hoofdstuk 10 | terug
Ideologische strijd
De huurplutocratisering dienen we in ruimer verband te bekritiseren.
DE MARKTIDEOLOGIE
Ideologie: een niet op axioma's of bewezen premisses rustend, en daarom uiteindelijk ongefundeerd stel ideeën.
Vaak gebruikt om mensen te manipuleren. O. a. door belangen, voorkeuren en keuzes voor te stellen als noodzaak. Vooral "de wil van de god", "natuurwetten" en "economische noodzaak" zijn populair.
Onderscheid ideologie van levens- en wereldbeschouwing, die wel op axioma's of bewezen premisses rust.
Het model van de vrije markteconomie is een ideaal (in wetenschappelijke zin), een voorstelling van een economie in volmaakte toestand. Als we dit ideaal als goed aanvaarden, kunnen we de uitkomst ervan als goed aanvaarden.
De economische werkelijkheid kan het ideaal alleen min of meer benaderen. We dienen van markt tot markt te bezien in hoeverre dat zo is. Dat betekent dat we de economische werkelijkheid zeker niet zonder meer dienen te aanvaarden. Integendeel, we moeten economische misstanden als zodanig herkennen.
De marktideologie vereenzelvigt ideaal en werkelijkheid. De marktideologie zegt: het economische ideaal van de vrije markt is goed, werkelijke markten voldoen aan dat ideaal, dus de economische werkelijkheid van markten is goed. Deze drogredenatie, die andere marktbeperkingen dan door de overheid verhult, dient om kritiek op de economische werkelijkheid uit te sluiten, deze tot norm te verheffen en mensen deze te doen aanvaarden. De marktideologie is de grootste ideologische leugen in de wereld in onze tijd.
Dekkers huurprijsplannen zijn een voorbeeld van die leugen.
MARKTBORRELPRAAT
Moderne redelijke denkers en doeners hebben goede theorieën ontwikkeld over mens, samenleving, ethiek, politiek, economie enz, en die deels, maar verre van volledig verwezenlijkt.
Daaraan ontlenen politieke en economische leiders vage kreten, modieuze frases, standaardverklaringen en
-non-verklaringen, holle retoriek, bezweringsformules en onbegrepen dogma's. In economie spreken zij marktborrelpraat. De woorden daarvan zijn ontleend aan de theorie van de vrije markteconomie. Het is de taal van de marktideologie en de geldheerschappij.
De amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith schrijft in The new industrial state een passage waarin hij bepaalde economen vergelijkt met magiërs die formules uitspreken. De engelse econoom E. J. Mishan heeft een boek over marktborrelpraat geschreven, 21 popular economic fallacies; op de omslag van mijn uitgave staat een bankbiljet met daarop de text Bunk of England, kletskoek van Engeland.
Politici spreken marktborrelpraat omdat ze die woorden kennen en napraten. Marktborrelpraat is in de mode, vormt het actuele discours en verwoordt conventionele wijsheid. Economische bezweringsformules wekken de suggestie dat de leiders de economische werkelijkheid begrijpen en beheersen. Het zijn verkooppraatjes en indoctrinatoire propagandaleuzen. Het stuurt aan op gemakkelijke schijnoplossingen. Het dient de belangen van de economische top. Marktborrelpraat verdringt denken, begrip, kennis en uitleg.
Dekker spreekt marktborrelpraat – oppervlakkig, nietszeggend, ongemotiveerd, onjuist en onzinnig. Haar plannen zouden zeker voorkomen in een boek over Nederlandsche Bunk.
VIJFDE COLONNE
De VVD is de vijfde colonne in Nederland van de amerikaanse nieuwe conservatieve schurken. De VVD wil hier amerikaanse toestanden. Treffende overeenkomst: een relatief kleine groep tracht agressief de eigen ideologie erdoor te duwen. Als schaamteloze ideologen stellen VVD-ers daarbij belangen, voorkeuren en keuzes voor als noodzaak (let op Dekkers gebruik van het woord "noodzakelijk"). In de paarse kabinetten bood de PvdA blijkbaar tegenspel; in de actuele regering doet het CDA dat niet (1), en blijkt de ware aard van de VVD: een plutocratenclub. Nog een overeenkomst met de USA: schurk Bush heet in Amerika worst president ever, de VVD vormt de slechtste nederlandse regering ooit. Ayaan Hirsi Ali zei het goed, lang voor haar excommunicatie: "To hell with the VVD!"
GEMEENSCHAPPELIJK OF PARTICULIER?
Gaat het economisch, sociaal en politiek "beter" als we minder economische en maatschappelijke zaken gemeenschappelijk ter hand nemen? (2)
In de USA is de collectieve sector kleiner dan in Europa. Met uitzondering van het leger. – De uitkomst is dat de USA er binnenlands en buitenlands een rotzooi van maken. In de USA is een uitgebreidere collectieve sector juist wenselijk, zo verdedigde J. K. Galbraith in zijn klassieker The affluent society. Dat boek verscheen al lang geleden, in 1958. Het geheugen van sommige politici is even kort als hun toekomstvisie zichtig is. Hoog tijd dus om het wiel opnieuw uit te vinden.
Hadden ze in de USA dankzij "marktwerking" in New Orleans betere dijken? (3) Als woningcorporaties en gemeentes ophouden huizen en wijken op te knappen en in te richten, komt dat dan beter tot stand? Bereiken ondernemingen die naar maximale winst streven betere resultaten dan woningcorporaties zonder winstoogmerk? Wat leren empirische feiten hierover? (Een vergelijking tussen huisvesting in Nederland en de USA bijvoorbeeld?). Leidt een ongeregeld prijsmechanisme op de huizenmarkt tot betere resultaten dan prijsregels?
– zoals Neel Kroes ons in haar missie om Nederland af te breken tracht wijs te maken.
Reactionaire "liberalen" (wie de naam liberalen niet toekomt) vergelijken de werkelijkheid van samenwerken, zaken gemeenschappelijk doen en solidariteit met hun ideaal van vrije keuze, vrije ruil en vrije markt. Dat is misplaatst. We moeten idealen met elkaar vergelijken, en een ideaal van samenwerken, zaken gemeenschappelijk doen en solidariteit is even goed als een ideaal van vrije keuze, vrije ruil en vrije markt. We kunnen in beide idealen geloven; geen van beide zijn werkelijkheid. De werkelijkheid is minstens zover verwijderd van een vrije keuze-ruil-markt ideaal als van een samenwerken-gemeenschap-solidair ideaal.
De particuliere sector en de gemeenschappelijke sector hebben een vooropstaande overeenkomst: in beide werken mensen. “Westerlingen dromen van systemen die zo volmaakt zijn dat geen mens goed hoeft te zijn”, zei Ghandi. Het particuliere systeem is geen reden om de particuliere sector heilig te verklaren. Mensen falen in die sector net zo vaak.
In de USA zijn maatschappelijke misstanden omvangrijker en ernstiger dan in Europa. Met europese economieën gaat het zo goed dat we die kunnen vermijden. Om toekomstige moeilijkheden (die reactionairen sinds zo'n twee eeuwen aankondigen, waarbij ze de soort moeilijkheden die de Club van Rome begon aan te kondigen overigens juist weer negeren, de reactionairen maken zich eigenlijk alleen zorgen over de privileges van de economische adel) te vermijden kunnen we desgewenst slimmer, korter, gedisciplineerder en slagvaardiger werken in ons bestaande sociale systeem dat we kunnen handhaven. De kunst is om solidariteit zo te organiseren dat die een aansporing is voor ontvangers en gevers. Veel mensen zijn wel bereid om soberder te leven, als er maar rechtvaardigheid is, en daar wringt het (- overeenkomst met de USA: de VVD steelt van de armen en de middenklasse om te geven aan de rijksten). De bezwaren zijn niet in de eerste plaats tegen een wereldeconomie, maar tegen een plutocratische economie.
DE PLUTOCRATIE
Gewoonlijk hanteert men "vrije markteconomie" en "kapitalisme" als synonieme begrippen. Niet mee eens.
De theorie van de vrije markteconomie kunnen we opvatten als deel van de levens- en wereldbeschouwing utilitarisme. Grondleggers van de theorie, Adam Smith en John Stuart Mill, waren utilitaristen. (En mensen die alternatieven voor utilitarisme ontwikkelen, John Rawls en Ronald Dworkin, presenteren hun theorieën mede als alternatieve grondslag voor de vrije markteconomie).
Een vrije markt is een middel tot een doel. Het middel is vrij spel van vraag en aanbod. Het doel is economisch efficiënte consumentenwensvervulling. Dit doel maakt deel uit van het ruimere, algemene doel van utilitarisme, optimale wensvervulling, waarbij je "wensen" ruim opvat en waarbij alle wensen meetellen, ook immateriële, emotionele, spirituele. In de ethiek van utilitarisme tellen ook "wensen" van min of meer bewust voelende, ervarende dieren mee.
Het vrije marktmechanisme vergt allerlei gelijkheden en evenwichten: gelijke vrijheid en kansen, machtsevenwicht tussen ruilende partijen, o. a. tussen kapitalisten en werkers.
Kapitalisme is een economisch arrangement met drie kenmerken:
- privé-eigendom van de productiefactor kapitaal
- sleutelpositie van de productiefactor kapitaal in het productieproces, en daardoor macht van kapitalisten over werkers, in de economie en in de maatschappij
- gericht op maximale geldschepping.
Door het tweede en derde kenmerk is dit geen vrije markteconomie. Want de sleutelpositie van de productiefactor kapitaal en de macht van kapitalisten verstoren het evenwicht tussen ruilende partijen. En maximale geldschepping strookt niet met economisch efficiënte consumentenwensvervulling. Het gaat gepaard met grote productieve en allocatieve inefficiëntie. Maximale geldschepping strookt nog minder met optimale wensvervulling in het algemeen.
Dit is van oorsprong een idee van Karl Marx. Vertaald in termen van de theorie van de vrije markteconomie wordt het idee veel sterker (4).
Kapitalisme heeft zich ontwikkeld tot de plutocratie, de geldheerschappij, waarin geld eerste idee, waarde en doel is, waarin economieën zijn afgestemd op maximale geldschepping in plaats van optimale wensvervulling, waarin mensen leven om zoveel mogelijk te produceren en te consumeren, daartoe gebracht door productie- en consumptiedwang en -invloed, en waarin de derde wereld wordt uitgebuit en de aarde wordt geplunderd en verwoest. Dit is de dominerende ideologie in de westerse wereld. Met name Azië doet er maar al te graag aan mee. Het is een doodlopende weg, en het dode einde is in zicht (5).
Dekkers huurplutocratisering is uiting van de geldheerschappij en versterkt deze.
De huurprijsstijgingen zijn consumptiedwang. Het duidelijkst blijkt dat waar Dekker mensen wil dwingen naar duurdere huizen te verhuizen. Alle gedwongen en ongewilde verhuizingen zijn consumptiedwang, want als je verhuist moet je veel geld uitgeven. De keerzijde van consumptiedwang is productiedwang. Werkloosheid kan fataal zijn. Financiering van huursubsidie wordt macro-economisch een grotere last. Dat geld moet opgebracht worden, en dit is een vorm van productiedwang. Door de huurprijsstijgingen moet geld een nog groter rol in 's mensens leven gaan spelen, en worden mensen nog meer afhankelijk van de economie.
In de plutocratie geldt het recht van de rijkste. Een plutocratische economie is vrij spel van geld en macht; wie geen geld heeft speelt niet mee. Dat is wat de huurplutocratisering betekent voor wonen. Huizen moeten strict verdeeld worden conform de geldhiërarchie, en mensen moeten overal voor betalen: voor een mooi uitzicht, een park in de buurt, rust, schone lucht. Met name bij de actuele "markt" van wonen en huizen en met name in een land als Nederland met weinig onbenutte ruimte is het juist goed om geld niet de enige verdeelsleutel te laten zijn, zoals nu dankzij huurprijsregels tot op zekere hoogte zo is. Maar waar geld eerste idee is, is dat uitgesloten.
We moeten ons slaafs onderwerpen aan een scheefgegroeide "markt" die geen vrije markt is. Door marktbeperkingen, te hoge kosten, schaarste, de zeepbelhoogconjunctuur en hoge hypotheken opgedreven prijzen van koophuizen worden als maatstaf voor huurprijzen aangewezen. Kosten- en prijsopdrijvende factoren worden slaafs aanvaard en op woners afgewenteld. Waarde en kwaliteit worden vereenzelvigd met "markthuren". Het woningwaarderingstelsel zorgt voor beheersing van prijsvorming op de "huurmarkt"; Dekker wil die beheersing ontmantelen opdat geld en macht vrij spel hebben. We moeten de hoge huizenprijzen aanvaarden, we hebben geen keus, want we moeten wonen. Maar net als koophuizen worden veel huurhuizen onbetaalbaar voor veel mensen.
Mensen die de hogere woonlasten kunnen betalen hebben daar dus financiële ruimte voor. Die zouden ze ook anders kunnen benutten, zoals voor nuttige besteding aan andere zaken dan consumptie. Of voor minder werken; dat zou hen tijd opleveren (voor velen een schaars goed, die zij aan nuttige zaken kunnen besteden), kan andere mensen werk opleveren, en/of vermindert overproductie en overconsumptie (6). Hogere woonlasten ontnemen hen die mogelijkheid, en houden hen opgesloten in de kringloop van produceren en consumeren.
Mensen willen graag mooi wonen, en willen in de loop van hun leven dus wel naar een mooier huis verhuizen. Maar het idee dat mensen “wooncarrière maken” en dus naar steeds duurdere huizen willen verhuizen, komt ook voort uit het plutocratisch mensbeeld: mensen leven om zoveel mogelijk te produceren en te consumeren. En als dan blijkt dat zij niet duurder willen wonen, moeten ze ertoe gedwongen worden - opeens is "de markt" niet meer zo "vrij".
Dekker wil "keuzevrijheid verruimen". Aangezien goedkope huizen op grote schaal gesloopt worden en er duurdere huizen voor in de plaats worden gebouwd betekent "keuzevrijheid" bij Dekker de vrijheid om veel geld te moeten uitgeven.
Sloop van huizen kan volgens de maatstaf van optimale wensvervulling onwenselijk zijn en kan verspilling zijn. Maar als we de huizen niet zouden slopen zouden er minder nieuwe huizen gebouwd hoeven worden, dus minder productie, en zouden er minder goedkope huizen door duurdere huizen vervangen worden. Volgens de maatstaf van de plutocratie is dat slecht, en is deze verspilling goed.
Ook ons kennelijke onvermogen (of is het onwil?) om kosten van bouwprojecten te beheersen is een uiting van de geldheerschappij: geld beheerst ons.
Woningcorporaties zijn subversieve organisaties die niet naar maximale winst streven, en worden dus ontmanteld. Dekker & Kroes willen dat woningcorporaties een deel van hun huizen in aparte bv-en onderbrengen; daarmee proberen ze hen de kant van winststreven op te dringen, en de motivaties van de nu nog vaak idealistische functionarissen te reduceren tot geld.
Aan de andere kant zijn de "marktconforme" salarissen van bestuurders van woningcorporaties die zichzelf tot norm zijn ook een uiting van de plutocratie.
De kraakbeweging is een soort countervailing power en vormt de voorhoede in de antiplutocratische woonstrijd. De plutocratenclub wil kraken dan ook strafbaar stellen.
Ook Dekkers aannemen van alle verhuiswensen ter legitimatie van haar huurprijsplannen (besproken in hoofdstuk 2) is een uiting van de plutocratie. In utilitarisme tellen in beginsel alle wensen mee, maar moeten we vervolgens wel een wens-afweging uitvoeren. Verhuiswensen hoeven dan niet per se allemaal voorrang te hebben. In de plutocratie daarentegen hebben wensen waarvan vervulling geldschepping oplevert, voorrang voor wensen die dat niet doen. Dus krijgen alle verhuiswensen voorrang.
Overigens zijn Dekkers huurprijsplannen dus helemaal niet nodig ter vervulling van de verhuiswensen.
De huurplutocratisering gaat ten koste van wensvervulling. Miljoenen mensen zijn slechter af, door verlies van geld en tijd, verlies van rechten en gedwongen en ongewilde verhuizingen met de verliezen die die meebrengen. We wonen er niet beter door. Maar de rijksten worden rijker en de economische machthebbers machtiger. De rol en de macht van geld, de geldheerschappij wordt versterkt.
LEGITIMERINGSTEKORT VAN DEMOCRATIE EN POLITIEK
Hoogervorst zegt dat mensen moeten ophouden met ontevreden over de regering te zijn, en de redenen voor de regeringsmaatregelen moeten begrijpen. Neel Kroes wil die goed aan de mensen uitleggen (net als de europese grondwet zeker). Van Ardenne (CDA) zegt dat de regering Nederland klaarmaakt voor de wereldwijde economie van de toekomst; Nederland is wel uit de VN- top 10 van succesvolste landen getuimeld, maar neemt nu eigenlijk een voorsprong op andere landen. In hun domme arrogante ideologische blindheid (overeenkomst met de USA) spreekt het voor hen vanzelf dat ze met hun primitieve ideeën gelijk hebben en dat onvrede dus onbegrip is, en zien ze niet dat begrip en woede hand in hand kunnen gaan. We begrijpen je beter dan jijzelf, Kroes, en je hebt ongelijk.
Keren burgers zich af van politiek, en raken ze minder betrokken bij democratie? Dat is dubieus. Hoe was het vroeger? Er is vanouds een regentenklasse en de geregeerden. Burgers lijken juist te beseffen hoeveel er heden op het spel staat in Nederland, Europa en de wereld. Cynisme over politiek en politici is er wel meer, en dat is meer dan een modieuze toon van de tijd, het komt voort uit terechte desillusie én strijdvaardigheid.
Democratie is de legitimatie van overheidshandelen. Voorwaarden voor democratie zijn: rede en souvereiniteit van burgers. Dat omvat informatie, kennis en inzicht, goede motivatie door feiten, practijk en theorie, ontwikkeld in een "kritische gezagsvrije discussie" (in de zin van Jürgen Habermas, Theorie des kommunikativen Handelns), op basis waarvan burgers kiezen en politici handelen, met hoge opkomst bij verkiezingen.
Als aan die voorwaarden onvoldoende voldaan is, legitimeert democratie onvoldoende. (In Europa valt dit overigens nog mee vergeleken bij de USA, die sinds de machtsgreep van de Bush junta in 2000 geen democratie meer genoemd kunnen worden).
De plutocratie is geen democratie, en is niet legitiem. De plutocratie overheerst burgers en staten van burgers, die niet langer souverein zijn. Naarmate de plutocratie veld wint neemt het legitimeringstekort van democratie toe. Lees ter ondersteuning hiervan: Noreena Hertz, The silent takeover – global capitalism and the death of democracy, in het nederlands vertaald als De stille overname.
De huurplutocratisering is uiting en versterking van de plutocratie in Nederland, en is dus element van een illegitiem en ondemocratisch systeem.
REDE ALS HOEKSTEEN VAN ONS SOCIALE SYSTEEM
Rede is hoeksteen van het sociale systeem dat veel mensen de afgelopen twee eeuwen in Europa tot stand trachten te brengen en deels tot stand gebracht hebben. Dit sociale systeem werkt als mensen min of meer redelijk zijn. Rechtvaardigheid, vrijheid, solidariteit, welvaart, democratie kunnen niet zonder rede. Rede staat tegenover willekeur, en is dus voorwaarde voor vertrouwen.
De regering zegt steeds maar dat ze het beleid goed aan de mensen wil uitleggen - en het lukt maar niet. Dat is gemakkelijk te begrijpen: het valt niet uit te leggen. Ideologische politiek en de plutocratie zijn redeloos, en ondermijnen deze hoeksteen van ons sociale systeem.
Dekkers plannen zijn redeloos. Ze rusten niet op rationele overwegingen maar op geconditioneerde reflexen. Tekenend is hoe Dekker ze, halsstarrig uit zelfhandhaving, tracht door te voeren ondanks de falende motivatie en de schadelijke gevolgen, de maatschappelijke en politieke weerstand, de absurde chaos die ze zijn.
Rede betekent dat we redeneren, tot juiste conclusies komen en ons daaraan houden. Alle argumenten voor huurprijs-ontregeling en huurverhogingen op Dekkers manier zijn weerlegd. Deze zijn schadelijk en dienen dus niet plaats te vinden. Desondanks willen sommige politici en bestuurders - VVD, CDA, Aedes - ze toch doorzetten, als schakers die schaakmat staan maar toch doorspelen.
Deze redeloosheid is een schadelijke manier van politiek bedrijven en ondermijnt democratie.
"Politiek laks met herstel vertrouwen"
De Volkskrant 23 november 2005, Olav Velthuis
Wellink: onbehagen burger schaadt democratie
President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) luidt de noodklok over het tanende vertrouwen in de politiek. "Als de overheid het vertrouwen niet herwint, bestaat het gevaar dat mensen het heft in eigen handen nemen", zei hij dinsdag tijdens een symposium in de Amsterdamse Rode Hoed. Het kabinet-Balkenende doet volgens Wellink te weinig om het vertrouwen te herstellen.
Uit onderzoek van DNB blijkt dat 20 procent van de burgers helemaal geen vertrouwen heeft in het parlement, en nog eens 45 procent weinig. Ook heeft nog maar 25 procent van de Nederlanders vertrouwen in het functioneren van de sociale zekerheid; in 2000 was dat nog 60 procent.
Ondanks alle boekhoudschandalen van de afgelopen vijf jaar hebben burgers momenteel meer vertrouwen in het bedrijfsleven dan in het parlement. Ook is het vertrouwen dat Nederlanders hebben in elkaar de afgelopen kwart eeuw fors gestegen.
Volgens Wellink is het snel tanende vertrouwen in de politiek schadelijk voor de democratie, die daardoor "onder vuur kan komen te liggen". Uit het DNB-onderzoek blijkt bovendien dat burgers die niet geloven in de integriteit van het parlement, ook minder vertrouwen hebben in de economie.
Nederlanders hebben nog wel veel vertrouwen in De Nederlandsche Bank en in andere financiële instellingen. Maar Wellink waarschuwt dat het afnemende vertrouwen in de politiek "als een besmetting door de samenleving heengaat" en zo ook het geloof in DNB kan aantasten.
Volgens de bankpresident ziet het kabinet het gebrek aan vertrouwen inmiddels als een serieus probleem. Maar hij vraagt zich af of premier Balkenende wel genoeg werkt aan een oplossing. "De overheid weet maar niet over het voetlicht te brengen waar het echt om draait".
Om het vertrouwen te herstellen, moet Den Haag veel voorspelbaarder te werk gaan, minder grote beloftes doen en burgers minder vaak voor verrassingen stellen. In de "onrustveroorzakende" discussies over de vergrijzing is het bijvoorbeeld de hoogste tijd voor standvastig, voorspelbaar beleid.
Nederland kan een voorbeeld nemen aan de Verenigde Staten, waar de pensioengerechtigde leeftijd over een periode van twintig jaar wordt verhoogd van 65 naar 67 jaar. Ook moet de hypotheekrenteaftrek geleidelijk worden afgeschaft, waarbij burgers worden gecompenseerd. Maar "niemand gelooft dat politici aldus zullen handelen", stelt Wellink.
_____________________________________________
1. "Als julie er met de PvdA niet uitkomen, kun je bij ons terecht, maar dan kleden we jullie wel helemaal uit" (Zalm, vooraf aan de formatie van de regering, geciteerd in De premier die er nooit bij was, Vrij Nederland nr. 43, 28 oktober 2006). Balkenende en Verhagen dragen echter al dezelfde kleren als de plutocratenclub, zij het uit naam van een andere ideologie. Vrij Nederland laat in dit artikel hun draaien zien. | terug naar tekst
2. Lees in dit verband ook dr Dorien Pessers (hoogleraar rechtstheorie), Goede en kwade trouw in het openbaar bestuur, te vinden op de website van NRC (als de link te zijner tijd niet meer zou werken kunt u contact met me opnemen, dan zend ik u het artikel electronisch). | terug naar tekst
3. Lees Michael Parenti, How the free market killed New Orleans, te vinden op een website van ZNET, in het nederlands vertaald door Frans Willems als Hoe de vrije markt New Orleans verwoestte, te vinden op de website van de NCPN (zie aantekening bij noot 2). | terug naar tekst
4. Zie voor vergelijkbare inzichten J. K. Galbraith, American capitalism. Zie ook de socioloog Immanuel Wallerstein, o. a. World-systems analysis, an introduction, m. n. p. 25-26 (Bart Tromp bespreekt Wallerstein kort in de Volkskrant van 8 augustus 2006). De identificatie van een vrije markteconomie met kapitalisme vormt de heersende conventionele wijsheid. Zo in F. Fukuyama, The end of history, en nu weer in D. McCloskey, The bourgeois Virtues, Ethics for an age of commerce. | terug naar tekst
5. Vergelijk Willem Hoogendijk, The economic revolution, Green Print / Jan van Arkel 1991. | terug naar tekst
6. Dit thema dienen we vanuit macro-economisch niveau te bezien. | terug naar tekst