hoofdstuk 9 | terug
Vrijheid en legitieme verwachtingen
"En dat zo spoedig mogelijk: indien mogelijk per 1 juli 2005, maar uiterlijk 1 juli 2006" (Dekker, over huurprijsontregeling)
VRIJHEID vs. DWANG
"The object of this essay is to assert one very simple principle, as entitled to govern absolutely the dealings of society with the individual in the way of compulsion and control (...). That principle is that the sole end for which mankind are warranted, individually or collectively, in interfering with the liberty of action of any of their number is self-protection. That the only purpose for which power can be rightfully excercised over any member of a civilized community, against his will, is to prevent harm to others".
Dit is John Stuart Mill's vrijheidsbeginsel in On liberty. Mill's liberalisme is departement van zijn utilitarisme. Hij schrijft:
"It is proper to state that I forego any advantage which could be derived to my argument from the idea of abstract right as a thing independent of utility. I regard utility as the ultimate appeal on all ethical questions; but it must be utility in the largest sense, grounded on the permanent interests of man as a progressive being".
Utilitarisme zegt: mensen willen gelukkig zijn, richt de wereld zo in dat ze het kunnen zijn. Geluk kun je opvatten in termen van optimale wensvervulling. Utilitarisme zegt: streef naar optimale wensvervulling.
In dat verband dienen we de waarde vrijheid en het concept schade in Mill's vrijheidsbeginsel te bezien.
(Daarbij kunnen we een "niet-lineaire waardeleer" hanteren, waarbij niet alle waarde of nut op één lijn staat of dezelfde rang heeft: sommige waarde heeft voorrang. Zo kan vrijheid in bepaalde situaties andere waarde of nut overtroeven.)
Vrijheidsbeperking in het algemeen belang kan geoorloofd zijn. Een voorbeeld daarvan is de vrije markteconomie: het vrije marktmechanisme dwingt tot economische efficiëntie, een facet van optimale wensvervulling. Dat impliceert dat economische inefficiëntie schade is. (Liberalen die voor een vrije markteconomie pleiten kunnen dus niet ontkennen dat vrijheidsbeperking in het algemeen belang geoorloofd kan zijn). Wel dient economische efficiëntie en het streven ernaar binnen grenzen van optimale wensvervulling te blijven: economie is er voor mensen, niet omgekeerd.
Ten bate van optimale wensvervulling zijn er vele arrangementen, maatregelen en regels. Schending daarvan is schade, die vrijheidsbeperking kan veroorloven.
Vrijheidsbeperking kan ook geoorloofd zijn bij schending van rechtvaardigheidsbeginselen. Inbreuk daarop is schade.
Huurders richten geen schade aan
Dekker wil mensen dwingen tegen hun wil te verhuizen. Zij moeten "naar een andere woning omzien". Dit zijn mensen die de hogere huur niet kunnen betalen of daarvoor teveel zouden moeten opgeven. En mensen die juist wel hogere huur kunnen betalen en daarom naar duurdere huizen moeten verhuizen.
Deze dwang is ongeoorloofd. Deze mensen richten geen schade aan door in hun huizen te wonen.
We willen de gewenste huizen bouwen. Deze mensen belemmeren dat niet. Om huizen te bouwen hoeven huizen niet te duur te zijn, en als huurprijzen stijgen tot Dekkers niveau gebeurt dat niet omdat het nodig of wenselijk is, maar omdat het kan (zie hoofdstuk 5). Ideeën als gelijke prijzen voor gelijke huizen en huurprijsverdeling leveren geen argument voor Dekkers huurverhogingen (zie hoofdstuk 6). Zelfs als enigerlei (al of niet algemene) huurverhoging ten bate van nieuwbouw wenselijk zou zijn, dient die niet de vorm en omvang van Dekkers huurprijsplan te hebben.
Er is ook geen distributief probleem dat gedwongen verhuizingen rechtvaardigt (zie hoofdstuk 8). Arme en rijke mensen richten geen schade aan door in dure resp. goedkope huizen te wonen (of is dit moraalondermijnende insubordinatie van mensen die hun plaats in de geldhiërarchie niet kennen?).
"Huurprijsregels belemmeren het vrije marktmechanisme, dat gaat ten koste van economische efficiëntie, en dat is schade die vrijheidsbeperking veroorlooft".
Onjuist. Door deels aan wonen inherente beperkingen van het vrije marktmechanisme bestaat een vrije markt van wonen en huizen niet. Huurprijsregels vervangen de werking van het prijsmechanisme in een vrije markt, of leggen een basis onder werking van een prijsmechanisme in "de markt", en aldus bepaalde huurprijzen liggen dichterbij economisch efficiënte evenwichtsprijzen dan "markthuren". Ze dienen "marktinvloeden" zo te regelen dat die nuttig zijn (zie hoofdstuk 3). Bovendien, zelfs als dit schade zou zijn, is de vrijheidsbeperking van de individuen in kwestie nog niet geoorloofd, omdat zij individueel die schade dan slechts voor een zeer klein deel zouden doen ontstaan, en de schade van gedwongen verhuizing allicht zwaarder weegt.
Dekker schendt Mill's vrijheidsbeginsel dus. Ze is geen liberale.
Dekker richt schade aan
Dekker stelt haar huurprijsplannen voor als zijnde in het algemeen belang. Ze zijn daar juist mee in strijd. Ze geven marktbeperkingen de vrije teugel en werken zo economische inefficiëntie bij wonen en huizen in de hand.
Miljoenen mensen zouden schade lijden door Dekkers plannen. De schade bestaat uit verlies van geld en tijd, gedwongen en ongewilde verhuizingen met de verliezen die die meebrengen, en verlies van rechten.
In een recent interview met Dekker in de Volkskrant (1) staat de volgende passage:
"Wie aan de huren komt, komt aan de mensen. Zoveel is minister Dekker van VROM inmiddels duidelijk. "Ze kijken naar hun woning en gaan rekenen: wat betekent het voor mij?" Dekker dacht juist in het groot: ze wilde de verziekte huurmarkt openbreken. Wie meer kon betalen, zou verhuizen en zijn oude woning achterlaten voor iemand op de wachtlijst. "Maar je kunt het heel lastig aan mensen duidelijk maken. Ze komen in het geweer als ze denken: jeetje, straks moet ik mijn huis uit"."
Van al Dekkers blunders is dit de meest groteske. Rechtvaardigheid heeft te maken met aanspraken van individuen. We mogen nooit alleen het geheel, het totaal, het algemeen belang in acht nemen, we moeten altijd ook individuele belangen in acht nemen. Liberalisme wijst daar vaak op.
Dekker "denkt in het groot" - maar doet dat slecht en foutief - en negeert wat het betekent voor individuen.
De huurprijsplannen omvatten tal van onrechtvaardigheden. Bepaalde individuen worden onevenredig zwaar getroffen. Dekker negeert hun belangen. Dat is illiberaal.
Zo richt Dekker schade aan, of zou zij dat gedaan hebben als het parlement het niet deels voorkomen had. De nederlandse gemeenschap dient in te grijpen om het verder te voorkomen.
LEGITIEME VERWACHTINGEN EN RECHTSZEKERHEID
Het beginsel van legitieme verwachtingen is een beginsel van politieke ethiek. De overheid dient te vermijden om legitieme verwachtingen te schenden.
Neem aan dat een maatschappelijk arrangement min of meer terecht is (althans niet duidelijk onterecht), wanneer een burger ermee te maken krijgt. De burger baseert daarop een deel van haar doen en laten, haar plannen, haar leven. Ze kan er belang bij hebben dat het arrangement voortduurt. Omdat het arrangement min of meer terecht is en omdat de overheid rekening moet houden met haar belangen, mag zij met recht verwachten dat het arrangement zal voortduren.
Dit betekent niet dat er nooit iets mag veranderen. Het kan wenselijk worden het arrangement te veranderen. Een belangenafweging moet dan de juiste oplossing leveren. Daarbij moeten individuen gevrijwaard worden van te ernstig nadeel, en kan een overgangstermijn aangewezen zijn.
Het huidige arrangement van huur- en huurprijsregels kunnen we als terecht aannemen. Het dient in stand te blijven. Huurders ontlenen er legitieme verwachtingen aan.
De Woonbond verklaarde in 1999: "Mensen willen een woning en woonomgeving die past bij hun manier van leven, ze willen daar keuzes in kunnen maken, er invloed op hebben en er zeggenschap over kunnen uitoefenen. En als ze eenmaal een goede woning in een prettige omgeving hebben gevonden, willen mensen daar ook zekerheid over hebben. Ze moeten zich beschermd weten tegen externe bedreigingen, waardoor ze niet onvrijwillig of ontijdig van woonsituatie moeten veranderen. Voorbeelden van zulke bedreigingen zijn onbeïnvloedbare woonlastenstijgingen, achteruitgang van de kwaliteit van de woning en woonomgeving en een zwakke rechts- en/of marktpositie" (2).
De VROM-Raad pleitte daarom in een advies in hetzelfde jaar voor uitbreiding van de geregelde sector: "Centrale huurprijsregulering is dus zinvol. Het is niet verstandig in het beleid uit te gaan van volledige contractsvrijheid bij nieuwe huurovereenkomsten. Juist een verhoging van de liberalisatiegrens is zinvol. (...) Als het systeem van woningwaardering wordt aangepast, kan er tegen een substantiële verhoging van de liberalisatiegrens geen bezwaar zijn. Door een dergelijke verhoging wordt de rechtsbescherming van de huurder in dit segment versterkt" (3).
Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat Dekkers huurprijsplannen onterecht zijn. Hier kunnen we daaraan toevoegen dat ze legitieme verwachtingen en rechtszekerheid van huurders schenden.
De Woonbond verklaart daarover: "De Woonbond vindt het onacceptabel dat de huur van zittende huurders wordt vrijgegeven. Het leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de rechts- en onderhandelingspositie van de zittende huurder" (4).
De woningcorporaties van De andere beweging verklaren: "Wij vinden het ongewenst dat zittende huurders geconfronteerd kunnen worden met liberalisatie van de huur. Dit is een onnodige aantasting van de rechtspositie van de huurder, die een huurovereenkomst is aangegaan in de verwachting dat hij gelijke huurbescherming zou genieten als andere huurders. De grens op basis van de WOZ-waarde waarboven woningen in de voorstellen van minister Dekker in 2010 geliberaliseerd kunnen worden is ook willekeurig vastgesteld. Wij zien geen reden om het reeds bestaande liberalisatiebeleid aan te passen" (5).
De VROM-Raad waarschuwde in bovengenoemd advies: "Inmiddels is gebleken dat in het geliberaliseerde segment sommige verhuurders de huurbeleidsvrijheid benutten om woningen beschikbaar te krijgen voor verkoop. Daartoe worden hoge huren en forse huurstijgingen gebruikt om de huurder tot verhuizen te brengen. De huurder kan in dit geval niet terugvallen op normen inzake redelijke huurprijzen en redelijke huuraanpassingen en heeft geen toegang tot de huurcommissie. Beide verschijnselen zijn ongewenst: het huurbeleid moet niet gebruikt worden als ontruimingsbeleid voor verkoop; ook bewoners in het geliberaliseerde deel van de markt moeten een beroep kunnen doen op redelijkheidseisen inzake de maximaal redelijke huur en huuraanpassing" (6).
Men denkt hier vooral aan ontregeling en aan zittende huurders, maar ik denk dat aspirant-huurders en verhuizende huurders ook wel mogen verwachten dat ze na nu nog onder redelijke en billijke voorwaarden met wat idealisme kunnen huren.
Aan hypotheekrente-aftrek mag niet getornd worden van Dekker, omdat dit kabinet wil dat burgers op de overheid kunnen vertrouwen. Huurders zijn ook burgers, maar bij hen draait ze het argument om, om haar plan door te zetten: "Vanuit het oogpunt van een betrouwbare overheid, ga ik er vanuit dat mijn voorstellen met betrekking tot de huur(prijs)regelgeving en de daarin vervatte verruiming van het huurbeleid tot en met 2010 onverkort worden doorgezet".
Dekkers schending van het beginsel van legitieme verwachtingen laat, net als haar schending van het vrijheidsbeginsel en van belangen van individuen, zien dat zij zich niets gelegen laat liggen aan politieke ethiek, en dat de regering in haar visie met despotische willekeur mag regeren. De VVD is geen liberale partij.
uit Kamerstuk 15 februari 2005 27926 nr. 44 vraag 144
"Ik woon met mijn twee kinderen in Amsterdam in een vierkamerwoning van 70m2. Niet heel groot maar ik voel me verbonden met dit huis en met mijn buurt. Als de plannen van deze minister doorgaan zal ik echter allengs de huur niet meer kunnen opbrengen aangezien ik een alleenstaande ouder ben met en parttime inkomen van € 1078 netto. Aan huur betaal ik nu reeds meer dan een kwart van mijn netto inkomen. Omdat mijn zoon naast zijn HBO studie een studentenbaan heeft kan ik geen beroep meer doen op de huursubsidie omdat zijn inkomen bij dat van mij wordt opgeteld. Door de stijgende kosten voor het levensonderhoud dreig ik in grote problemen te komen. Ik vind het heel bedreigend om naar de toekomst te kijken want als deze plannen voor huurliberalisatie doorgaan zal ik zeker geconfronteerd gaan worden met huurachterstand en dreigende huisuitzetting. Ik vind dit een ongelofelijk vooruitzicht voor iemand van 54 jaar. Ik heb altijd een bijdrage geleverd aan de maatschappij en doe dit via mijn werk in het onderwijs nog steeds. Slapeloze nachten heb ik hiervan!"
"Ik ben een vrouw van 37, werkend in de jeugdzorg, met een netto-inkomen van 1250 euro. Ik woon al 19 jaar in Amsterdam. In april jl. ben ik, na een wachttijd/inschrijving van ruim 13 jaar, verhuisd naar een woning in de Jordaan, van 38 vierkante meter, niet geïsoleerd en zonder centrale verwarming en wastafel, met een kale huur van € 318. Indien de plannen van de minister doorgaan kan mijn huur uiteindelijk verdubbelen, want de Jordaan is een zeer populaire buurt en mijn woning gaat zeker boven de WOZ-waarde uitkomen die gesteld is. Omdat ik net een half jaar geleden m'n inschrijfduur heb ingeleverd voor deze woning, kan ik nergens anders naar toe in Amsterdam (waar je minimaal 8 jaar inschrijving moet hebben voor enigszins een woning). Daarnaast heb ik 3000 euro spaargeld gestoken in het opknappen van deze woning (mooie vloer, etc), daar het duidelijk leek dat ik hier lang zou blijven. Een huur boven de 600 euro kan ik natuurlijk nooit betalen van mijn salaris. Kopen is ook niet mogelijk in Amsterdam met mijn salaris (heb ik allang uitgezocht). Maar ik werk hier wel! En ik ben ook in Amsterdam geboren!"
"Ik woon op drie hoog en ben 71 jaar. Het trappenlopen gaat me steeds moeilijker af. Ik zit te wachten op een benedenwoning in de buurt waar ik nu al 4 jaar woon. Met de plannen van de minister gaat dat niet meer lukken. Ik krijg geen huursubsidie meer als ik ga verhuizen naar de begane grond. Want onze huizen zijn te veel waard en worden geliberaliseerd. Wat moet ik doen?"
_____________________________________________
3. Geciteerd door de Woonbond in Effecten van de plannen voor modernisering van het huurbeleid; ik heb het niet gelezen in het advies Wonen, beleid en legitimiteit | terug naar tekst
4. Effecten van de plannen voor modernisering van het huurbeleid | terug naar tekst