kosten wel toe”.


Huizen bouwen en huizenprijzen

Prijzen moeten kosten dekken

2 september 2006 - 
aandachtspunten bij kostenbeoordeling:
Tijdrovende onderhandelingen tussen partijen kosten geld.

13 oktober 2006
nootnummer 1 gewijzigd in 1a en nieuwe noot 1 ingevoegd

Grond

19 augustus 2006 – 3e alinea

In de loop van de ontwikkeling van grond kunnen er ketens van grondeigenaars zijn: boeren, tussenhandelaars, speculanten, (institutionele) investeerders, projectontwikkelaars, bouwbedrijven, gemeentes, eigenaars van huurhuizen, woningcorporaties, eigenaars van koophuizen. Dit maakt de manier van grondprijsvorming niet anders. Het maakt verschil voor wie in de transacties aan wie betaalt.

2 oktober 2006
De passage over residuele grondprijzen als verkapte gemeentebelasting en heffing ingevoegd.

21 oktober 2006
nootnummer 6a gewijzigd in 6b en nieuwe noot 6a ingevoegd

Koopprijzen, huurprijzen en onroerende zaakwaarde

19 augustus 2006 – 2e en 3e alinea
- te hoge kosten;
(…)

Het is dus niet waar dat de hoge huizenprijzen "bepaald worden door schaarste", wat je vaak leest. Schaarste is een van de factoren in een samenspel.

2 september 2006 – 2e alinea

(de totale procentuele prijsstijging is dus hoger, want daar komen percentages prijsstijging op prijsstijging bij)

2 oktober 2006
De vergelijking tussen koopprijzen en huurprijzen herschreven.

6 oktober 2006
Ingevoegd: de alinea over Dekkers onjuiste redenen waarom prijsdaling van koophuizen ongunstig zou zijn.

22 oktober 2006 - eerste alinea
Dat wil zeggen: ik schat dat actuele geregelde huurprijzen dichterbij evenwichtsprijzen (eventueel met rectificatie) op een vrije markt van wonen en huizen liggen dan Dekkers "markthuren".

22 oktober 2006
De vergelijking tussen koopprijzen en huurprijzen herschreven.

12 november 2006
Woonlasten, uitgaven en gebruikskosten nader uitgewerkt.

Het woningwaarderingstelsel

2 september 2006 - 2e alinea
commerciële verhuurders

22 oktober 2006 - een-na-laatste alinea
(...) en hoeft helemaal niet tot prijsopdrijving te leiden. Immers, wanneer we de maximale huurprijs in het wws per locatie laten verschillen (of we dat nu doen aan de hand van relatieve oz-waarden of een andere maatstaf), betekent dat nog niet dat de maximale huur voor goede locaties hoger hoeft te worden; die voor slechte locaties kan ook lager worden. Huurverhoging spreekt niet vanzelf.

"Prijskwaliteitverhouding"

19 augustus 2006 – 4e alinea van onderen
te hoge kosten

Woningcorporaties en "verdiencapaciteit"

12 augustus 2006 – 3e alinea van onderen
Het salaris is zichzelf tot norm.

2 oktober 2006
De kwestie van subsidies voor sociale woningbouw en de positie van woningcorporaties herschreven.

Kapitaal en "investeringsklimaat"

19 augustus 2006 – 13e alinea
Echter, veel ruwe voor bebouwing bestemde grond is al eigendom van bouwbedrijven en projectontwikkelaars. Zij hebben deze grond als landbouwgrond voor weinig geld gekocht. Zij kunnen daar zeker rendabele huurhuizen op bouwen. Dat geldt ook voor institutionele investeerders zoals het bedrijfstakpensioenfonds Bouwnijverheid.

Bouwkartels, grondspeculatie en onbeheerste kosten

17 augustus 2006 – laatste alinea

Deze geldstromen op de markt van wonen en huizen in de afgelopen decennia dienen onderzocht te worden. Bij wie is al dat geld terecht gekomen?

2 oktober 2006 - alinea over het derde schandaal
(...) en worden er zoveel kantoren gebouwd dat er nu maar 6 miljoen vierkante meter kantoorruimte leegstaat - hoeveel heeft dat laatste gekost, en hoeveel huizen hadden we daarvoor in de plaats kunnen bouwen?

Amerikaanse toestanden

11 oktober 2006
Engelse toestanden toegevoegd


Huurprijzen: wijziging en verdeling

15 oktober 2006
punt 3 herschreven en punt 4 verbeterd

22 oktober 2006 - punt 3
De vraag is of en wanneer zulke huurprijsverdeling terecht is, en in welke omvang. Het spreekt nl. niet vanzelf dat huurders met hun huurprijzen meebetalen aan andere huurhuizen. Het spreekt dus ook niet vanzelf dat hun huren daarvoor verhoogd mogen worden, om meer inkomsten te verwerven voor nieuwbouw. Dit behoeft motivatie, te meer daar onaanvaardbare kosten- en prijsopdrijving voorkomt.

11 oktober 2009 - punt 4
Daar horen we Dekker niet over, die hier het gezegde de wil tot gelijkheid is de wil tot huurverhoging illustreert.


Het middel mag pas als het doel bereikt is, en andere curiosa

26 augustus 2006
noot 4 ingevoegd


Arme en rijke mensen, goedkope en dure huizen

5 augustus 2006 – Situatie 11, 5e alinea
Dit is voor de zoveelste keer de fout dat er een vrije markt van wonen en huizen zou bestaan. Kopers betalen integendeel juist een economische heffing, die terecht komt bij verkopers, banken die de hypotheken verstrekken en overheden via diverse belastingen en residuele grondprijzen.

17 augustus 2006 – Situatie 11, 2e alinea
Hierbij speelt nog een thema. Vraag die verdwijnt bij prijsstijging is niet urgent. En niet-urgente vraag legitimeert geen huurprijsstijging, tenminste niet op Dekkers manier en geen tussentijdse huurverhoging in lopende huurovereenkomsten. Dit zijn de thema’s van hoofdstuk 2 en hoofdstuk 6.

2 september 2006 - noot 5
TV-programma Business Class 19 februari 2006

2 oktober 2006
diverse invoegingen en citaten, o. a. uit Dekkers Ruimte geven, bescherming bieden.

22 oktober 2006
Citaten over de mythe van het scheefwonen en informatie van Bouwe Olij ingevoegd.

12 november 2006 - situatie 11
We dienen te onderscheiden:
a. Past de huurprijs van "scheefwoners" bij hun huis? Ja, grosso modo. Dit hangt samen met de prijskwaliteitverhouding (zie hoofdstuk 5 § 5).
b. Past het inkomen van "scheefwoners" bij hun huurprijs? Dat is in beginsel hun zaak.
c. Ontvangen "scheefwoners" subsidie? Nee.

12 november 2006 - de alinea's over gestelde subsidies voor "scheefwoners"
Het punt is echter niet dat de huizen in kwestie ooit met subsidie gebouwd zijn, maar dat hun prijzen inmiddels de kosten kunnen dekken inclusief die subsidie.

29 mei 2007
De alinea over gestelde economische subsidie aan "scheefwoners" is uitgewerkt in Het fabeltje van economische subsidie aan huurders.


Ideologische strijd

8 augustus 2006
noot 2 herschreven

2 oktober 2006
noot 1 ingevoegd

12 november 2006 - de plutoccratie, een-na-laatste alinea
Ook Dekkers aannemen van alle verhuiswensen ter legitimatie van haar huurprijsplannen (besproken in hoofdstuk 2) is een uiting van de plutocratie. In utilitarisme tellen in beginsel alle wensen mee, maar moet je vervolgens wel een wensafweging uitvoeren. Verhuiswensen hoeven dan niet per se allemaal voorrang te hebben. In de plutocratie daarentegen hebben wensen waarvan vervulling geldschepping oplevert, voorrang voor wensen die dat niet doen. Dus krijgen alle verhuiswensen voorrang.
Overigens zijn Dekkers huurprijsplannen dus helemaal niet nodig ter vervulling van de verhuiswensen.

12 november 2006 - noot 1
"Als julie er met de PvdA niet uitkomen, kun je bij ons terecht, maar dan kleden we jullie wel helemaal uit" (Zalm, vooraf aan de formatie van de regering, geciteerd in De premier die er nooit bij was, Vrij Nederland 28 oktober 2006).
Balkenende en Verhagen dragen echter al dezelfde kleren als de plutocratenclub, zij het uit naam van een andere ideologie. Vrij Nederland toont in dit artikel aan dat zij draaikonten zijn.

11 februari 2007 - rede als hoeksteen van ons sociale systeem
Rede betekent dat we redeneren, tot juiste conclusies komen en ons daaraan houden. Alle argumenten voor huurprijs-ontregeling en huurverhogingen op Dekkers manier zijn weerlegd. Deze zijn schadelijk en dienen dus niet plaats te vinden. Desondanks willen sommige politici en bestuurders - VVD, CDA, Aedes - ze toch doorzetten, als schakers die schaakmat staan maar toch doorspelen.


Democratie in actie!

12 augustus 2006 – Verdere acties - Eis benutting van leegstaande kantoorruimte
passage over Kraekstaete Holding bv

16 augustus 2006 – Verdere acties - Eis lagere salarissen voor bestuurders van woningcorporaties
passage over SWS en gouden handdrukken van € 2 miljoen


Motie van wantrouwen

16 oktober 2006
Nawoord toegevoegd

12 november 2006
Nieuwe huurwet wangedrocht - artikel in NRC 17 oktober 2006.


 

| top |